Klein verslagWim Boevink

Van mijn bezoek aan Natal herinner ik me bitterweinig

Gisteren berichtte ik over mijn tocht naar Natal – een negorij aan de westkust van Sumatra – ruim dertig jaar geleden. Ik was nog een beginnend verslaggever en een vers afgestudeerd antropoloog.

Vergeeft u mij dat ik aan het eind van mijn verslaggeversbestaan de neiging tot terugblikken niet kan weerstaan.

Het was evenwel niet de krant, maar een documentaire die me naar Natal bracht; ik was ervoor aangezocht door een vriend en regisseur die graag gebruik maakte van mijn kennis van het Bahasa Indonesia, de taal die ik tijdens mijn studie had geleerd, een taal die ik als een wonderlijk knutselpakket ervoer, omdat hij sinds de onafhankelijkheid van het land als een lingua franca van overheidswege was gestandaardiseerd, ingevoerd en opgelegd – op basis van het Maleis.

Die regisseur, Frank Klein, had zich tot taak gesteld voor de toenmalige NTR een grote documentaire te maken over Eduard Douwes Dekker, wiens honderdste sterfjaar in 1987 werd gevierd. De grondslag voor zijn ‘Max ­Havelaar’ lag in Natal, waar Dekker als controleur tweede klas zich bewust werd van de noden van de inlandse ­bevolking.

Ik herinner me nog hoe nerveus hij was de grote Hermans te ontmoeten

Om zijn documentaire te verkopen, had hij zich verzekerd van de medewerking van Hella Haasse en Willem Frederik Hermans en ik herinner me nog hoe nerveus hij was voor de ontmoeting met de grote Hermans in Brussel.

Wat ik me eigenaardig genoeg nauwelijks herinner, is mijn verblijf in Natal; alles wat ik erover berichten kan, is gebaseerd op het artikel dat ik er in die dagen over schreef en dat in deze krant stond afgedrukt; ik heb er nog een vergeeld exemplaar van.

Ik ben er zelfs twee keer geweest: de eerste keer voor vooronderzoek, achterin een taxibusje over een lange slechte weg die door een ravijn de loop van een rivier volgde (en die ik me herinner, omdat ik het steeds benauwder kreeg); en een tweede keer met de filmploeg in een helikopter, vanaf Padang vliegend over de kustlijn, een helikopter die ik zelf had geregeld en die ter beschikking was gesteld door Emil Salim, ’s lands eerste minister voor milieu in het kabinet Soeharto, een verlicht man die in Berkeley had gestudeerd en zich bewust was van de betekenis van Multatuli, ook voor Indonesië.

Van de taxirit en de vlucht naar het moeilijk bereikbare Natal herinner ik me dus flarden, maar van Natal zelf bitter weinig. De vreemde werking van het geheugen; alles wat ik erover las in mijn eigen verslag leek door een ander te zijn geschreven.

Een put die door Dekker eigenhandig zou zijn gegraven

De ontvangst bij het strand, de joelende kinderen, de visser die de naam van Multatuli kende en wist dat hij een inlands liefje had, de brokkelige resten van een put die men toonde, een put die door Dekker eigenhandig zou zijn gegraven en de geneeskrachtige werking van het water, niets van dat alles staat me nu nog bij.

Wel was daar de opwinding toen we vernamen dat Dekker er in de lokale taal droevige vierregelige liefdesliedjes had geschreven, die een van de dorpelingen nog kon citeren. Pure orale geschiedenis. Ik mocht die ontdekking niet in mijn artikel opnemen, Frank claimde die als primeur voor zijn film, een claim waartegen ik me niet verzette. Ik denk niet dat mijn carrière er een andere vlucht door heeft genomen.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden