Van Vriezenveen naar St. Petersburg, 2400 kilometer per koets

Voor Gerrit Haakmeester duurde de expeditie tien dagen langer dan gepland. Een operatie, gevolg van een ongeluk op de slotdag, noopte tot een verblijf in 'Ziekenhuis 26' van St. Petersburg. Maar dit kan de voldoening niet wegnemen over het welslagen van de 2 400 kilometer lange reis per koets van Vriezenveen naar het voormalige Leningrad.

Dit weekeinde volgde de hereniging met zijn mede-koetsiers Willy Pot, Aloys Goossens en journalist Dirk-Willem Rosie, die de afgelopen weken in zijn krant Tubantia dagelijks verslag deed van de nostalgische reis van de koetsiers. Bijna 300 jaar nadat de Vriezenveense koopman Jan Smelt de weg naar St. Petersburg 'vond', heeft Twente er vier Ruslui bij. Want 'Ruslui' werden ze genoemd, de Vriezenveners die tussen 1700 en 1917 met paard en wagen naar St. Petersburg trokken om er lijnzaad, linnen en andere goederen te verkopen aan lokale handelaren. De Vriezenveense koopmanshuizen en winkels aan de Nevski Prospekt, de belangrijkste boulevard van Petersburg en de in 1834 gestichte Hollandse kerk, herinneren nog aan deze tijden.

De oktober-revolutie maakte bijna 75 jaar een abrupt einde aan de handelscontacten, maar door de expeditie van de Twentse koetsiers zijn de banden tussen Vriezenveen en St. Petersburg weer aangehaald.

Er waren momenten tijdens de 2 400 km lange reis dat ze de geschiedenis heel dichtbij voelden. Die keer dat de paarden werden uitgespannen nabij de plaats Stackeln in Letland bijvoorbeeld. Het posthuis zag er nog net zo uit als de 14-jarige Vriezenvener Jan Kruys het in 1826 in zijn dagboek beschreef. Goed, het was gerestaureerd en doet nu dienst als internaat, maar de paardenschuur ernaast was nog in orginele staat. "Dat was een bijzondere ervaring, om ergens diep in Letland zo met de geschiedenis te worden geconfronteerd" , zegt Haakmeester.

Jan Kruys en zijn vier mede-reizigers maakten de tocht van Vriezenveen naar Petersburg 166 jaar geleden niet zoals de moderne Ruslui uit nieuwsgierigheid en historisch besef, maar meer uit armoede. Ergens in zijn dagboek schrijft Kruys ook, dat er onderweg 'weinig aan het mes' was. Wat dat betreft is er weinig veranderd. In Polen, Rusland en de Baltische staten wordt geen honger geleden, maar de voedselvoorziening is er nog steeds problematisch. In tegenstelling tot de Vriezenveense reizigers die in 1836 aan het avontuur begonnen, beschikte het viertal Haakmeester/Pot/Goossens/Rosie, dat op 9 juli aan de expeditie begon, wel over budget. Tot de bagage behoorde onder meer 60 blikken soep, even zoveel blikken groente, 25 kilo aardappelen en 45 blikken vlees.

Verder waren de moderne Ruslui in zoverre beter uitgerust dan hun voorgangers, dat ze de beschikking hadden over een truck met oplegger. In de truck konden twee paarden uitrusten, terwijl de andere drie voor de koets hun werk deden. In vroeger eeuwen wisselden de Ruslui onderweg bij posthuizen en herbergen van paarden, maar bij wegrestaurants hoef je tegenwoordig niet meer met zo'n verzoek aan te komen.

Had het Twentse kwartet de bovengenoemde hoeveelheid foerage niet bij zich gehad, dan waren ze beslist niet verhongerd. "Want de gastvrijheid die we onderweg hebben ontmoet, is onvoorstelbaar" , toont Haakmeester zich nog steeds verbaasd. "De mensen in Polen, Rusland en de Baltische staten hebben weinig, maar ze stonden erop dat we meeaten. Vanaf Konigsberg, het huidige Kaliningrad in Estland, hebben we zelf niet meer gekookt. Waar we ons bivak ook opsloegen, steeds was er wel een familie die ons uitnodigde om het avondmaal met hen te gebruiken. En dan moesten we opassen dat we ze niet te veel complimenten maakten, want dan volgde er prompt een uitnodiging om ook te komen ontbijten."

De expeditie heeft Haakmeesters vertrouwen in de goedheid van de mens versterkt. "Vooraf waren we gewaarschuwd voor de criminaliteit die vooral in Polen en Rusland groot zou zijn. We hoorden verhalen over rondtrekkende struikrovers en bandieten. Maar het enige dat we onderweg zijn kwijtgeraakt was een reservewiel van onze truck. En daarvan weten we ook nog niet eens zeker of we het verloren hebben of dat het gestolen is."

Het enige noemenswaarde incident deed zich voor in Polen. Daar werd een boer die toestemming had gegeven om in zijn weiland de nacht door te brengen na overmatig gebruik van spiritualien weerspannig. Willy Pot gaf ongewild aanleiding tot het incident, waar zelfs een getrokken mes aan te pas kwam. "Die boer" , herinnert Pot zich, "begon de prijs voor het overnachten in zijn weiland op te drijven naarmate hij meer wodka op had. We hadden hem vooruit betaald en dat was achteraf gezien niet zo slim. Die dollars die hij al in de zak had, maakten hem een beetje hebberig. Op een gegeven moment wilde hij ook de fiets van Alloys hebben en zijn merrie door onze hengst laten dekken. Ik volgde die ruzie van afstand, want ik was in de oplegger aan het werk. Op een gegeven moment stap ik, toevallig met de hooivork in de hand, de loopplank van de oplegger af. Die boer ziet dat, denkt kennelijk dat ik hem te lijf wil en trekt een mes. Toen werd het even spannend. Gerrit heeft hem toen even in het Twents toegesproken en dat deed wonderen. Toen hij weer gekalmeerd was, droop hij af. Zonder een cent extra, trouwens."

Ook de problemen die waren voorzien bij het overschrijden van de verschillende grenzen, vielen reuze mee. "Voor ons vertrek" , herinnert Alloys Goossens zich, "liet de Russische ambassade weten, dat we de grens tussen Polen en Rusland bij Gronowo niet konden passeren en daar moesten afwijken van de historische route. In het gebied rond Kaliningrad zouden bosbranden woeden en later begrepen we dat daar ook ergens een nucleaire opslagplaats moet zijn. Maar de aanbevelingsbrief van de ambassade deed wonderen. De grens van Litouwen naar Letland zijn we zelfs gepasseerd zonden onze paspoorten te laten zien. Die lagen in de truck die een paar kilometer achter ons reed. De grenswachten deden daar niet moeilijk over."

Verkeer stilgelegd

Na 25 dagen volgde de glorieuze intocht in St. Petersburg. De politie die het Twentse gezelschap in een gammele Lada met zwaailicht vooraf ging, was zo vriendelijk het verkeer in de Russische metropool lam te leggen. Zo konden Twentse koetsiers ongestoord de laatste kilometers van hun tocht naar de Hermitage voltooien. Op het plein voor dit wereldberoemde museum wachtte een ontvangscomite van 50 Tukkers die over waren gevlogen. Het werd een onvergetelijke ontvangst.

Het ongeluk dat zich later voordeed - Gerrit Haakmeester zag in het donker een glazen deur over het hoofd en liep er pardoes doorheen - zorgde even voor een domper. Tot overmaat van ramp liet de ambulance vervolgens een half uur op zich wachten, maar de Russische chirurgen deden hun werk in 'Ziekenhuis 26' naar behoren.

"Je ziet het, ik ben gezond en wel" , grijnst Haakmeester na thuiskomst. "En als je mij vraagt of ik deze reis nog eens zou willen maken dan ik zeg ik: ja, heel graag."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden