Van vrede is in Mali voorlopig geen sprake

Nederlandse militairen proberen grip te krijgen op het conflict in Mali door inlichtingen in te winnen, een moeilijke opgave in een gevaarlijk gebied. Hoe effectief is deze missie? Journalist Valeska Hovener en fotograaf Jan-Joseph Stok verbleven voor Trouw tien dagen bij de Nederlandse militairen.

Van de luchthaven in Gao is weinig meer over. De muren zijn doorzeefd met kogels. Het plafond staat op instorten. Op de bagageband ligt een dikke laag stof. Het is verraderlijk rustig. Afgezien van wat lokale VN-medewerkers, verscholen achter een krakende tv, wordt het gebouwtje alleen nog door militairen van de VN gebruikt. Op nog geen vijf minuten rijden van het vliegveld, door een stukje landschap dat de 'safety bubble' wordt genoemd, ligt het Nederlandse kamp Castor. Pal naast het Franse en het Malinese kamp.

Nederland neemt sinds het voorjaar van 2014 deel aan de VN-vredesmissie Minusma (voluit: United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali). In het noorden - een woestijnlandschap zeventien keer groter dan Nederland - proberen de eenheden grip te krijgen op het conflict en álle strijdende partijen door informatie in te winnen. Een vrijwel onmogelijke opgave in een gebied dat op het bot is verdeeld.

Waar nomadische Toeareg-separatisten strijden voor een onafhankelijke regio Azawad, willen islamitische groeperingen door het hele land de sharia invoeren. Milities bestrijden elkaar en er is geen gezaghebbende overheid in het gebied. Dat geldt ook voor de Sahel, een geliefde handelsroute waar terroristen drugs, sigaretten, wapens en mensen via Libië en Algerije Europa in smokkelen. Bovendien wordt de regio geteisterd door etnische conflicten.

"Maar wat de missie vooral bemoeilijkt is het heersende opportunisme", zegt kapitein Ferdi die naar defensiebeleid niet met zijn achternaam in de krant mag. Hij is teamleider van de special forces, een nieuw concept binnen VN-missies, die inlichtingen verzamelen door lange verkenningspatrouilles en contact met de lokale bevolking. Zij zien regelmatig dat strijders zich aansluiten bij één groep om de volgende dag over te lopen naar de andere. Kapitein Ferdi: "Dat gaat zelfs zo ver dat broers in het conflict tegenover elkaar komen te staan."

Hierdoor hebben Minusma en de Malinese regering geen grip op het noorden. "De vraag is of dat met deze complexiteit überhaupt mogelijk is", zegt commando en sergeant der eerste klasse Marco. "Pas als je Kidal, Anefis, Mènaka en Gao controleert, controleer je het gebied", zegt ook majoor Joost, commandant van de special forces. Hij noemt Kidal het 'wilde westen van Mali'. "Strijders breken daar de veiligheid af om deze vervolgens zelf te kunnen garanderen."

In een poging de werkelijkheid te versimpelen, worden groeperingen dan maar in hokjes geplaatst: pro- of anti-regering, voor of tegen Azawad (zie kader).

Verdachte pick-up

Ook wachtmeester der eerste klasse Alex kijkt op deze manier naar het straatbeeld. Met een klein konvooi leidt hij zijn Cover Support Team door Gao. Op zoek naar symbolen die kenmerkend zijn voor de strijdende partijen zoals vlaggen, graffiti en auto's. Hij maakt een foto van een crèmekleurige pick-uptruck. "In een arm land valt zo'n duur voertuig op. Vaak is er een link met gewapende milities, en kan er sprake zijn van illegale handel."

De stoet rolt verder een woonwijk in. Tussen de lemen huizen glinstert de Niger, de rivier die tijdens de regentijd overstroomde. Overal rennen kippen en geiten in het rond. Wat kinderen zwaaien. Gao zou nu zo'n zestigduizend inwoners moeten hebben, maar waar zijn ze? "Het lijkt stil, maar in vergelijking met twee maanden geleden is het echt drukker", benadrukt ploegcommandant Alex. "De mensen keren terug, omdat de veiligheid toeneemt."

Maar van vrede is in Mali voorlopig nog geen sprake. Deze zomer werd weliswaar een vredesakkoord ondertekend door het Malinese leger, de regering, de Platform-groep (pro-overheid) en de CMA (pro-Azawad). Maar dat waren nog lang niet alle partijen. Bovendien worden wel vaker afspraken over ontwapening op papier gezet, die in de praktijk niet altijd stand houden.

Dat gebeurde ook in Anefis, gelegen op de route van Gao naar Kidal, waar de bewoners streven naar onafhankelijkheid. Toen het dorp in augustus dreigde te worden ingenomen door een pro-overheidsgroep (Gatia) moesten de speciale eenheden ingrijpen. "De afspraak was dat Gatia in het zuiden van de stad zou blijven. Dat deden ze niet. De sfeer was zo gespannen, we wisten dat het mis zou gaan", zegt kapitein Ferdi.

Vervolgens moest de militaire leider van VN-vredesmissie er naartoe om alle partijen op het vredesakkoord te wijzen. Ferdi: "De bewoners waren opgelucht en blij dat we 's avonds bleven patrouilleren. Voor ons gevoel waren we super welkom."

Eerste hulp

Sinds het vredesakkoord is een aantal oude vijanden bereid samen te werken. Onder andere door samen op patrouille te gaan: de mission operation cooperation (MOC), wat door de VN als een belangrijke stap in het vredesproces wordt gezien. Alle ondertekenaars willen gezamenlijk patrouilles uitvoeren in het conflictgebied. Voor de stad Gao betekent dat zo'n zestig man in totaal. "Hiermee willen we meer veiligheid creëren en andere vechters demobiliseren", zegt Felix Diallo, kolonel van het Malinese leger. Dat lijkt ambitieus. "Natuurlijk is er weerstand, maar partijen zijn bereid om samen te werken. Ik ben optimistisch."

De samenwerking mag een stap richting vrede zijn, maar dan moet de gezamenlijke patrouille wel steun hebben van de bevolking.

Met twee uitgeruste voertuigen, twee quads, een groep zwaarbewapende mannen en een vertaler gaat het team van kapitein Ferdi de poort uit. Het doel: uitzoeken of de MOC-patrouille bekend is in de stad. Intussen springen ze ook bij voor de bevolking als dat nodig is, zo blijkt: ze zijn amper onderweg als ze twee brommers op elkaar zien klappen. Eén van de bestuurders heeft een beenwond. "Dat moet gehecht worden", zegt sergeant Len, die als militair verpleegkundige assistentie verleent. En tegen de tolk: "Kan je vragen of hij pijn heeft?"

Op de markt houden de troepen halt. Sergeant der eerste klasse Marco wil met wat omstanders praten. Keer op keer blijkt dat de bevolking, afgezien van de MOC, nauwelijks op de hoogte is van het mandaat. Dat signaleert ook Mongi Hamdi, tot vorige week leider van de VN-vredesmissie Minusma (zijn opvolger is Mahamat Saleh Annadif uit Tjaad). "De bevolking denkt dat we hier zijn om tegen terroristen te vechten, het noorden te ontwapenen, deze te vrijwaren van geweld - en de rol van de regering over te nemen", zegt Hamdi. "Dat is een totale misperceptie."

Prostituees

Het blijft de vraag hoe veilig de bevolking zich daadwerkelijk voelt. Bij velen ligt de crisis van 2012 nog vers in het geheugen. Toen werd Gao in een paar dagen tijd eerst met grof geweld overvallen door Toeareg-rebellen (MNLA) en later door islamisten (MOJWA en Ansar Dine).

"Daarom durven veel bewoners er nog steeds niet terug te keren", zegt Issa Amadou, die als veehouder voor het Malinese leger werkt. "Het wantrouwen is nog te groot." Hij wil wel graag dat Minusma blijft. "Als zij weggaan, moet ik net als tijdens de crisis de bush in vluchten", waarmee hij doelt op naburig gelegen dorpjes.

Volgens de directrice van een hulporganisatie, wier naam vanwege bedreigingen anoniem moet blijven, heeft de internationale aanwezigheid in de stad ook een keerzijde: het aantal minderjarige prostituees is er explosief gestegen. "Vooral Malinezen die in de VN-kampen werken en Afrikaanse soldaten zijn daar schuldig aan", zegt ze. "Hoeveel meisjes zullen hierdoor hiv oplopen?"

Ook is sprake van toenemend geweld in omringende plaatsen. Zoals in Ménaka, vier uur rijden van Gao, waar nu ook overdag en in het centrum overvallen plaatsvinden. Waterverkoper Issa Mega vertelt dat hij belasting moest betalen. "Anders kom ik niet binnen. En mijn collega uit Bamako zou meteen vanwege zijn afkomst worden vermoord." Wat doet de VN-vredesmissie, vraagt hij retorisch. Met zijn handen gebaart hij driftig in de lucht. "Het is totale geldverspilling. Als ze het geld aan onze militairen geven, kunnen we zelf het conflict oplossen."

Toch is Ménaka volgens het inlichtingencentrum van Minusma relatief stabiel. Kapitein Alex geeft leiding aan de Nederlandse informatie-unit, onderdeel hiervan. Hij herkent wel de jaarlijkse conflicten tussen nomaden en herders over, bijvoorbeeld, gestolen vee. "Maar trends van structurele onveiligheid zien wij niet."

Het blijf volgens hem lastig om een goed beeld te krijgen van terroristen. Het inlichtingencentrum kijkt toch vooral naar de grote lijnen. "Wanneer er concrete dreiging is, zullen we dat aangeven", legt hij uit. "Maar onze focus ligt niet op terreurbestrijding. Dat is het mandaat van de Fransen."

Nederlandse missie eindigt eind 2016

De naam van de directrice van de hulporganisatie is bij de redactie bekend.

Naast de Malinese regering en haar strijdkrachten, zijn er drie strijdende groepen in Mali.

Opstandelingen: De Coordination of Movements for Azawad (CMA) is een verband van rebellerende gewapende groepen die zich van Mali willen afscheiden en de staat Azawad willen stichten. Zij bestaan voornamelijk uit Arabieren en Toearegs, nomaden die in de woestijn leven. Onder de CMA valt ook de National Movement for the Liberation of Azawad (MNLA), die de opstand in 2012 begon.

Pro-regering: De Platform-groep verenigt gewapende strijders die zich uitspreken voor de overheid. Groupe d'autodéfense touareg Imghad et alliés (Gatia) is de bekendste.

Terroristen: Groeperingen van wisselende samenstelling zoals Al Qaeda in de Islamitische Magreb (AQIM), Ansar Dine en Al Mourabitoun van oud AQIM-man, de Algerijn Mokhtar Belmokhtar.

Groeperingen: wie vecht tegen wie?

Nederland doet sinds het voorjaar van 2014 mee aan de VN-missie om vrede en veiligheid in Mali te herstellen. De missie loopt voorlopig tot eind 2016. Het Nederlandse aandeel bestaat uit zo'n 450 militairen. Speciale eenheden voeren onder meer langeafstandsverkenningen uit, vooral in de wijdere omgeving van de stad Kidal. De Nederlanders verzamelen verder inlichtingen met behulp van informanten, contact met de lokale bevolking, civiele adviseurs en een drone, de 'scan eagle'. Duitsland neemt deze inlichtingentaak dit jaar over. Vier Apache-helikopters maken overzichtsfoto's van het gebied. Ook heeft Nederland drie Chinook-helikopters medische evacuaties en transport.

Naast de VN-vredesmissie is er ook een Franse militaire missie in Mali, gericht tegen jihadisten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden