Van Romeins officier tot Frankische boeman

'De koeien dragen staarten' is de opmerkelijke mededeling waarmee kinderen in sommige Nederlandse plaatsen nog immer langs de deur gaan op de elfde van de elfde maand. Allemaal ter ere van Sint Maarten, de vierde-eeuwse Franse heilige.

Nog steeds rusten de botten van Sint Maarten (316-397) aan de oever van de Loire, al heeft de oude basiliek waarin hij werd begraven voor een negentiendeëeuwse replica plaats gemaakt. Tijdens zijn bezoek aan Frankrijk in 1996 bad Paus Johannes Paulus in Tours op zijn graf. Want Frankrijks oude faam van 'allerchristelijkste dochter van de kerk' is mede het werk van St. Maarten.

Behalve een apostel van Frankrijk, was hij de eerste katholieke heilige die niet ook martelaar was. Dat was te danken aan de Pax Romana en de godsdienstvrede waarvan sinds 313 op last van keizer Constantijn ook het christendom genoot. Al enkele generaties na zijn dood leek de tijd waarin St. Maarten had geleefd een gouden eeuw. Halverwege zijn Geschiedenis der Franken, nu in een complete en goed leesbare vertaling als Historiën uitgegeven, schrijft Gregorius van Tours (538-594): ,,Met tegenzin zet ik mij aan de taak alle wederwaardigheden van de burgeroorlogen die het volk en het rijk van de Franken aan de rand van de afgrond brengen, te beschrijven.''

Dan heeft de negentiende bisschop van Tours er al vier boeken moord en doodslag opzitten, en nog zes zullen volgen. Koningen stonden hun zoons naar het leven, vorstinnen vermoordden elke rivale, edelen mergelden hun horigen uit. Toch worden in de 'Historiën' schanddaden nogal eens verijdeld door ingrijpen van de heilige Martinus, alias St. Maarten. Gregorius was zeer trots op zijn grote ambtsvoorganger in Tours. In de zesde eeuw waren de christelijke bisschoppen niet louter kerkelijke dignitarissen: ,,Men kan zelfs beweren dat de bisschoppen optraden als de feitelijke plaatsvervangers van de verdwenen Romeinse ambtenaren, als echte defensores, verdedigers van de civitas, maatschappij, ook naar haar aardse aspect. De enige intacte kracht van de oude cultuur was het geloof, en de leiding ervan kwam uiteraard in handen van de kerkelijke leiders.'' Aldus de kunsthistoricus F. van der Meer in zijn 'Atlas van de Westerse Beschaving' (1951).

Martinus, de tweede bisschop van Tours, aanvaardde met tegenzin en alleen na lang aandringen de bisschopstaf. Hij was een voormalig Romeins officier, en kon er rustig op vertrouwen dat er genoeg gegadigden voor een loopbaan in het Rijk waren. Liever was hij kluizenaar gebleven.

Tweehonderd jaar later, toen Gregorius het bisschopsambt aanvaardde, was van Romeins militair gezag geen sprake meer. Bouwgronden waren weer door bos overdekt, en ook de literaire cultuur had te lijden gehad. In het door Germaanse stammen -onder wie de Franken- onder de voet gelopen Gallië voelden Gregorius en zijn collega's zich hoeders van een Latijnse traditie, 'ook al zondig ik tegen de regels van de grammatica, omdat ik die nu eenmaal niet goed ken'. Voor de bisschoppelijke taakvervullling was nu lef en bluf nodig.

Sint Maarten was een zendeling in een heidens maar ordelijk Gallië geweest. Gregorius had daarentegen niet met ongeloof te kampen, maar met de middelpunt vliedende krachten die vanuit de hoeven en hoven waarin het land uiteen was gevallen opereerden. Weliswaar had met de doop van de Frankenkoning Clovis in 498 het christendom de zwaardmacht achter zich gekregen, maar daarmee werden ook de brute manieren van de Frankische hofhouding binnengehaald. (De inleider van de 'Historiën', M.A. Wes, heeft overigens nog heel wat te zeggen over de datum en toedracht van Clovis' bekering, waar de huidige Franse elite zo aan gehecht is).

Gregorius' geschiedenis handelt grotendeels over de listen en lagen die Clovis' zonen en kleinkinderen voor elkaar spanden in het gevecht om de koninklijke erfenis. Bovendien dreigde voor Gregorius vanuit het zuiden het gevaar van de Ariaanse ketterij, die de goddelijke natuur van Christus ontkende. De Goten die in Italië en Spanje waren neergestreken, en in het zuiden van Frankrijk hun invloed lieten gelden, waren Ariaanse christenen. Regelmatig onderbreekt de bisschop zijn bloedige kroniek met de woordelijke weergave van een dispuut tussen hemzelf en een ketter over de aard van de goddelijke drievuldigheid. Op koningen -ook op Clovis, meent M.A. Wes- oefende een uiteengerafelde drievuldigheid grote bekoring uit. Het was de aantrekkingskracht van een veelgodendom waarbij een heerser elke macht het zijne kon betalen, en op een wederdienst mocht rekenen. De moord op de godmens Christus schiep echter een gecompliceerde schuld, ook onder de heersers der aarde, die alleen via priesterlijke bemiddeling ingelost kon worden.

In de zesde eeuw werd men niet meer heilig door zijn mantel aan een bedelaar te schenken, zoals St. Maarten had gedaan. Vernieling van afgodenbeelden en wonderbaarlijke genezingen waren ook niet meer voldoende. Anarchie en ketterij vergden een bestuurlijker aanpak, waarbij de hulp van St. Maarten overigens welkom was. Bij gelegenheid doodde ook Clovis in koelen bloede een van zijn soldaten die in de omgeving van Tours een boer van zijn hooi had beroofd, want: ,,Hoe kunnen we op de overwinning hopen, wanneer we de heilige Martinus tegen ons innemen?'' Gregorius moest laveren tussen de smeekbeden en dreigementen van Clovis' vier kleinzonen die allemaal stukjes Gallië voor hun rekening namen, maar altijd op meer uit waren. En niet in de laatste plaats op de voorspraak van de machtige heilige wiens resten door Gregorius beheerd werd. Van een van die kleinzonen, koning Chilperik, zegt Gregorius -na zijn dood wel te verstaan- dat hij 'de Nero en Herodes van onze tijd was'. Diens gemalin Fredegunde zette na de dood van haar gemaal het moordzuchtig handwerk enthousiast voort.

Tegen dit soort Macbeths hielp geen naastenliefde. Alleen religieuze chantage en wondermacht schrikten de woestelingen wel eens af. Meermalen wordt in de 'Historiën' de hand met het zwaard gestuit dankzij een beroep op Martinus. Dodelijke ziekten komen over wie de vrede van Martinus' kerk schendt. Die magische preventie en wraak van de heilige zijn kerend steeds terug in paragrafen vol mirakels en rampen die Gregorius zijn lezers opdist: ,,In het gebied van Chartres stroomde echt bloed uit een stuk brood dat men in tweeën had gebroken.'' De Heilige Drieëenheid bleef gespaard, maar links en rechts verschenen mindere goden, al of niet uit het graf, die zich door mensen lieten bidden. Asterix en zijn makkers mochten bang zijn dat de hemel hun op het hoofd zou vallen, en de Gallo-Romeinen uit de vierde eeuw beeldden graag de wondere werken van Christus af op hun sarcofagen. Maar dat was alles nog op maat, vergeleken met de wanen van Gregorius.

Met de overheersing van de Frankische en andere Germaanse volken zette een verwildering van stad en land in die nog doorklinkt in volkenkundige handboeken als het 'Le folklore Français' van Arnold van Gennep (1943,1998) Een moderne versie van dat 'wilde denken' beluisterde ik in de verzekering van een bevriende Franse boer dat de Groenen, om maar natuur te scheppen, zakken met slangen afwierpen uit vliegtuigen. Dat natuur nu net cultuur was geworden, was voor hem niet te bevatten. De achterblijvers leven in een behekste wereld.

Ondertussen is tot in Nederland Martinus aan het volksgeloof ten offer gevallen. 'Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten etc.', zingen de kinderen. Die bedeltocht is een vrolijke verbastering van het mededogen van een Romeinse officier. Gregorius' kroniek laat echter zien hoe een keizerlijk christendom, zijns ondanks, dekking zocht in een woud van vervloekingen en bezweringen. Weer tweehonderd jaar later zou Karel de Grote het daaruit bevrijden, door de Rijksvrede te herstellen. Maar de gruwels bleven de kerk bij, al was het maar als waterspuwers op de kathedraal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden