Van oerknal tot laatste snik Truus Bronkhorst overrompelend in 'Klein Volkslied' dans

Amsterdam t/m 11-12; Groningen 16 en 17-12; Haarlem 7 en 8-1; Maastricht 14 en 15-1; Utrecht 19 en 20-1; Leiden 28 en 29-1; daarna elders.

Hans van Manen sloeg in dat opzicht onlangs de spijker op de kop met de opmerking “Ze ziet er uit als een kreng en ze is een schat.” En ook dat 'schat' is voor meer dan een uitleg vatbaar, want Bronkhorsts schat bevat diverse interpretatieniveaus. Ze manipuleert de psychosymboliek van cliches, stapelt korte, schijnbaar op zichzelf staande fragmenten opeen tot een kringloop en doorloopt een 'stiekem' verhaal, altijd over haar beleving en verwerking van de werkelijkheid.

Met haar diep borende ogen, haar compromisloze eerbetoon aan de heilige eenvoud laat zij de complexe kracht van het minste geringste zien. Een mens moet wel van stenen onbegrip zijn, wil hij of zij niet voor haar bijl vallen. Dus viel ik opnieuw voor haar nieuwste produktie, die zij 'Klein Volkslied' noemde. Twee achtereenvolgende avonden zag ik haar 'kleine' (aan haar bescheiden persoon gebonden) commentaar op het grote nationalistische gezwel dat achter 'volkslied' schuilgaat. Het werden voor mij twee volkomende verschillende avonden, in dezelfde zaal van Felix Meritis.

Tijdens de try-out zag ik haar op Jimi Hendrix' gitaar als een tot leven gewekte Egyptische hieroglief rondsluipen om op Bachs aria 'Erbarme Dich' in een, op handen en voeten schuifelend hoopje verdriet te transformeren. Zij bezweert door het opzetten van een oranje pruik als verlopen heroinehoer haar angst, en gebruikt de louterende erkenning van liefde om met bokshandschoenen de wereld k.o. te slaan. Mooi, maar juist? Na de premiere-avond haalde zij veel meer uit haar schatkist. Die heroinehoer-scene was natuurlijk mijn verwerking van wat ik zojuist achter het Centraal Station had gezien. En in die Egyptische godin bij 'Star Spangled Banner' en 'Hey Joe' zag ik nu veeleer Oervrouwe Natuur die met de uit haar onderlijf oprispende oerkracht de wereld bezwangert.

Op de dominante zwart-witte achterwand, die aan Rohrsach, Keith Haring en Penck deed denken, was dan al het resultaat te zien van deze in aardezwart gehulde oerkracht: een verloederde, zichzelf besmeurende wereld, waartegen Bronkhorst zich afzet. Het menselijk geslacht kroop uit het dierenrijk omhoog en wist te overleven en te domineren, dankzij bewapening. Maar in die evolutie lag ook de vernietiging besloten, waarover alleen nog in alle nederigheid Gods erbarmen af te smeken is: Oervrouw weent, zich opdrukkend in een achterwaartse brug of zittend met opgeheven borst en gebogen hoofd.

Na deze belijdenis leek 'Klein Volkslied' mij vooral over Truus Bronkhorsts eigen struggle for life en the survival of the fittest te gaan: van een angst bezwerende dansverslaafde (“er zullen alleen witte dieren over het veld gaan lopen, en dat is alles”) tot de nationaal gelauwerde soliste met haar eigen volkslied. Het Mondschein-danseresje op oranje tabouret (meerpaal?) aan de oevers van de Maas ondergaat aanzwellende sirenes (muziek Glenn Branca) en zwaailicht in haar verlangen aan boord te mogen.

De gang over en naar het danspodium gebeurt door fysieke onderwerping aan een geestdodende tucht: een keurslijving die haar hang naar eerlijkheid mangelde en ook verlamde. Pas wanneer Marien Jongewaard als deus ex machina en varende metgezel langszij komt en haar, teder en broos, laat walsen in haar kruisgang langs de Nederlandse podia (op Arvo Parts 'Spiegel im Spiegel'), neemt zij de bruine bokshandschoenen op voor een robbertje in de dansring, met verwijzing naar onder andere de geisha uit haar 'Dutch (Export quality)' en de ganzepas uit haar 'Zwarte Bloesem'. Zij is geboren als danseres, en zo zal zij sterven ook. Haar laatste adem blaast zij uit, liggend als een tor op haar rug, op 'This is the end' van Jim Morrison. Zo lag zij eerder ook onder Mozarts Requiem en Bachs Mattheus Passie.

Vier jaar na 'Goud' maakt Bronkhorst opnieuw de balans op, via een intro- en retrospectief en serieus commentaar op de krioelende mestvaalt en maalstroom die de moordende mensheid er na de oerknal van gemaakt heeft. Ondanks het l'histoire se repete-effect, is haar muziekkeuze en beeldtaal opnieuw overrompelend. Een prachtige voorstelling om nog vaker te zien en anders te ondergaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden