Van kasba naar kasba

Wat te doen als je als reisleidster zelf wordt bestolen en de lokale gids zich als nogal orthodox ontpopt? Een rondje langs de Marokkaanse koningssteden.

De breed lachende Marokkaan heet Smile. Zo stelt hij zich althans voor op het vliegveld van Casablanca. Een knipoog van de buschauffeur die volgens mijn papieren Ismaël heet. Smile zal mij - de reisleidster - en elf Nederlanders chauffeuren langs de koningssteden Rabat, Meknes, Fez en Marrakesh. Als ons elftal even later binnendruppelt, staan Smile en ik er al als een beproefd duo bij. 'Een hand klapt niet', luidt een Arabisch spreekwoord. Oftewel een goede samenwerking leidt tot beter resultaat. Dat geldt zeker voor de reisbranche waar je eraan gewend raakt razendsnel een team te vormen.

Na het handen schudden, dirhams pinnen en flesjes water voor onderweg inslaan is de verse ploeg klaar voor vertrek. Voorzichtig tasten de deelnemers elkaar en mij af. "Woon je in Marokko? Ben je hier vaak?" Ik woon in Nederland, maar heb alles met elkaar zeker een half jaar in dit land gereisd. Ooit zelf met rugzak, meer recent met alle soorten rondreizen die mijn werkgever hier aanbiedt. Van twee weken wandelen in de Hoge Atlas inclusief het beklimmen van de Toubkal (4167), de klassieke drieweekse toers tot twee weken lopen door de Sahara.

Intussen metselt Smile de koffers vakkundig achter in onze minibus en biedt als een heuse gentleman een hand bij het instappen. Marokko telt zo'n 35 miljoen inwoners. Zeventig procent Berbers, dertig procent Arabieren en een handjevol Joden, vertel ik onderweg naar Rabat. Het land is elf keer zo groot als Nederland. Waar we nu rijden, is het vruchtbaarste deel. Hier komen de Maroc-sinaasappelen vandaan die bij ons in de supermarkt liggen.

In Rabat toveren de eigenaars van een chaotisch eettentje vlot omelet, harira-soep en couscous op tafel, zodat ons genoeg tijd rest voor Chellah, een middeleeuwse necropool met ruïnes uit de tijd van de Romeinen, omzoomd door een idyllisch park.

Hier nestelen zich dagelijks tientallen ooievaars. Ook vandaag vliegen ze druk af en aan om hun jongen in de bomen en op de minaret van een oude moskee van verse wormen te voorzien. Een heerlijke plek om een intensieve rondreis af te trappen.

Dan terug naar de stad om ons intrek te nemen in het aangenaam gedateerde hotel Balima. Met een uniek terras. De enige plek in Marokko waar je tussen de locals alcohol kunt nuttigen, terwijl de vaste schoenpoetser en pindaverkoper ontspannen langs de tafeltjes scharrelen.

In de ochtend, als ik met mijn groep de medina doorkruis, is menig rolluik nog niet opgetrokken. "Later op de dag hier gaan struinen", raad ik ze aan. Dat is immers veel leuker dan als groep telkens op elkaar te moeten wachten. De medina, het oude ommuurde deel van Rabat, is een walhalla. Compact, bedrijvig, maar niet afgeladen en met vriendelijke winkeliers die ons onbekommerd laten rondneuzen. Heel anders dan in de medina's van Fez en Marrakesh, waar de verkopers je voortdurend iets proberen aan te smeren. Ik wandel verder met mijn gezelschap naar kasba Oudaya.

Vrijwel elke Marokkaanse stad heeft een kasba. Veelal strategisch gelegen, omdat deze door muren omringde vestingen oorspronkelijk bescherming tegen indringers moesten bieden. Hier in Rabat, dat aan de kust ligt, was dat vooral tegen zeepiraten. Via het doolhof van pittoreske straatjes in de kasba komen we bij mijn geliefde terras naast de Andalusische tuin. Na de koffie trekt ieder zijn eigen plan. We spreken af elkaar weer te treffen op het terras voor ons hotel om vandaaruit samen uit eten te gaan.

De volgende dag zijn we vroeg op. Er wacht een lange reisdag met diverse stops. Eerst, om de ergste hitte voor te zijn, naar Volubilis, ooit de Romeinse hoofdstad van het toenmalige Mauretanië. Dan een kwartier verderop naar Moulay Idriss, een dorpje vernoemd naar de heilige Idriss. Deze Arabier ontvluchtte in de 7de eeuw het Midden-Oosten om neer te strijken in een Marokko dat toen nog versplinterd was in talloze koninkrijkjes die elkaar bevochten. Idriss wordt als stichter van de staat Marokko beschouwd. Zijn Arabische achtervolgers doken echter weer op om hem door vergiftiging een vroegtijdige dood te bezorgen.

Als niet-moslims mogen wij het graf van deze Idriss niet betreden. Maar de klim naar boven via kronkelige steegjes beloont ons met een riant uitzicht. Het mausoleum van de heilige ligt er verlaten bij. Dat is in het najaar wel anders. Dan stromen duizenden bedevaartgangers toe. Wie de heilige Idriss zeven keer bezoekt, mag dat gelijkstellen aan de bedevaart naar Mekka. Daarom wordt dit heiligdom Moulay Idriss 'het Mekka van de armen' genoemd.

Tegen de tijd dat we in Meknes aankomen, is de groep zo hongerig dat er amper meer oog is voor de imposante, rijk gedecoreerde Bab (poort) Mansour. Drie uur zijn eigenlijk ontoereikend om te lunchen en het verfijnde mausoleum van de bouwlustige koning Ismael en zijn megalomane graanschuren te bewonderen. Maar het is midden op de dag, bloedheet, mijn groep raakt vermoeid en dan is het ook nog een uur rijden naar Fez.

Deze Arabische stad bezit de grootste medina ter wereld. Er is geen gemotoriseerd verkeer. Ouderwetse dragers, handkarren en graatmagere ezels wurmen zich door smalle steegjes. "Balek, balek." "Opzij, opzij", roept zo'n zwaar bepakte kruier als hij zich door de menigte worstelt. 'Tok beng', klinkt het op het plein van de koperslagers. Net een symfonieorkest. Pas geverfde strengen wol hangen in alle kleuren van de regenboog te drogen, timmermannen hameren er lustig op los.

In het vleesgedeelte doen vliegen zich massaal te goed aan schapenkoppen, niertjes, lever, darmen of geitenpoot. Mint, koriander, tijm, salie. Een explosie aan geuren. Op minuscule plekjes wachten rimpelige vrouwtjes geduldig op klandizie voor hun bundeltjes vers geplukte kruiden en stronkjes groente.

Ik heb Farida gevraagd ons op sleeptouw te nemen. Vrouwelijke gidsen zijn schaars, dus bijzonder om alles vanuit haar perspectief te horen. Slagvaardig loodst ze ons door Fez Jadeed. In dit 15de-eeuwse stadsdeel doen we het paleis aan, waarna we door de

Joodse wijk lopen. Waar Arabische huizen verscholen zijn achter muren, hebben de statige Joodse panden grote houten balkons met royaal uitzicht op straat. Voor we naar het oude Fez afzwaaien, steekt Farida van wal over de islam. "Ons geloof geeft regels om te weten wat goed en fout is", zegt ze. "Ook over de omgang tussen man en vrouw." Ze vervolgt gedreven haar betoog waarom het nemen van een tweede vrouw zo goed is, homoseksualiteit fout en onnatuurlijk, want liefde tussen twee mensen van hetzelfde geslacht leidt tenslotte niet voor niets tot ziektes, zoals aids. Terwijl ze staat te oreren, aanschouw ik peinzend haar verbeten gezicht en theatrale gebaren.

Waar is de verdraagzame Farida met gevoel voor humor gebleven?

Op weg naar Marrakesh passeren we eindeloos veel controles die er voorheen niet waren. Elke tien kilometer staat er wel weer een wagen van de gendarmerie.

Smile grijnst. "Als ik toeristen vervoer, mag ik altijd doorrijden." Anders niet? "O nee", antwoordt hij zuchtend. "Dan moet ik continu stoppen, wat zeeën van tijd kost."

Ik vraag of deze verscherpte controle vanwege een terroristische dreiging is. "Ja, maar er is niks aan de hand hier, hoor", haast hij zich te zeggen. "Politie en gendarmerie houden alles goed in de gaten. Als iemand zich verdacht gedraagt, wordt hij gelijk opgepakt en verhoord. En op plaatsen waar veel mensen samenkomen, zoals op Jamaa el Fna, het centrale plein in Marrakesh, zijn camera's geplaatst, die alles wat daar gebeurt goed

vastleggen."

Na een gezamenlijk rondje door Marrakesh, een waslijst aan 'leuk-to-do-and-see', uitleg over taxi's en redelijke tarieven gaat ieder zijns weegs. "Houd je tas op drukke plaatsen goed in het vizier", druk ik mijn groep nog op het hart. Om dan zelf verlekkerd door de soeks te gaan scharrelen op zoek naar leuke cadeautjes. Op een pleintje maak ik een foto met mijn mobiel. Een paar minuten later wil ik die opnieuw uit mijn zak pakken. Weg! Gejat.

Er volgt een exclusieve excursie voor mij alleen naar het politiebureau. In het kale hok stuit ik op een kluwen opgewonden jongeren. Tien wachtenden voor me, tel ik. Als ik eindelijk aan de beurt ben, blijkt de knorrige beambte niet zo onaardig als hij zich eerder voordeed. Met twee vingers tikt hij naam vader, naam moeder en de details van het delict in. Vele vragen later rolt het begeerde politierapport uit de stoffige matrixprinter.

In de gang groet ik vijf Britse meiden die mijn plaats binnen overnemen. Onbereikbaar en nog alerter stap ik het zonovergoten Jamaa el Fna weer op. Terug naar de soek om nog een hand van Fatima te kopen.

Wat extra bescherming tegen het kwaad is nooit weg.

Rondreis Marokko

Een georganiseerde rondreis langs acht koningssteden wordt onder meer aangeboden door Djoser voor rond de euro 900. Zie djoser.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden