Van speciaal naar regulier voortgezet onderwijs

Elke woensdagmiddag mogen de tweedeklassers van de Utrechtse Martijnschool een paar uur naar het 'gewone' onderwijs. Na de zomervakantie zal een aantal van hen definitief de school voor leer- en opvoedingsproblemen (lom) verlaten. De meesten gaan naar het voorbereidende beroepsonderwijs, maar er wordt ook naar het mavo doorverwezen.

De Martijnschool en de Wim Sonneveldschool, beide zelfstandige scholen voor voortgezet lom-onderwijs, zijn de spillen van een Utrechts project om de leerlingenaantallen aan speciale scholen te verminderen. Er doen zes scholen voor regulier voortgezet onderwijs aan mee, alle met een afdeling voor individueel voorbereidend beroepsonderwijs (IVBO). IVBO-afdelingen vormen een schakel tussen speciaal en regulier onderwijs, waar leerlingen op A-niveau examen kunnen doen. In praktijk zijn ze geen echte schakel, maar een sluis. De extra begeleiding die leerlingen op de afdelingen krijgen, voorkomt doorverwijzing, maar als ze toch in het speciaal onderwijs belanden, is er vaak geen weg terug.

De samenwerking is erop gericht het IVBO wel als echte schakelafdeling te laten fungeren. De aandacht is dus vooral op terugplaatsing gericht. De wekelijkse praktijklessen van lom-leerlingen aan de IVBO-afdelingen moet hen voorbereiden. Daarnaast krijgen de leerlingen, als zij in het begin van het derde jaar overstappen naar het reguliere onderwijs, extra begeleiding van daartoe opgeleide docenten van hun oude school. In ruil voor deze dienstverlening mag de lom-school 25 procent van de bekostiging van de leerlingen houden.

J. Spithoven, directeur van de Martijnschool, vindt het samenwerkingsproject geslaagd. Van zijn 150 leerlingen gaan er jaarlijks 45 terug naar het gewone voortgezet onderwijs. Een paar jaar geleden gebeurde dat helemaal niet. Toch blijft het totaal aantal leerlingen op de school constant. Spithoven: "Door de samenwerking hebben de reguliere scholen onze deskundigheid leren kennen. Ze verwijzen nu veel eerder dan vroeger door naar het speciaal onderwijs." Snelle verwijzing maakt de kans op terugplaatsing groter, maar tot nu toe blijven de meeste leerlingen op de lom-school, totdat hun diploma is behaald. Hun achterstanden zijn te groot.

In het basisonderwijs is samenwerking met het speciaal onderwijs intussen gemeengoed. Het 'Weer-samen-naar-school'-beleid heeft de scholen tot de opzet van samenwerkingsverbanden aangezet. Snellere terugplaatsing, maar vooral het voorkomen van doorverwijzing naar speciale scholen is het doel. Leerkrachten van de speciale scholen begeleiden probleemleerlingen op de basisscholen.

Volgens een deze week verschenen discussienota van staatssecretaris Wallage van onderwijs moet het voortgezet onderwijs ook dergelijke samenwerkingsverbanden gaan inrichten. Daar moeten lom-, MLK (zeer moeilijk lerende kinderen)- en ZMOK (zeer moeilijk opvoedbare kinderen)-scholen aan mee gaan doen. Nu zitten nog 25 000 leerlingen op een van de scholentypen, 10 000 meer dan begin jaren achtig.

Het voortgezet onderwijs is allang op de hoogte dat ook daar een soort 'Weer-samen-naar school'-beleid gaat gelden. De overheid heeft een aantal jaren geleden geld vrijgemaakt om scholen met samenwerkingsverbanden te laten experimenteren. Daar is ruim gebruik van gemaakt, getuige de tientallen, op Utrecht gelijkende, projecten die over het hele land zijn verspreid.

Volgens I. van Setten, die vanuit het Schooladviescentrum het Utrechtse project begeleidt, is Wallages notitie vooral bedoeld om de reeds bestaande projecten een wettelijk kader te geven. Ze zijn nu al twee keer met een jaar verlengd, wat de scholen veel onzekerheid geeft. Van Setten denkt overigens dat Wallage nog wel verder kan gaan dan de oprichting van samenwerkingsverbanden: fusie. "Leerlingen van lom en MLK kunnen begaafd genoeg zijn om mavo of zelfs havo te halen. Fusie met brede gemeenschappen maakt schakelen dan makkelijk." Voorwaarde is wel dat de speciale scholen aparte gebouwen houden. Massaliteit is vaak juist de reden van uitval, vertelt Van Setten.

Onderwijsinhoudelijk zijn er ook geen hindernissen om tot fusie over te gaan, vindt Van Setten. De basisvorming die in augustus voor de eerste jaren van het voortgezet onderwijs wordt ingevoerd, heeft globale kerndoelen. Dus ook op speciale scholen moeten de leerlingen de doelen kunnen halen. Maar vijftien vakken is te veel, denkt Van Setten. De scholen mogen echter een deel van de vakken vrijstellen, dus ook dat is geen beletsel.

Fluitje

Voor de IVBO-afdelingen is de regelgeving over de basisvorming even soepel. Als de speciale scholen en de IVBO-afdelingen de roosters op elkaar aanpassen, is schakelen een fluitje van een cent geworden. Adjunct-directeur G. de Groot van De Bron, een school voor individueel voorbereidend beroepsonderwijs in het Utrechtse samenwerkingsverband, ziet nog een voordeel in de basisvorming. "De lom-scholen hebben algemeen vormende vakken, geen praktijkvakken zoals onze school. Ik denk dat veel leerlingen die nu in het speciaal onderwijs zitten het bij ons op school goed zouden redden, vanwege die praktijkvakken. Maar de ouders laten ze liever nog even op de speciale scholen zitten, in de hoop dat ze later naar de mavo kunnen. Dat soort argumenten vervallen, als het speciaal onderwijs ook basisvorming moet geven."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden