Review

Van Rossem 'ontdekt nieuwe Blaman'Ik werd volledig gegrepen door het trieste leven van die vrouw'

'Een dode zwaan in Tann', verschijnt bij uitgeverij De Prom en is vanaf volgende week voor 24,90 gulden te koop. (ISBN 90 6801 348 3).

Dat zijn naam op de omslag staat, heeft volgens van Rossem evenwel louter een commerciele achtergrond. "De uitgever zei: 'Jouw boeken verkopen altijd. Flopt 'Een dode zwaan in Tann' in Nederland, dan kunnen we het met jouw naam erop altijd in Belgie nog proberen'." Maar een flop is volgens Van Rossem uitgesloten.

Hij rept zelf van een publikatie met grote literaire waarde. "Ik heb bij toeval de eerste modernistische roman in de Nederlandse taal in handen gekregen. Toen ik het manuscript doorlas, benam het mij de adem. Dit werpt een heel ander licht op de literaire historie. Van Anna Blaman wordt verkondigd dat zij de eerste modernistische roman heeft geschreven. Maar deze teksten zijn minstens zo gedurfd als die van Blaman."

De werkelijke schrijfster van 'Een dode zwaan in Tann' zou ene Helene Willink uit Winterswijk zijn. Dat de familie Willink, een geslacht van Achterhoekse textielbaronnen, haar bestaan ontkent, geeft het boek al voor voor de verschijning een extra demensie. Wie was Helene Willink?

Van Rossem heeft uit de handgeschreven teksten opgemaakt, dat Helene Willink in 1898 moet zijn geboren uit een relatie tussen J. H. Willink, directeur van textielfabriek De Batavier in Winterwijk en plaatselijk bekend als 'Manke Jan', en een dienstmeisje van de familie.

Verwarring

Haar moeder zou in het kraambed zijn gestorven, waarna Helene met de andere kinderen zou zijn opgevoed in het gezin Willink. Om de verwarring compleet te maken, zou Helene, zoals de schrijfster zich noemt, in werkelijkheid een andere voornaam hebben gehad.

De manier waarop Van Rossem de in de derde persoon gestelde manuscripten en een aantal brieven en foto's in handen zegt te hebben gekregen, maken de vragen omtrent de authenticiteit ervan alleen maar groter.

Van Rossem: "Een paar jaar geleden was ik op vakantie in Twente. Mijn zoontje is gek op treinen en daarom brachten we een bezoek aan het Museum Buurtspoorweg in Haaksbergen. Ik werd daar aangesproken door een student van de Universiteit Twente, die mij zei te herkennen van twee lezingen die ik daar had gegeven.

'Als u zo geinteresseerd bent in treinen, heb ik nog wat interessants voor u', zei die jongen. De volgende dag kwam hij bij hotel De Wiemsel in Ootmarsum, waar ik toen logeerde, een dik pak handgeschreven papieren brengen. Hij zei ze hebben gekregen van iemand van de Spoorweg-interessegroep Winterswijk."

"Ik ben erin begonnen te lezen en het ging inderdaad over spoorwegen. Het was langdradig en omdat het onderwerp me toch al niet interesseerde, heb ik het weer weggelegd. Toen ik een paar maanden geleden van Knokke naar Antwerpen verhuisde, vond ik die papieren terug."

"Ik begon toen ergens willekeurig te lezen en kwam een passage tegen over iemand in wie ik Paul van Ostayen meende te herkennen. De schrijfster bleek Van Ostayen te hebben gekend. Ik heb toen verder gelezen en werd volledig gegrepen door het trieste levensverhaal van die vrouw."

Tragisch

Het levensverhaal van Helene Willink is dat van een jonge vrouw die, na zich te hebben ontrukt aan de beklemmende druk van een protestants plattelandsmilieu, in Berlijn beland. In een goddeloze omgeving van bohemiens gaat zij na een leven dat is doordrenkt met alcohol, drugs, sex en even stormachte als tragische liefesaffaires, ten onder.

Helene Willink zou zich in 1928 op dertigjarige leeftijd hebben verhangen aan een gaslantaarn, nadat haar dochtertje door haar onoplettenheid zou zijn verdronken.

Van Rossem: "Helene Willink heeft een liefesrelatie gehad met de anarchistische schrijver Franz Jung. Ze schrijft over een kerstnacht tijdens de eerste wereldoorlog waarin ze op een station staat te wachten op Franz, die met verlof van het front moet terugkeren. Hij komt echter niet opdagen. Daarmee eindigt ook het eerste deel van het verhaal, dat we in vijf delen gaan uitbrengen."

"Later komt ze er achter, dat hij op dat moment al veertien dagen in de stad was en die had doorgebracht bij een andere 'lief'. Die Franz Jung is een van de grootste mafkezen die er ooit heeft geleefd. Hij was naast schrijver ook econometrist en beursdeskundige." Dan, uitbundig lachend: "Ik herken veel van mezelf in die man."

In 1921 is Jung volgens Van Rossem naar Moskou vertrokken. "Hij is er gekomen door een boot te kapen en de bemanning in gijzeling te nemen. In Rusland kreeg hij van de communisten opdracht om een luciferfabriek te reorganiseren. Helene is in diezelfde tijd naar Rusland verhuisd, dat blijkt uit brieven die ze heeft geschreven aan een van de zonen van de toenmalige eigenaren van Van Gend en Loos."

Begin jaren twintig vertrok een oom van Helene, zo zegt Van Rossem bij zijn naspeuringen te hebben ontdekt, voor een opvallend lange periode op zakenreis naar Berlijn en Rusland. "Ik vermoed dat die oom heeft geprobeerd haar te vinden."

In Winterswijk en omstreken heeft de aankondiging van de publikatie van 'Een dode zwaan in Tann' de nodige stof doen opwaaien. Hendrik Willink (68), een telg uit het Achterhoekse textielgeslacht, reageert desgevraagd echter tamelijk onderkoeld.

"Eerst waren er onthullingen over onechte kinderen van Prins Hendrik en nu over die van Willink. We zouden bijna gaan denken dat we een belangrijke familie zijn" , grapt Willink. Hij zegt de hele familiestamboom te hebben nageplozen en bij iedereen die het zou kunnen weten navraag te hebben gedaan. Maar hem is niets van het bestaan van een onechte Willink-dochter gebleken.

"Waarmee ik niet wil zeggen dat het niet zou kunnen. Dat soort dingen gebeurde vroeger wel vaker. En over onplezierige zaken werd toen liever gezwegen."

Willink moet verre familie zijn van de vermoedelijke vader van Helene: "Als het allemaal klopt zijn zijn opa en mijn overgrootvader broers geweest. Ik heb ook twee vermoedelijke broers van Helene gekend en die hebben nooit ergens met een woord over gerept. En ik kan ze het niet meer vragen want ze zijn overleden." Jean Pierre van Rossem zegt geen enkele twijfel te hebben over de authenticiteit van de tekst.

"Er staan zo veel controleerbare details in die betrekking hebben op Winterswijk, dat het wel in die tijd moet zijn geschreven. Wist u dat er voor de eerste wereldoorlog een kwartier tijdsverschil was tussen Duitsland en Nederland en dat Winterswijk ooit 35 sporen en twee stations had?"

Eerlijk

"Maar om eerlijk te zijn vind ik de vraag of Helene Willink nu wel of niet heeft bestaan niet eens zo interessant. Het gaat om de tekst. En die boeit. Alleen in de eerste hoofdstukken, die over de spoorwegen gaan (de Willinks zijn oprichter van de Overijssels-Gelderse Spoorwegmaatschappij-GK), heb ik serieus gesnoeid. Verder zijn er een paar langdradige niet ter zake doende dialogen geschrapt."

De hypothese dat hij bij wijze van schelmenstreek zelf wel eens in de pen zou kunnen zijn geklommen, wijst het Belgische enfant terrible met gespeelde verontwaardiging van de hand. "Dat kunnen alleen mensen zeggen die nog nooit iets van mijn hand hebben gelezen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden