Van piraterij komt piraterij

(\N) Beeld
(\N)

Oorlogsvloten van de Navo en de EU jagen op Somalische piraten, maar negeren grootschalige illegale visserij in de regio. Niet slim, want deze ándere piraterij is minstens even schadelijk.

Vanaf midden augustus gaat het Nederlandse fregat Harer Majesteits Evertsen eindelijk doen wat vorig jaar nog niet mocht: piraten vangen. Het oorlogsschip zal het commando voeren in een militaire EU-missie met de codenaam Atalanta. De Evertsen is geen vreemde verschijning in Oost-Afrikaanse wateren: vorig jaar begeleidde het fregat voedseltransporten vanaf de Keniaanse havenstad Mombasa richting Somalië. Atalanta richt zich naast het escorteren van voedselschepen nu dus ook op bestrijding van piraterij, die de scheepvaart in het gebied zoveel overlast bezorgt.

Is de EU-missie in principe tijdelijk, de Navo heeft een piratenbestrijdings-eskader van permanente aard opgetuigd. Nederland speelde hierin tot voor kort een leidende rol. Nu De Zeven Provinciën, het vlaggeschip van de marine, onlangs is afgezwaaid, vervullen Griekenland, Italië, Groot-Brittannië, Turkije en de Verenigde Staten de bondgenootschappelijke taak. In dit geval de strijd tegen het rot van de Indische Oceaan.

Joegen de piraten met hun kapingen de wereld al aardig op kosten, met de courante militaire inspanningen erbij, begint het probleem aardig in de papieren te lopen.

Schattingen over de hoeveelheid uitgekeerd losgeld lopen uiteen van 35 miljoen tot 300 miljoen dollar. De Londense denktank Chatham House houdt het op ongeveer 80 miljoen dollar in 2008. „Tweeënveertig succesvolle kapingen en gemiddeld twee miljoen dollar per schip”, aldus onderzoeker Roger Middleton. De Brit baseert zich onder meer op gegevens van verzekeringsmaatschappijen, die met hoge premies overigens flink aan de piraterij verdienen.

Wat is uitgemond in georganiseerde misdaad, begon ooit als verzet tegen iets geheel anders, namelijk illegale visserij. „Somalische vissers zagen dat schepen uit het buitenland zonder vergunning in hun wateren opereerden. Toen begonnen ze hun netten te saboteren”, brengt Andrew Mwangura in herinnering. Deze Keniaan werkt voor het regionale Seafarers Assistance Programme en geldt als autoriteit op het gebied van de scheepvaart in de regio. „Van het een kwam het ander en uiteindelijk bleek het lucratiever om schepen te kapen dan te blijven vissen”, zegt hij in zijn thuisbasis Mombasa.

Teruggrijpend op het verleden presenteren piraten zich nog altijd graag als de Robin Hoods van de zee. „Velen in Somalië geloven dat wij de redders zijn van de Somalische wateren”, zegt een voormalige piraat, die zijn dagen nu in hoofdstad Nairobi slijt. „Van alle misdaden die worden begaan, zoals gif dumpen en illegale visserij, is piraterij de kleinste zonde.”

De opvattingen van deze ex-kaper zullen westerse wenkbrauwen doen fronsen maar ze oogsten tegelijkertijd instemming bij een deel van de publieke opinie in Somalië en in Kenia, dat ook te kampen heeft met clandestiene visserij.

De VN-gezant voor Somalië, Ahmedou Ould-Abdallah, heeft eveneens gewezen op het verband tussen beide kwaden. Hij haalde vorig jaar het voorbeeld aan van een Spaans schip dat zonder vergunning op tonijn viste en werd gekaapt door piraten. Er zijn meer voorbeelden te geven. Wordt er in Nederland in de Tweede Kamer een levendige discussie gevoerd over het al dan niet meesturen van mariniers op koopvaardijschepen, Frankrijk heeft zoals gebruikelijk minder scrupules. Het land regelt militaire escortes voor zijn tonijnvissers in de westelijke Indische Oceaan.

Beide krachten, piraterij en illegale visserij, zijn inmiddels ontketend. Beide gedijen goed als gevolg van de totale anarchie in Somalië. Spaanse, Griekse, Italiaanse, Franse, Zuid-Koreaanse en Chinese schepen vissen onbekommerd de Oost-Afrikaanse wateren leeg – niet zelden geholpen door Somalische warlords, krijgsheren die nepvergunningen uitschreven en bescherming boden en mogelijk nog altijd bieden. Dit verstrekte de oorlogsbazen een machtsbasis, logischerwijs een slechte zaak voor de veiligheid en de stabiliteit aan land.

Anderzijds kunnen piratenbendes door het volledig ontbreken van effectief centraal gezag ongehinderd hun gang blijven gaan. Terecht stelde minister van buitenlandse zaken Maxime Verhagen onlangs op een piraterij-congres in Den Haag: „De uiteindelijke oplossing ligt aan land.”

Dáártover is iedereen het inmiddels wel eens. In zijn toespraak repte Verhagen echter met geen woord over die andere vorm van georganiseerde misdaad. Inderdaad, illegale visserij (en ook gifdumping). Saillant in dit verband is dat landen die fanatiek meedoen aan de jacht op piraten bewust of onbewust een oogje dichtknijpen voor illegale vissers met dezelfde nationaliteit. Op een nieuwssite betichtte onlangs een Somalisch parlementslid, Ahmed Awad Ashara, expliciet Spaanse en Zuid-Koreaanse schepen van illegale overbevissing.

Dat er van overbevissing sprake is lijkt wel zeker. Onderzoek van de Marine Resources Assessment Group wijst uit dat er jaarlijks tenminste 850 schepen zonder vergunning vissen in Somalische wateren. Net als bij piraterij lopen de schattingen uiteen over het bedrag dat met de duistere praktijken gemoeid is. Volgens Mwangura, die zich baseert op cijfers van de High Seas Taskforce, een internationaal samenwerkingsverband van regeringen en niet regeringsgebonden organisaties (ngo’s), gaat er jaarlijks meer dan 330 miljoen euro in om.

Let wel: dat is meer dan de hoogste schatting van uitgekeerd piratenlosgeld. Met andere woorden, de verdiensten uit illegale vangsten zouden wel eens groter kunnen zijn dan de materiële schade veroorzaakt door piraterij.

Ofschoon het vanwege de onveiligheid rondom Somalië lastig is om gegevens in te winnen, zijn er veel aanwijzingen dat de economische én ecologische schade aanzienlijk is. Ironisch genoeg is het diezelfde onveiligheid, c.q. de spectaculaire toename van het aantal kapingen in de afgelopen twee jaar, die de vangsten van met name de populaire geelvintonijn deed slinken. In die zin is piraterij inderdaad te zien als een blessing in disguise, althans voor de tonijn.

Zoals de piraterij steeds grotere delen van de Indische Oceaan bestrijkt, breidt ook illegale, ongereguleerde en niet-gerapporteerde visserij zich steeds verder uit. Stephen Ndegwa werkt al jaren als specialist bij het Keniaanse ministerie van visserij met standplaats Mombasa. Vorig jaar registreerden de autoriteiten 85 buitenlandse vissersschepen. Ndegwa schat dat er minstens evenveel ongeregistreerde boten rondvaren voor de kust van Kenia. „Een longliner uit bijvoorbeeld Taiwan heeft een capaciteit van honderd ton. Die vangst gaat naar enorme moederschepen die het dertigvoudige kunnen vervoeren, om vervolgens koers te zetten naar de eindbestemming Azië”, zegt Ndegwa.

Het gaat de universitair geschoolde Ndegwa aan het hart dat buitenlandse bedrijven voor relatief weinig geld een vergunning kopen, waarmee ze zonder enige beperking mogen vissen. Kom er eens om in de Noordzee, waar alles aan quota gebonden is. „De kosten van een vergunning halen ze er in een week uit”, stelt de ambtenaar. Naast longliners en schepen met enorme trechtervormige netten die uitsluitend op tonijn vissen, zijn er trawlers actief, die het hebben voorzien op onder meer krab en garnalen. Schrapend over de zeebodem nemen de trawlers alles mee wat er in de netten komt. De kleine man merkt de gevolgen. „Die trawlers komen veel te dicht bij de kust”, weet Hadi, die kleine vissers vertegenwoordigt in Mombasa. „Zij hebben onze nering beschadigd.”

Zijn klacht staat niet op zich. In alle vroegte, nog voor zonsopkomst, komen vissers één voor één Mandobini binnendruppelen, een oud haventje in de kustplaats. De teneur: vroeger ving je nog wel eens iets anders dan sardientjes; garnalen worden weggeschraapt door trawlers. „Het zijn de boti kubwa”, grote boten in Swahili, „waardoor ik minder vang”, zegt de oude Ali Amer.

Ndegwa onderstreept dat het gebrek aan regels en handhaving tot excessen heeft geleid. „Er is sinds de onafhankelijkheid geen beleid gevoerd”, erkent hij openhartig. „Als het zo doorgaat, blijft er voor de volgende generatie weinig te makken over.”

De ambtenaar legt uit waarom de Oost-Afrikaanse kustwateren zo’n aantrekkelijke plek vormen voor onder meer de tonijnvangst. „De noordelijke en zuidelijke zeestromen botsen als het ware voor de kust van Somalië tegen elkaar aan. Die beweging haalt veel voedingsstoffen vanuit de zeebodem naar de oppervlakte, en dat levert veel voedsel voor de vissen op.”

Slecht bestuur in Kenia, non-bestuur in Somalië, het leidt tot vergelijkbare uitwassen. Zeker niet ondenkbaar is zelfs dat kapingen ver uit de Somalische kust worden beraamd in Kenia, de regionale ontmoetingsplek bij uitstek. De piraterijplaag zal volgens kenners aanhouden, de aanwezigheid van westerse oorlogsvloten ten spijt. De kapers deinzen er niet voor terug om schepen te enteren van landen die deelnemen aan de Navo-missie, zoals de kaping van een Turks schip, zeer onlangs, bewijst.

Wandelende scheepsencyclopedie Andrew Mwangura: „Waarom hebben de oorlogsschepen van de Navo en de EU tot op de dag van vandaag niet één illegale visser gearresteerd? Willen ze die soms beschermen?”

Op de plaats van de afspraak, een Chinees restaurant in de havenstad, spreekt de Keniaan met zachte stem. Toen hij vorig jaar onthulde dat de lading van het gekaapte Oekraïense wapenschip MV Faina niet bestemd was voor Kenia – zoals de Keniaanse regering beweerde – maar voor Zuid-Soedan, mocht hij acht dagen in een politiecel doorbrengen. Sindsdien wordt hij naar eigen zeggen gevolgd en let hij extra op zijn woorden.

Volgens Mwangura is het evident dat alle criminaliteit in de Hoorn van Afrika – mensensmokkel, illegale visserij, gifdumping en illegale houthandel – de oorlog in Somalië in stand zal houden. Ook de Keniaan weet dat zolang de blik van de wereld uitsluitend gefixeerd is op de vermaledijde piraterij, de zeeroute langs de Hoorn van Afrika vermoedelijk de gevaarlijkste ter wereld zal blijven.

Zou het niet verstandig zijn om, alvorens de Evertsen vanuit Den Helder koers zet richting de Golf van Aden, nog eens naar het mandaat te kijken?

Naast longliners en schepen met enorme trechtervormige netten, zijn er trawlers actief, die op krab en garnalen vissen. De kleine visser merkt de gevolgen. (FOTO JAN-JOSEPH STOK) Beeld
Naast longliners en schepen met enorme trechtervormige netten, zijn er trawlers actief, die op krab en garnalen vissen. De kleine visser merkt de gevolgen. (FOTO JAN-JOSEPH STOK)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden