Werkdruk

Van verpleegkundige naar automonteur: ‘Nu kan ik wel kwaliteit leveren’

Wietske Beljon werkte als IG-verpleegkundige, maar werkt nu als monteur.Beeld Herman Engbers

Wietske Beljon ervoer hoe hoog de werkdruk was in het verpleeghuis waar ze als verzorgende werkte. Na een periode van stress en ziekte koos ze voor een ander beroep.

“Drie jaar geleden werkte ik als verzorgende IG – individuele gezondheidszorg – in een verpleeghuis op de somatische afdeling, waar ouderen met chronische lichamelijke ziektes wonen. Ik verzorgde wonden, diende medicijnen toe en gaf ­injecties. Ik probeerde de mensen zo goed mogelijk te helpen en vond het interessant om meer over het menselijk lichaam te leren. 

“De afdeling was verdeeld in woongroepen, iedere collega kreeg een eigen groep toegewezen. Maar door de werkdruk en bezuinigingen was er veel te weinig tijd per cliënt. Ik kon amper een praatje maken met de mensen, ik moest zelfs douchedagen met ze afspreken. Voor iedere dag een douche was gewoon geen tijd. Ik begon overuren te maken, zodat er toch tijd was voor contact, dan werkte ik op een later moment aan de dossiers, want er kwam ook nog eens veel administratie bij kijken. 

Geïrriteerde collega’s 

“De werksfeer werd er ook niet beter op, mijn collega’s liepen tegen dezelfde problemen aan. Af en toe kreeg ik dan een veeg uit de pan van een geïrriteerde collega die ook last had van stress. Op een gegeven moment liep ik als een kip zonder kop rond. Ik heb me ziek gemeld en ben minder uren gaan werken. 

“Door mijn werk ben ik goed opgevangen, ik heb gesprekken gehad met mijn leidinggevende, de bedrijfsarts en ­later een maatschappelijk werker. Daar kon ik mijn verhaal kwijt. Ik zat niet lekker in mijn vel en zag het in het begin vrij somber in. Nog steeds voelde ik druk, omdat ik wist dat het bedrijf graag wilde dat ik weer inzetbaar zou zijn. Ik wilde ook niet dat mensen dachten dat ik me aanstelde. Ik vroeg me af: doe ik het wel goed? En komt het weer goed? 

“Ik ben gestopt met mijn werk in de zorg en heb twee jaar een reïntegratietraject doorlopen. Eens per week sprak ik met een begeleider, dan keken we samen naar de stand van zaken. Ik ben mezelf wel tegengekomen in die periode, het duurde even voor ik wist wat voor werk ik wilde gaan doen.

Kinderdagverblijf en parfumerie, niks voor mij

“Ik heb een sollicitatietraining gevolgd en ben dagen gaan meelopen, bij onder andere een kinderdagverblijf en een parfumerie. Dat was het allemaal niet voor mij. Op een banenmarkt van een technisch bedrijf vond ik wat ik zocht. Inmiddels werk ik een jaar als monteur, ik zet nu versnellingsbakken van trekkers in elkaar. Ja, heel iets anders, maar ik zit hier op mijn plek. Ik vind hier wat ik in de zorg miste: ik kan hier kwaliteit leveren.

“Het is prettig om iets tastbaars in handen te hebben. Ik ben dankbaar voor de hulp die ik heb gekregen. Als je de middelen niet hebt, kan ik me voorstellen dat het lastig is deze stap te maken. Het werk in de zorg mis ik af en toe. Ik ben dat niet voor niets gaan doen. Misschien in de toekomst, als de werkomstandigheden zijn verbeterd, ga ik weer terug. Maar nu nog niet.’’

Lees ook:
Toename van psychische klachten bij zorgpersoneel 

Het aandeel zorgmedewerkers dat psychische zorg ontvangt, is de afgelopen vier jaar met 40 procent gestegen. Vooral werknemers onder de 25 jaar hebben vaker psychische problemen. Dat blijkt uit een analyse van de gegevens van 210.000 zorgmedewerkers bij 385 instellingen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden