Van ophouden weten

Wanneer is het tijd om te stoppen als je beroep geen pensioengerechtigde leeftijd kent? Trouw-redacteur Lodewijk Dros bezocht een optreden van Bob Dylan in zijn 'Never Ending Tour'. "Waarom zegt niemand: Bob, alsjeblieft, stop?"

Waarom doet hij dit? Mijn vrouw schudt haar hoofd. Nummers die ze zelfs achterstevoren afgespeeld nog mee zou kunnen zingen, herkent ze pas na enkele minuten, of zelfs helemaal niet.

Haar held is een uitgelicht poppetje met een hoed op, in de diepte van Ahoy'. Hij is zeventig, een stuk jonger nog dan dat andere idool dat een jaar eerder op het zelfde podium tienduizenden betoverde: Leonard Cohen (toen 76), óók met hoed, en met minder stem dan hij eens had, maar met de waardigheid van een oude man.

Bob Dylan heeft nauwelijks nog noten op zijn zang. Wij, zijn publiek, vieren onze eigen herinneringen aan een voltooid verleden tijd en hebben daar flink voor betaald, het icoon is bij wijze van tegenprestatie in eigen persoon aanwezig en maakt geluid. Hij kreunt en jammert. De profundis.

Waarom doet hij dit - om de kick van het optreden, om geld? Sommige bezoekers wachten het slotnummer niet af en verlaten de zaal. Wij blijven zitten, uit respect voor de grootheid van Dylan die alleen in een paar tellen van de slotakte, Like a Rolling Stone, opflakkert. Waarom zegt niemand: Bob, iedereen mag je nummers verkrachten, maar jij niet? Stop. Misschien krijg je nog eens de Nobelprijs voor de literatuur, zoals Britse bookmakers begin deze maand nog dachten.

Om ons heen wordt lauwtjes geapplaudisseerd. Een toegift komt er niet - de oude meester zal zelf ook wel gevoeld hebben dat een extraatje potsierlijk zou wezen.

Ik had het hem gegund, een finale van de buitencategorie. Echte helden sterven niet, ze stijgen het liefst op like Elijah, zoals Chi Coltrane zong, met een spektakel van Spielbergallure, op een strijdwagen getrokken door witte paarden met vurige ogen regelrecht de hemel in. Helaas, Bob Dylan mag dan Zimmerman heten en Joods zijn, dit voorrecht is maar een paar Joden vergund geweest. De door Coltrane bezongen profeet Elia, Henoch op zijn 365ste en ten slotte Jezus, in zekere zin postuum. En dat is allemaal alweer een tijdje geleden.

Dylan rest de kunst van het ophouden, maar wie beheerst haar?

Beoefenaren van vrije beroepen, zoals veel tandartsen, geestelijken en kunstenaars als Dylan, genieten, het woord zegt het al, de vrijheid om werk in te richten naar eigen goeddunken en ermee door te gaan zolang het ze uitkomt, heel anders dan bij mensen met een baas. Zij zijn de echte gelukkigen, ze hoeven zich niets aan te trekken van een door het parlement vastgestelde houdbaarheidsdatum die we pensioenleeftijd noemen.

Bij alle discussies over de verhoging van die leeftijd trekt de vraag naar de goede leeftijd en de prijs die daaraan hangt, alle aandacht naar zich toe. Wat aan het oog onttrokken blijft is de zegen die zo'n leeftijd is. Je hoeft als eenvoudige loonslaaf niet te kiezen voor het beëindigen van je werkzame leven, je wórdt gestaakt.

Dat is meedogenloos voor hen bij wie het uitzicht op baanloosheid tot ademstokkende paniek leidt. Maar er schuilt ook iets genadigs in die leeftijdsgrens - welke dat ook is.

ZZP'ers moeten het stellen zonder de vrijheid die een opgelegde keus in zich draagt. Hun zwellend leger moddert zich nu nog door een zompig economisch moeras, maar als de soldaten van het vrije werken straks op zekere leeftijd zijn, zal het aan hen en alleen aan hen zijn om antwoord te geven op de vraag: hoe lang nog? En daar bestaat geen simpel antwoord op.

Ze kunnen inspiratie opdoen bij oudere vrije beroepsbeoefenaren, de zelfstandigen die niet gered werden door het magische getal 65, soms met geen, soms met veel personeel.

Zoals de stoere man die als de Schwarzenegger onder de pausen aantrad in 1978: Karol Wojty¿a alias Johannes Paulus II. In de jaren voor zijn overlijden in 2005 schrompelde de Poolse reuzengestalte steeds verder ineen, tot er een kromgetrokken man voorbij strompelde, mompelend en trillend.

Volgens Trouw-journalist Pieter van der Ven kon hij het wel eens hebben betreurd dat hij er niet mee was opgehouden in 1990 - Muur weg, met dank aan de Poolse paus, het was mooi geweest. Hij was zeventig toen - net zo oud als Dylan nu. Maar hij werd, noteerde Van der Ven, 'een acteur die te lang doorging'.

Voor een gewone toneelspeler gold dat zeker. Maar ik zie in JPII's doorzetten een bijzonder soort schoonheid, niet als romantisering van het verval, maar als uiting van een plichtsbesef dat voor weinigen is weggelegd. Bovendien vulde Wojty¿a zo tegen wil en dank het pausschap - het leiderschap van de grootste geloofsgemeenschap ter wereld en alleen daarom al een machtspositie - met afbraak. Een indrukwekkende onmacht, waar gelovigen het volbrengen van kracht in zwakheid in zagen en het sluitende bewijs dat de rooms-katholieke kerk geen multinational is. Al had een pauselijke aanstelling tot het zeventigste levensjaar (net als bij rechters in Nederland) aan veel dooretterend misbruik in die kerk wellicht eerder een eind gemaakt.

Johannes Paulus II, inmiddels zalig verklaard, was in zeker één opzicht een verademing: hij belichaamde de ouderdom zonder het gebotox en gelift van de generatie onder hem, met het tenenkrommende adagium 'Vijftig is het nieuwe dertig' - een slogan die ik trouwens nog nooit een dertiger heb horen verdedigen, en mannen van mijn leeftijd (de halve eeuw nadert onverbiddelijk) des te meer.

Op tijd ophouden, Wim de Bie heeft het niet gedaan, Kees van Kooten weer wel, Wim Kan niet, Silvio Berlusconi en Bassie en Adriaan ook niet. Misschien is deze vaardigheid vooral aan vrouwen voorbehouden.

"Bij iedereen die oud wordt, doet vroeger of later het nuchtere feit zich voor dat de krachten gaan afnemen en dat zo iemand zijn taak niet meer kan volbrengen als voorheen", zei koningin Juliana in 1980 vanuit Soestdijk. "Dan komt er een moment dat het ook niet meer verantwoord is die langer uit te oefenen. Zo voel ik dat voor mij het ogenblik nadert om mijn taak als uw koningin neer te leggen." De crises in haar koningschap waren vooral te danken geweest aan haar man; zij had het als moederlijke majesteit prima gedaan. De aankondiging van haar vertrek deed ze - 71 jaar oud - op de verjaardag van haar oudste dochter en troonopvolgster Beatrix. Op haar eigen verjaardag, drie maanden later, vertrok ze. Daarna bleek ze te kampen met een verwaaiende geest die nog net op tijd haar conclusies getrokken had.

De nieuwe majesteit, aan wie door vriend en republikein zoveel wijsheid wordt toegedicht, zal een wél kloppend SBS-twitterbericht over een hersenbloeding of een sluipender verval willen voorzijn. En Beatrix is al 73.

Het is te hopen dat zij zich wat aantrekt van verstandige vrienden. Ik vermoed dat haar moeder wat opgestoken heeft van psychiater Margaretha Drooglever Fortuyn-Leenmans, beter bekend als de gelauwerde dichteres Vasalis en, minder bekend, als tekstschrijfster voor Juliana ('Jula'). Vasalis hield er als dichteres mee op na slechts drie bundels. Ze 'had geleerd mijn eigen geluk en oordeel enorm te relativeren' - en liet haar pseudoniem sterven.

Dat kan zelfs in de kracht van je leven. Zangeres Anouk zinspeelde er afgelopen zomer al op: Als er geen platenmaatschappij in haar nek hijgde, zou ze geen album meer maken. "Mijn afscheid komt steeds dichterbij. Ik merk dat ik niet meer zo nodig moet en als dat is omgeslagen in niet willen dan kap ik." En deze week besloot zangeres Anouk voor een tijd alleen maar Anouk te willen wezen, 'meer thuis en in de studio'. Het zal wel vermoeidheid wezen, en de nasleep van weer een scheiding.

Ook Rita Verdonk dorst afgelopen week gelukkig een eind te maken aan haar treurmars door de politieke instituties, de eerste stap in jaren waar ze echt trots op mag wezen.

Recensies zeggen niet alles, maar weinige waren afgelopen week echt te spreken over Dylan in Ahoy'; ze onderscheidden zich slechts in wellevendheid. Elegant was de bespreker van Metro. Hij keek alvast vooruit. "Wanneer ooit de dag aanbreekt dat het heengaan van Bob Dylan het nieuws beheerst, laten we hem dan eren om zijn geweldige muzikale nalatenschap en niet om het concert dat hij op donderdag 20 oktober in Rotterdam gaf."

Deze zin lijkt geïnspireerd op een van de sleetse wijsheden die uitvaartondernemers in hun multomap hebben zitten, voor het opstellen van rouwadvertenties. Er zit een verwijzing in naar de grote afbraak; het A-woord ontbreekt, maar oproepen om aan de overledene te denken 'zoals ik was', zijn alleszeggend. Dus niet hoe de betreurde moeder in haar nadagen was, de 'slechte dagen' waarvan Prediker al wist, 'de jaren waarvan je zegt: In deze jaren vind ik weinig vreugde meer'.

Slechts voor een enkeling is het weggelegd om ook dan gedenkwaardig te zijn. Onlangs attendeerde publiciste Josha Zwaan in dit katern op de Amerikaan William Utermohlen, die zelfportretten bleef schilderen nadat hij in 1995 de diagnose alzheimer had gekregen.

Zijn portretten zijn even kleurige als wanhopige pogingen om het gluiperige verlies van identiteit te betrappen, in het wrede besef dat er geen houden aan is. Eerst is er nog wel iets wat op een gezicht lijkt, en ogen, maar 'die kijken niet meer naar buiten'. "Een jaar later is er geen gezicht meer." Tegen het eind van de jaren negentig schildert hij alleen nog zwart-wit, 'een vage echo van wat was, er is nog een vermoeden van ogen en mond'. Utermohlen schilderde bij benadering zijn verdwijnpunt, tot hij er in 2007 helemaal in oploste.

De laatste vijf jaar schilderde hij niet meer. Wat hij gemaakt heeft voor hem het werken definitief onmogelijk werd, tussen 2000 en 2002, is meer voer voor dementie-onderzoekers dan voor kunsthistorici of het grote publiek en heeft de officiële website dan ook gelukkig niet gehaald. Als zijn late portretten niet zo indringend waren geweest, en van een JPII-achtige schoonheid, dan waren die ook nooit geëxposeerd, daar ben ik van overtuigd. Daarvoor hadden zijn geliefden hem ongetwijfeld behoed.

Wat William Utermohlen kon, was hoog gegrepen. Of nee, Utermohlen greep niet hoog, hij deed alleen maar wat hij altijd gedaan had, zoiets als ademhalen: hij pakte zijn penseel.

Bob Dylan pakt, helder van geest als ik het goed heb, de microfoon weer, zie ik terug op een bibberig mobielfilmpje dat ik van het optreden heb gemaakt. Het beeld laat veel te raden over, het geluid is opvallend goed. Van mijn mobiel, niet van Dylan. Hij was al nooit de Maria Callas van de popmuziek, maar nu, zegt mijn vrouw, heeft hij het stembereik van Donald Duck.

Zij en ik zijn er niet uit of hij The Times, they are a-changin' (uit mijn geboortejaar) heeft gezongen; zij denkt van niet, ik houd de mogelijkheid open dat het een van de onidentificeerbare nummers geweest is. Hoe dan ook: zeventig is niet het nieuwe vijftig, de door hem aangekondigde andere tijden zijn aangebroken. En de protestzanger van weleer demonstreert alleen dat hij van geen ophouden weet.

Dichterbij dit icoon zal ik nooit meer komen. M'n iPhonebeelden van Dylans 'Never Ending Tour', eigenhandig en volkomen illegaal vastgelegd, vormen een historisch document van een minuut. Toch ga ik dit filmpje wissen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden