Van kampkind tot maecenas

Al voor 1994 had René een afscheidsboodschap op papier gezet toen hij voor Shell in Australië werkte en soms vliegreizen maakte naar zijn geboorteland Indonesië, berucht om vliegtuigcrashes. Met dit farewell & goodbye (kadertekst) kreeg René alsnog het laatste woord op zijn eigen uitvaart.

René werd op 27 augustus 1934 op Oost-Java geboren als nakomertje in een welvarend Indo-Europees gezin. Zijn vader Frans was opzichter op diverse HVA-plantages, zijn gevoelige en zorgzame moeder, Jopie Thépass, die de oorlog niet overleefde, werd - levenslang - door René geadoreerd. Hij was een stil jongetje, zwierf in z’n eentje rond, onopvallend bij de oudere jongens. Hij mocht niet met inlandse kinderen spelen en moest thuis zuiver Nederlands spreken.

Door zijn jeugdige onzichtbaarheid kon hij makkelijk op (door de Japanners) verboden plaatsen komen en opdrachten uitvoeren die voor volwassenen te riskant waren. René hoorde alles, zag alles, en onthield alles. Zijn levensverhaal, opgeschreven na zijn pensionering in 1994, staat vol details van wat hij toen waarnam. Zijn oordeel over de Nederlanders daar en hun (on)betrouwbaarheid of gebrek aan durf is vlijmscherp. Van de naoorlogse, karikaturale beeldvorming over “Ons Indie” moest hij niets hebben.

De traumatiserende oorlogsjaren en de verschrikkingen tijdens de Indonesische opstand hebben René’s karakter en leven bepaald, zonder dat hij zich achteraf als slachtoffer ging gedragen. Van een gezin in goeden doen – inlands personeel voor elke klus – eindigde zijn familie bestolen van alles in Japanse internering en vervolgens in gevangenschap in de Bersiap-tijd. Zijn moeder gaf hem opdracht een groot geldbedrag te verbergen - daar stond de doodstraf op bij ontdekking.

René was “veilig” want te jong om gevangen genomen of gemarteld te kunnen worden. Met het geheime kapitaal kwam het gezin aan voedsel om te overleven. René moest ook latrines schoonmaken. De dood van zijn moeder was voor de elfjarige René een ramp. Een jongetje dat zoveel gruwelen van nabij meemaakt – zijn vader en broers werden gemarteld door de Kempeitai – en zoveel geheim moest houden, leert levenslang te zwijgen en niemand zomaar te vertrouwen. René was de vriendelijkheid zelve, altijd een glimlach, geen onvertogen woord. Maar wat hem werkelijk bewoog, dat bleef verborgen.

Door zijn leergierigheid – als slimste jongetje van de klas las hij alles wat hij te pakken kreeg – kon hij voor de “repatriëring” naar Nederland in1950 de gemiste schooljaren inhalen. In 1958 begon hij bij Shell, waar hij via avondscholing opklom tot HTS fysische chemie en analyse. Hij werkte voor Shell op verschillende locaties, de laatste jaren in Den Haag als vraagbaak voor chemisch-analytische problemen bij collega’s overal ter wereld. René werd daarin zeer gewaardeerd. Hij had weinig echte vrienden, wel veel goede kennissen en een wereldwijd netwerk van mensen die hij op reis of werk had ontmoet.

René had over alles een scherp en vaak cynisch oordeel klaar, maar hield zijn mond als discussies hoog opliepen. Met een gewiekste kwinkslag nam hij vaak het laatste woord. Politiek stond René achter de LPF en Wilders. Hoe hoog discussies over politiek of islam ook opliepen, nooit kon hij betrapt worden op stemverheffing. Hij was een en al zelfbeheersing, behalve bij de aankoop van apparatuur of culinaire aanbiedingen.

Zijn levensverhaal verklaart dat hamsteren: René bleef levenslang zorgen voor eten en voorraad voor je-weet-maar-nooit. Op zijn 65e trouwde hij, na 20 jaar losvast latten, alsnog met zijn vriendin Marianne, oud- onderwijzeres, waarna ze een ruim appartement in Leiderdorp betrokken. René hield zijn oude appartement aan als opslagruimte voor zijn spullen en dossiers. Tweemaal per jaar reisde hij een maand door Indonesië om vroegere plekken te bezoeken, voor genealogisch onderzoek en voor zijn Stichting Thépass Seket, waarmee hij begaafde, arme scholieren en studenten – ook islamitische – ondersteunde, die via “de nonnen” geselecteerd werden. Op Java was zijn oudste, kinderrijke maar getraumatiseerde broer berooid achtergebleven; die ondersteunde hij ook financieel. René was gul voor iedereen.

Na zijn (laatste) reis in 2008 werd longkanker in een ver stadium ontdekt – onverwacht, want René rookte niet. Hij stopte zelf met chemokuren. Zijn ziekbed leek eerst nog op een kantoor, mobieltjes en een nieuwe PC bij de hand. Per mail berichtte hij over zijn toestand, met de uitdrukkelijke wens om hem en vooral Marianne verder niet te vragen hoe het ging. Familie en vrienden konden dat verzoek moeilijk volhouden. René bleef optimistisch, zorgde ervoor dat zijn stichting wordt voortgezet, maar moest steeds meer loslaten. Zijn levensverhaal kwam bij het opruimen tevoorschijn en eindelijk voor verwanten beschikbaar. Maar zelf kon hij niets meer doen aan zijn fysieke nalatenschap.

Op 12 oktober 2009 zakte René langzaam weg, Marianne aan zijn zij. Nu kwam het moment om zijn appartement en garagebox leeg te ruimen. Daarin lag zijn leven vanaf 1950 opgeslagen in tientallen verhuisdozen en kratten en in honderden klappers, dossiers en computerschijfjes. Elke verhuisdoos bevatte verrassingen, zoals oude fotoalbums, brieven, administratie, mapjes met foto’s uit Indonesië, diadozen, buitenlandse muntsoorten, complete Juliana-postzegelvellen en talloze zilveren guldens. Meest ontroerende vondst waren zijn oude schoolschriften, die alles overleefd hadden. Met elke doos werd het beeld van René completer. Bij de uitvaart stond de ouderlijke SEKET verhuiskist uit het Indië van 1950 tegen zijn ruwhouten kist, beter symbool was niet denkbaar. René’s as wordt later verstrooid in de Brantas rivier bij Kediri, waar hij als jongetje in zwom.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden