Van trekschuit tot geliefde Bello

Een met hooi geladen schip wordt door de Amsterdamse Kostverlorenvaart getrokken in 1907. (FOTO BERNARD F. EILERS)

Water heeft Noord-Holland altijd bijzonder gemaakt. Vervoer werd er ook anders geregeld dan elders. Een tentoonstelling in Alkmaar laat zien hoe.

In de zeventiende eeuw werd er door de rest van Europa jaloers naar Noord-Holland gekeken. Een groot deel van Europa bestond nog uit wouden vol struikrovers en wilde dieren, maar in Noord-Holland kon een reiziger al zeker zijn van zijn aankomsttijd. Zo duurde de reis van Maassluis naar Enkhuizen twintig uur. Van Amsterdam naar Alkmaar was je dertien uur onderweg.

Op de tentoonstelling ’Op stap’ in het Stedelijk Museum in Alkmaar staat een model van het vervoermiddel dat het veilige en comfortabele reizen in Noord-Holland mogelijk maakte: de trekschuit. Bezoekers kunnen plaatsnemen in de kleine houten cabine en via filmpjes wordt een beeld geschetst van de reis. Onder tentdoek beschermd tegen regen en wind zaten meer dan twintig reizigers tegenover elkaar op houten bankjes. Toen werd al geprobeerd om het roken aan boord aan banden te leggen, met weinig succes. Ook werd er vaak stevig gedronken onderweg. Er werd dan ook veel geklaagd over de benauwde lucht op de trekschuiten.

Noord-Holland leek rond 1600 nog op een eilandenrijk vol plassen en meren. Maar ook na de grote inpoldering van de meren bleef het vervoer over water gaan. Alleen de rijken hadden een eigen rijtuig of konden een tocht per postkoets betalen. Maar in dit deel van Nederland kwam je niet erg ver. De wegen waren slecht en liepen over hoger gelegen dijken of langs de duinrand.

Een trekschuit ging weliswaar niet sneller dan zeven kilometer per uur maar was wel veilig, en het trekvaartnet was zeer uitgebreid. „Het leverde de inwoners van NoordHolland een modern tijdsbesef op”, aldus historica Carly Misset, die de tentoonstelling mede samenstelde. „Hier kon je toen al tegen een zakenrelatie zeggen ’Ik ben vanmiddag om vier uur in Hoorn’. Daar werd in het buitenland hoog van opgegeven, want dat kon verder nergens.”

Ook het goederenvervoer ging via het water. Over breed water werd gezeild, over smalle vaarwegen werden platbodems getrokken door paarden of mensen. Rond 1800 had Noord-Holland niet meer dan 150 kilometer verharde weg (nu 13.000 kilometer). Maar de trekschuit verdween naar de achtergrond door uitvinding van de stoommachine. In een stoomtram konden veel meer reizigers, en het ging ook vier tot vijf keer sneller dan met de trekschuit. Nu duurde een reis van Amsterdam naar Alkmaar nog maar drie uur.

De stoomtreinen hadden in het begin alleen open wagons, en reizigers kwamen zwart van de roet aan op de eindbestemming. Maar Noord-Holland leed onder de wet van de remmende voorsprong. Door al dat water was het moeilijk spoorlijnen aan te leggen, en pas in 1865 werd de spoorlijn Alkmaar Den Helder in gebruik genomen. Door de hele provincie kwam wel een netwerk met stoomtrammetjes. Carly Misset: „Die hebben echt voor de ontsluiting van het platteland gezorgd. Het was opeens heel makkelijk om van plaats naar plaats te reizen. Er gebeurden wel veel ongelukken. De trams gingen dwars door de dorpen, over kruispunten, en er waren veel onbewaakte overgangen.” ’Op pad’ toont veel foto’s en affiches uit die tijd.

Een speciale hoek van het museum is ingericht voor de lieveling onder de stoomtrams: Bello. Vanaf 1909 rijdt er een stoomtrammetje van Alkmaar naar Bergen aan Zee. Duizenden gaan ermee naar het strand in de zomer. De locomotief krijgt Bello als bijnaam. In het model van de stoomtram in het museum hangen koptelefoons, zodat bezoekers geluiden van vroeger kunnen horen, en er hangen foto’s van de aankomst van de badgasten in Bergen aan Zee. Op 31 augustus 1955 trekt Bello de laatste stoomtram naar het strand.

Daarna breekt de tijd van de individualisering aan. Carly Misset: „Voor het gemotoriseerd verkeer zijn intrede deed, reisden mensen samen. De auto bracht een enorme vrijheid met zich mee. Men ging nu ook ritjes voor het plezier maken.”

Jongeren zullen hun ogen uitkijken bij de opstelling die ter illustratie bij deze periode in het museum is neergezet: twee klapstoelen, een tafeltje met een geruit kleedje met een thermoskan. Ouderen herkennen de uitrusting van de bermtoerist.

Maar Noord-Holland bleef last hebben van het water. Door de aanleg van het Noord-Hollands Kanaal werd de provincie een eiland dat pas door de aanleg van de Velser-tunnel werd ontsloten. In Noord-Holland moet je altijd over of onder water door. Misset: „Nog steeds liggen er relatief weinig snelwegen. Het is duur in aanleg. Je hebt de A9 en A7, maar verder zijn er vooral provinciale wegen en heel veel fietspaden. Maar is dat een nadeel te noemen?”

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden