Van tafelvoetbal naar stadion

Er is een manier om te zorgen voor een efficiënte openbare sector, die toegesneden is op de noden en behoeften van de burger, met de overheid op gepaste afstand. Het recept heet vraagfinanciering. Het is verbluffend eenvoudig, op papier.

Binnenkort krijgt iedere burger van de overheid een pasje, met daarop een reisbudget en een emissiebudget.

Het reisbudget is het aantal kilometers dat de burger gratis mag reizen met het openbaar vervoer. Is zijn budget op dan betaalt hij het volle pond. Het emissiebudget is de hoeveelheid vervuiling die de burger mag veroorzaken. Koopt hij een auto, dan wordt een deel van dat budget afgetrokken. En bij iedere APK-keuring gebeurt hetzelfde, afhankelijk van het aantal gereden kilometers. Bij de aanschaf van een fiets blijft het emissiebudget intact.

Organisaties in het openbaar vervoer, maar ook autoverkopers, zullen rekening moeten houden met de reis- en emissiebudgetten die de burger heeft en de keuze die hij daarmee maakt. De burger wordt spil in de openbare sector. De overheid hoeft zich niet meer te buigen over de vraag hoeveel procent van de treinen op tijd moet rijden en wat een treinkaartje mag kosten; als dat kaartje te duur is of die trein niet komt, besteedt de burger zijn reisbudget bij de snelbus en prijst de NS zich uit de markt.

De burger het initiatief geven in de collectieve sector, dat is het belangrijkste doel van vraagfinanciering, zeggen Michiel de Weger en Wim Schotman. De Weger en Schotman, adviseurs bij CapGeminiErnst & Young;, behoren tot de schrijvers van 'Vijftig vragen over vraagfinanciering', dat gisteren werd aangeboden aan minister Brinkhorst van economische zaken. Reisbudget en emissiebudget vormen een van de gedachtenexperimenten in dat boek.

De Weger: ,,Als je gaat kijken hoeveel de burger op dit moment zelf kan bepalen, als het gaat om onderwijs, zorg, kunst en cultuur, en vervoer, dan valt dat erg tegen. De macht van burgers kan flink worden uitgebreid.''

Schotman: ,,Dat past ook in de tijdgeest; de overheid moet zich niet meer bezighouden met de details van zorg, onderwijs en andere diensten, maar meer overlaten aan de dienstverleners en de dienstenafnemers in die sectoren.''

De Weger: ,,Het sluit ook aan op de technische ontwikkelingen. We hebben de elektronische middelen om burgers budgetten te geven voor verschillende doelen, en bij te houden wat zij daarmee doen.''

In 'Vijftig vragen' wordt hardop nagedacht over de mogelijkheden van vraagfinanciering in uiteenlopende sectoren, niet alleen onderwijs en zorg, maar bijvoorbeeld ook het omroepbestel en ontwikkelingssamenwerking. Kern is steeds een nieuwe verhouding tussen overheid, burger en dienstverlener. Op dit moment is de regel dat de overheid de dienstverleners, bijvoorbeeld ziekenhuizen, (deels) financiert, en bepaalt wat zij wel en niet mogen doen. Voor de burger is het afwachten wat voor diensten er worden geboden, en of hij moet bijbetalen. Bij vraagfinanciering wordt budget toegewezen aan de burger, die zelf bepaalt welke diensten hij daarmee afneemt. Op de dienstverlener houdt de overheid slechts globaal toezicht.

Jaja, denkt de achterdochtige leek, de overheid trekt de handen terug en zaken als onderwijs en zorg worden overgelaten aan de markt. Het is gewoon een - leuk verpakt -rechts liberaal plan.

Nee, zeggen De Weger en Schotman, vraagfinanciering is juist een manier om collectieve sectoren te behouden en niet de vrije markt te laten regeren.

Schotman: ,,Privatiseren, dat is liberaal, dat is het overdragen van collectieve sectoren aan de markt. De overheid trekt zich dan geheel terug. Bij vraagfinanciering blijft de overheid juist cruciale functies behouden: het verdelen van de budgetten over de bevolking en het toezicht houden op de dienstverleners.''

De Weger: ,,De overheid is bezig taken af te bouwen, dat is al lang de trend. Vraag is hoe ver dat terugtreden moet gaan. Vraagfinanciering is een manier om belangrijke sectoren in de collectieve sfeer te houden, bijvoorbeeld kunst en cultuur.''

Schotman: ,,Het wordt voor de overheid in ieder geval moeilijker om te zeggen: ik doe het niet meer, zorg maar voor jezelf. Want in dat geval vindt die overheid twee sterke partijen tegenover zich: de dienstverlenende instelling en de burger.''

De Weger: ,,Als het goed is moet de politiek zelfs vragen onder ogen zien die ze nu onbesproken laat. Het theaterbezoek, bijvoorbeeld, is op dit moment niet gelijkelijk over de bevolking verdeeld. Er zijn groepen die veel naar het theater gaan, en er is een hele grote groep die er nooit komt. En hoewel er veel subsidie gaat naar het theater, is dat op dit moment geen onderwerp van politiek debat. Als je overgaat naar vraagfinanciering kan het dat heel gemakkelijk worden, omdat iedereen evenveel theaterrechten of cultuurrechten krijgt. In plaats van zelf theaters, toneelgroepen en orkesten te subsidiëren (of met subsidiëren te stoppen), moet de overheid in de gaten houden wat burgers met hun cultuurrechten doen.''

Als je je gedachten de vrije loop laat, zie je de mogelijkheden van vraagsturing groeien, juist in sectoren als cultuur, recreatie en sport, zeggen De Weger en Schotman. In 'Vijftig vragen' is een voorbeeld uitgewerkt, waarin gemeenten iedere inwoner een bonnenboekje geven, de burgerbon. De bonnen kunnen worden besteed bij sportvereniging, bibliotheek, filmhuis, theater, zwembad, muziekschool etc. Een woud van subsidieregelingen en accommodatievergoedingen wordt overbodig. De gemeente bepaalt hoeveel bonnen inwoners krijgen. Zo kan zij besluiten de lage inkomens extra bonnen te verstrekken. Bovendien bepaalt de gemeente welke verenigingen, instellingen en organisaties bonnen mogen innen. Maar de besteding van die bonnen is aan de burger. Wie sport, musiceert én filmgek is, zal aan het bonnenboekje niet genoeg hebben en moeten bijbetalen voor zijn gebruik van al die voorzieningen. En wie niet wil, houdt bonnen over en kan die een volgend jaar gebruiken.

Door de burger die keuzevrijheid te geven vergroot je het draagvlak voor de collectieve sectoren, zeggen De Weger en Schotman. Het is voor hen het verschil tussen tafelvoetbal en het stadion; in het tafelvoetbal wordt de burger aan zijn plaats gebonden door een stang, in het echte voetbal kan hij lopen waar hij wil, maar krijgt hij ook te maken met de consequenties van zijn handelen: hij kan buitenspel staan.

Vraag is of de burger op die vrijheid zit te wachten. Meedenkend met de schrijvers van 'Vijftig vragen', zie je jezelf door het leven gaan met een burgerpas, met daarop je zorgbudget, je onderwijsbudget, je reisbudget, je vervuilingsbudget, je cultuurbudget etc. En over al die budgetten moet jij beslissen. Een schrikbeeld!

Schotman: ,,Die keuzevrijheid zal de burger in het begin misschien lastig vinden. Maar de autoloze zondagen vond hij ook niet leuk, en die werden hem gewoon opgelegd omdat de koek op was. Vraagfinanciering betekent een principiële verandering. Bijvoorbeeld als het gaat om milieu; het Klimaatverdrag is dan niet alleen door Nederland ondertekend maar ook door jou en mij. Wij hebben er dan ook naar te leven.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden