Boekrecensie

Van onder de mythes delft Maaike Meijer dichter Frederike Harmsen van Beek op

Jagtlust 1956. V.l.n.r: Gilles, het zoontje van Fritzi, Ed en Gerda van der Elsken, Ferdi Tajiri dansend met Arthur Monkau (niet zichtbaar), grafisch ontwerper Wouter Keja danst met Yvon Apol en rechts achter Kees van Empel.Beeld Eddy Posthuma de Boer

Nog voordat Frederike ten Harmsen van der Beek bekendheid en waardering had gekregen als dichter (waarbij ze haar naam bekortte tot F. Harmsen van Beek), was ze al gereduceerd tot een personage. 

In Gerard Reve’s autobiografische reisbrievenboek ‘Op weg naar het einde’ (1963) figureert ze als ‘mevrouw Oofi’, de drankzuchtige, kettingrokende en theatrale eigenaresse van een villa in ’t Gooi waar het voor de Amsterdamse bohème goed toeven is. In de roman ‘Liefdesschijnbewegingen’ (1963) van Remco Campert, een van haar vele exen, stonden zij en haar niet bepaald deugdzame broer Hein model voor het half incestueuze stel Trix en Lex.

Frederike’s reputatie als flodderdiva, zorgvuldig gecultiveerd binnen een kleine kring van artistiekelingen, werd extreem uitvergroot nadat ze in 1965 haar entree in de letteren had gemaakt met de hemelhoog geprezen bundel ‘Geachte Muizenpoot en achttien andere gedichten’. In de Haagse Post, het opinieweekblad met reportages en achtergrondverhalen waarin ‘human interest’ domineerde, verscheen een artikel dat de aanzet gaf tot een hardnekkige mythe waarin villa Jagtlust werd neergezet als Sodom en Gomorra. Die mythe bereikte een climax in Annejet van der Zijls roddel- en schandaalkroniek ‘Jagtlust’ (1998). Harmsens dichterschap, door kenners uitgeroepen tot een van de markantste uit onze poëziegeschiedenis, raakte er helemaal onder bedolven, zulks tot niet geringe irritatie van het slachtoffer zelf.

Houdbaarheid van mythes

Mythes hebben ook wel eens een mooie kant, en helemaal gelogen zijn ze zelden. Toch kan het geen kwaad ze op hun houdbaarheid te beproeven en zo nodig te demonteren. Dat is bij uitstek de taak van een biograaf. Om die reden verdient Maaike Meijer met ‘Hemelse mevrouw Frederike’ meteen een eerste compliment. Te beginnen met de titel rekent ze af met het koosnaampje Fritzi, in zwang bij vrienden, fans en sensatiebeluste omstanders, maar gehaat door Harmsen zelf. Verder maakt Meijer veel werk van de nalatenschap, die behalve gedichten en verhalen ook tekeningen en allerhande ingenieus vervaardigde objecten omvat.

Toch kan ook Meijer er niet omheen dat Frederike een tamelijk slordig bestaan leidde. Nadat ze als jong meisje naar Frankrijk was getrokken om daar als hulp in de huishouding de kost te verdienen, raakte ze zwanger van een charlataneske telg uit een verarmd adellijk geslacht. Onder druk van zijn familie trouwde ze met hem, om weer even snel te scheiden. Hoewel ze veel van haar zoon Gilles hield, was ze nu niet bepaald het toonbeeld van een zorgzame en verantwoordelijke moeder. Meijer wijst niet met de vinger, maar ze kan noch wil weerleggen dat Frederike’s gebrek aan opvoedkundige kwaliteiten een factor is geweest in de levensloop van haar enige kind. Gilles volgde een traject van vele ambachten en nog meer ongelukken, raakte drugsverslaafd, dakloos en seropositief, verwaarloosde net als zijn oom Hein het verschil tussen mijn en dijn en overleed vroeg. Bij de uitvaart van deze ‘ondeugende zelfgemaakte’ zoon, zoals Harmsen hem in een verjaardagsgedicht noemde, schitterde zij door afwezigheid.

Overdreven praatjes en legendes

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Frederike het als kind ook niet gemakkelijk had. Dat ze zich door haar moeder stelselmatig afgewezen voelde ten gunste van haar jongere broer, veroorzaakte voor een heel leven pijn. Wat ze ook deed of naliet, altijd bleef ze het gevoel houden dat ze tekort schoot. Dat zou zich wreken in de sociale omgang. Harmsen trok mensen aan en koesterde vriendschappen, om dan zo maar ineens met intimi te breken. Soms drong het geraas van zo’n breuk tot de media door. Dat was het geval toen hartsvriendin Charlotte Mutsaers er publiekelijk van werd beschuldigd dat ze hele stukken van haar roman ‘De markiezin’ (1988) domweg van Frederike had gestolen.

Fritzi in 1976 (foto uit het besproken boek)

Naast de moeder speelde ook de vader een beslissende rol bij de richting van Frederike’s bestaan. In 1936 kreeg hij van jamfabriek De Betuwe de opdracht om de tekeningen te maken voor de stripverhalen over Flipje, het legendarische fruitbaasje van Tiel. Niet alleen assisteerde zijn artistiek begaafde dochter hem daarbij, ze plukte er na haar vaders dood ook de revenuen van en vestigde zich samen met haar broer in de al genoemde villa Jagtlust. Wel was hun fortuin veel minder groot dan de praatjes en legendes willen. In 1963 wist Reve al te vertellen dat het huis alleen maar warm te stoken viel dankzij een forse lading kolen die een mecenas had laten bezorgen. Uiteindelijk maakten geldgebrek en wanbeheer de leefsituatie dermate onhoudbaar dat Frederike Jagtlust moest verlaten en zich gedwongen zag om haar intrek te nemen in een door weldoeners bekostigd huisje op het Groningse platteland.

Buitenissigheid

Maaike Meijer maakt van Frederike’s buitenissigheid geen geheim, maar ze legt er tegelijk de volle nadruk op dat die eigenschap nu juist de vitale conditie en levensader voor haar kunstenaarschap uitmaakt. Harmsen van Beek was dwars en dat was haar werk ook. Misschien is het wat al te kras, zoals de biografe doet, om de diagnose van verbale adhd te stellen. Wat mij betreft is het al voldoende als we zien dat Harmsen van Beeks poëzie het destillaat is van een borrelend, bruisend en bovenal virtuoos spel met woorden, zegswijzen en citaten. 

Daarbij steekt ze af en toe de oude Homerus naar de kroon, vooral in de poëtische toespraak tot haar ‘halmstaartige voortreffelijke’ kat, de ‘hemelse mevrouw Ping’, die haar jongen heeft zien sterven. “Er valt niet tegen op te baren, waar zelfs het / begrafeniswezen, die intieme huisgenoot, die // zeer bekende schenker ook van lauwe melk, / op zijn verlengde achterpoten het ter // aarde bestellen welhaast niet meer bij kan / benen, nietwaar, dame Ping, radarbesnorde, // dubbelgepuntmutste, mevrouwogige poezin?”

Omslag ‘Hemelse mevrouw Frederike’

Het is niet de minste kwaliteit van deze biografie dat Meijer haar lezers via het levensverhaal terugbrengt naar waar het bij elk schrijverschap uiteindelijk om draait. Want Frederike ten Harmsen van der Beek mag dan een confronterende en fascinerende persoonlijkheid zijn geweest, iemand die nog voor de woelige sixties de normaliteit op de proef stelde, het is haar werk waarmee de aandacht hoort te beginnen, te eindigen en weer opnieuw te beginnen.

Maaike Meijer
Hemelse mevrouw
Frederike. Biografie van F. Harmsen van Beek (1927-2009)
De Bezige Bij, 670 blz. €39,99

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Meer recensies leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden