ReportageBabykleding

Van rompertje tot badcape: in dit atelier wordt alles gekleurd met natuurlijke verf

Links Roua Alhalabi (links) en Shifon Kiflom Alemdom verven een stof in het Boro-atelier in Amsterdam.Beeld Maartje Geels

Textielverf kan zoveel duurzamer, vinden ze bij Boro Mini, een bedrijf voor baby-artikelen. In een voormalig hts-gebouw in Amsterdam-West kleuren ze de stoffen met plantenextracten.

Tijd en temperatuur luisteren nauw bij plantaardig verven, het is haast graden- en secondenwerk. Roua Alhalabi, ‘hoofd verven’ in het Boro atelier, beweegt een lap gelige stof door een houten vat met indigo. Hoe langer de stof erin blijft, hoe donkerder hij wordt. Voor een spijkerbroek is dat geen probleem, voor een groene babydoek wel.

Na krap een halve minuut haalt Alhalabi de lap uit het vat en loopt ermee naar de wasbak. Onder de kraan verschiet de stof van kleur: van groen naar geel en weer terug naar blauw. “Dat komt door de reactie met het water en de lucht,” zegt ze. “Nu moet hij eerst drogen. Daarna gaat hij in de wasmachine om het groen beter te laten uitkomen.”

Indigopoeder

Hoe meer indigo er in een vat zit, hoe sneller en sterker de verf werkt. Het vat waarin de lap groen is geverfd, is een ‘nieuw’ vat. “Het indigopoeder is aangelengd met water en vermengd met kalk en fructose”, legt Alhalabi uit. Ze roert met een spatel en wijst in het vat. “Kijk, die dikke bal is de verf, ook wel ‘bloem’ genoemd. Als de stof daar tegenaan komt, ontstaan er vlekken.”

Aan de rand van het vat kan ze aflezen hoeveel verf er nog in zit. “Als er aan de bovenkant een randje olie zit, is de verf sterk. Als de olie wat gelig is, moet ik extra kalk toevoegen.” Ze doet de spatel in een ‘oud’ vat en roert. Er gebeurt niks. Het lapje dat ze er ter illustratie in doet, is na het afspoelen een stuk lichter dan het diepe blauw van de groene doek.

De stof wordt met een rijst-substantie bewerkt waardoor er op plekken waar figuurtjes in het raam zitten geen of nauwelijks verf komt.Beeld Maartje Geels

Marte Haverkamp, die de marketing en sociale media van Boro Mini doet, laat een takje indigo zien. “De kleurstof zit in de blaadjes, die worden gedroogd, gefermenteerd en tot poeder vermalen. Er zijn nog maar weinig plekken op de wereld waar natuurlijke indigopoeder wordt gemaakt. In Japan zijn er een paar, in Frankrijk en in Centraal-Amerika, waar onze leverancier het inkoopt.”

Fast-fashion

Vrijwel alle spijkerbroeken en -jassen zijn met synthetische indigo geverfd, die veel goedkoper is. “In landen waar fast-fashion wordt gemaakt, hebben de rivieren de modekleuren van het seizoen”, zegt Haverkamp. “Bovendien is er erg veel water voor nodig om de geverfde stoffen uit te spoelen. Dat is vervuilend en schadelijk voor mens en milieu. De inkten en mineralen die wij gebruiken, breken vanzelf weer af.”

Lotje Terra, een van de oprichtsters van het Boro atelier, werkt ietsje verderop achter een computer. “Toen ik net was bevallen, vroeg mijn kraamverzorgster of ik misschien nog iets over had van het kraampakket, om te doneren aan moeders die het goed zouden kunnen gebruiken.

Stille armoede

Er is veel stille armoede onder zwangere alleenstaande vrouwen in Amsterdam.” Terra besloot­­ hierop een sociaal atelier op te zetten, om deze moeders aan het werk te helpen. “Rijkere moeders zouden dan babyspullen kunnen kopen die door arme moeders waren gemaakt.”

Terra’s goede vriendin, de ontwerpster Celia­­ Geraedts, was vlak daarvoor naar Japan geweest, waar ze natuurlijke indigo had gezien en zich realiseerde hoe vervuilend synthetische verven zijn. “We wilden producten maken met een positieve impact op mens en milieu”, zegt Terra. “Door Celia’s kennis van oeroude verftechnieken te combineren met mijn wens voor een sociaal atelier, is het Boro atelier ontstaan.”

Behalve aan de eigen productlijn werken ze bij het Boro atelier ook in opdracht voor grotere modemerken.Beeld Maartje Geels

Het Boro atelier, de naam refereert aan een Japanse textieltechniek, startte in 2016 als pilot­­-project. Toen er voldoende subsidie beschikbaar was om door te gaan, werden eigen ontwerpen ontwikkeld, die begin 2018 in de verkoop gingen. De dekentjes, badcapes, slabbetjes en hydrofieldoeken zijn van gecertificeerd biologische katoen en bevatten geen (resten van) chemicaliën die bij conventionele textielproductie worden gebruikt. De producten zijn online te koop en verkrijgbaar bij een handjevol winkels in Amsterdam en Antwerpen. Goedkoop zijn ze niet, al is dat ook niet anders te verwachten bij handwerk.

Behalve aan de eigen productlijn werken ze bij het Boro atelier ook in opdracht voor grotere modemerken. Deze commerciële verf- en productieopdrachten zorgen voor een stabiele inkomstenstroom. In het atelier zijn steeds zo’n twaalf mensen aan het werk, die zowel achter de naaimachine zitten als stof en kledingstukken verven. De medewerkers volgen een opleidingstraject, waarbij het na een half jaar de bedoeling is dat ze doorstromen naar een passende baan.

Dat gaat goed, zegt Haverkamp. “Niet iedereen komt in de textielsector terecht, sommigen wel. Laatst was hier een klantmanager van iemand met een uitkering. Het viel haar op dat iedereen hier zo’n blije uitstraling heeft, niet meer gesloten en krampachtig.”

Voordat de stof überhaupt kan worden geverfd, moet hij worden voorbehandeld met koudbeits. Dan volgt een bad van galappel. Galappel bevat veel tannine, zodat de verf beter hecht.Beeld Maartje Geels

Ze denkt dat het komt door de combinatie van mensen. “We hadden hier een tijdje wat oudere dames die niet meer aan het werk kwamen. Zij hielpen de nieuwkomers, veelal statushouders, met de taal. De afspraak is dat iedereen tijdens werktijd zoveel mogelijk Nederlands spreekt. We werken samen met een taalschool, waarvan de coaches lesgeven op de werkvloer. We zijn ervan overtuigd dat je de taal dan beter leert dan thuis uit een boek.”

Maandenlang testen

Alhalabi vluchtte drie jaar geleden uit Syrië naar Nederland. Ze vond Boro Mini via Facebook en kon meteen aan de slag. Door haar achtergrond als grafisch ontwerper viel ze al snel op. Na verdiepingscursussen in natuurlijk verven bij studio Tinctoria in Amsterdam is ze onmisbaar geworden voor het atelier.

Het groen dat Alhalabi uit het indigovat heeft gehaald, is het resultaat van maandenlang testen met volgordes en verhoudingen. Simpelweg verfstoffen bij elkaar gooien, werkt niet bij plantaardig verven, tenzij je uit bent op smoezelig bruin.

Voordat de stof überhaupt kan worden geverfd, moet hij worden voorbehandeld met koudbeits. Dan volgt een bad van galappel. Galappel bevat veel tannine, zodat de verf beter hecht.

De doeken worden bewerkt met een rijst-substantie.Beeld Maartje Geels

Zeker bij mengkleuren begint het dan pas. Voor groen gaat de stof eerst in een bad van reseda, een kleurstof uit de steel van een bloemetje. Daarin ligt hij vier uur te weken, wat hem een beetje stijf maakt. Het indigovat moet vervolgens warm zijn, zodat de verf als het ware op de stof ‘smelt’. Tijdens de dip van een halve minuut beweegt Alhalabi haar vingers om te voorkomen dat er plekken ongeverfd blijven.

Dezelfde toewijding is vereist bij het zeefdrukken, dat lijkt op batik. De lappen worden onder een zeefdrukraam gelegd en besmeerd met een laag rijstpasta of aardappelzetmeel. In een verfbad blijven de ‘bedrukte’ delen ongekleurd. Als de verf is opgedroogd, wast het zetmeel er in de machine uit.

Alhalabi smeert wat rijstpasta op een proeflap en dipt hem in het indigovat. Ze haalt hem er snel weer uit. “Oh nee, vergeten! Doordat het vat warm is, smelt de rijstpasta. Zo krijg je geen echt wit patroon.” Er gaat een kookwekker voor een lap stof die uit een ander verfbad moet worden gehaald. “Ik ben nu aan het experimenteren met bruin”, lacht ze. Uit experimenten kunnen immers de mooiste dingen voort komen.

Lees ook:

Een eerlijke trui kost al gauw een paar honderd euro

Toen Reina Ovinge van The Knitwit Stable haar eerste collectie truien bij een winkel afleverde, is ze die zelf gaan helpen verkopen. Zodat ze de klant kon uitleggen waarom een trui geen paar tientjes kán kosten.

Algen, zo zacht als wol

De wereld sprak vorig jaar in Parijs af de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden. Maar hoe? Onderzoekers en kleine bedrijven zoeken oplossingen: kleding gemaakt van algen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden