Van Joschka's gympies tot de Rote Armee-kinderwagen

De Bondsrepubliek bestaat 50 jaar. In Berlijn is er een grote tentoonstelling aan gewijd die een enerverend beeld geeft van de jongste Duitse geschiedenis.

Co Welgraven

Joschka Fischer, de Duitse minister van buitenlandse zaken, gaat de laatste jaren zeer verzorgd door het leven. Hij is tientallen kilo's afgevallen en draagt mooie, moderne en strakgesneden pakken en dure schoenen. Dat was vroeger wel anders.

In 1985 werd hij beëdigd tot minister van milieu in de deelstaat Hessen. Dat was een gebeurtenis die om meerdere redenen opviel: Fischer was de eerste Groene die het tot bewindsman schopte, en de politicus besloot voor de plechtigheid zijn gewone Nike-gymschoenen aan te houden. De gevestigde partijen in Hessen reageerden geschokt: zo'n affront hadden zij nog nooit meegemaakt.

De gympies van Fischer zijn te zien op een enorm grote overzichtstentoonstelling in het gerenoveerde Martin-Gropius-Bau in Berlijn over de geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland die op eerste pinksterdag, 23 mei, haar vijftigste verjaardag vierde. Er staan/hangen/liggen zesduizend objecten die op een of andere manier deze bewogen historie vertellen.

Zo staat er achter een vitrine een op het eerste oog heel gewone kinderwagen. Maar hiervan gaan er toch geen dertien in een dozijn. Met dit exemplaar brachten leden van de linkse terreurgroep Rote Armee Fraktion in september 1977 in Keulen de gepantserde Mercedes van werkgeversvoorzitter Hanns-Martin Schleyer tot stilstand. In de kinderwagen lagen wapens waarmee drie lijfwachten en de chauffeur werden doodgeschoten. Schleyer werd ontvoerd en, toen de regering-Schmidt weigerde in te gaan op de eisen van de Raf, ruim een maand later vermoord.

Aan het begin van de expositie (vlak nadat een door sovjet-militairen gemaakte film het door oorlog verwoeste centrum van Berlijn heeft laten zien) staat het originele beklaagdenbankje waarop nazi-kopstukken als Göring en Hess tijdens de processen van Neurenberg zaten. Die rechtszaak dateert van 1946, toen de Bondsrepubliek nog niet bestond, maar volgens de samenstellers is het onzin om plompverloren in 1949 te beginnen. Wie iets over de jongste geschiedenis van het democratische Duitsland te weten wil komen, moet het einde van de tweede wereldoorlog als startpunt nemen.

Er is zoveel te zien dat alleen al met het opnoemen een krantenkatern te vullen is. Om dan toch maar een greep te doen: de Zundapp-brommer (bekend bij buikschuivers) die een Portugees in 1964 ontving omdat hij de miljoenste gastarbeider in Duitsland was; de bank en truttige schemerlamp uit de atoomkelder van de regering in Bonn; het verschroeide houten venster van een asielzoekerscentrum in Mölln waar bij een aanslag door rechtsextremisten in het begin van de jaren negentig drie buitenlanders om het leven kwamen; de apparatuur waarmee de DDR westerse radiozenders als Sender Freies Berlin en AFN probeerde te storen, racefietsen waarmee DDR-wielrenners, al dan niet onder de dope, het ene na het andere succes behaalden; de trui die Gretchen Dutschke breide voor haar echtgenoot, de studentenleider Rudi Dutschke; het shirtje dat Jürgen Sparwasser droeg toen de DDR tijdens de wereldkampioenschappen voetballen van 1974 van West-Duitsland won.

Er hangt ook een voor sommige Nederlanders pijnlijke foto met een juichende Franz Beckenbauer, Kapitün der Nationalmannschaft, die de beker omhooghoudt, nadat Oranje met 2-1 is verslagen. Achter hem staat iemand die verdacht veel op mr. Pieter van Vollenhoven lijkt, maar het kan 'm niet wezen, want deze meneer lacht en klapt en dat deed een Nederlander op dat treurige uur niet.

En natuurlijk is er heel veel aandacht voor de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989. De befaamde persconferentie van het politburo-lid Schabowski van die avond, waarop hij de opening van de grenzen aankondigde, is op vele monitoren te zien. De Muur is in het hart van het Martin-Gropius-Bau opnieuw opgericht (vlakbij het museum zijn in het echt trouwens nog restanten te zien), met een blik op de Brandenburger Tor waar Ossi's en Wessi's feestvierden.

Een deel van de expositie is afkomstig uit het Haus der Geschichte in Bonn, midden in het regeringscentrum dat later deze maand zijn deuren sluit om naar Berlijn te verhuizen. Daar is een permanente tentoonstelling te zien over de jongste geschiedenis van de Bondsrepubliek. Daar hangt ook al jaren het notitiebriefje waarop president Kennedy fonetisch had opgeschreven hoe je Ich bin ein Berliner dient uit te spreken. Een ander deel is ter beschikking gesteld door het Deutsches Historisch Museum in (Oost-)Berlijn, dat succesvolle en drukbezochte tentoonstellingen heeft gehad over het leven van alledag in de DDR. Want Ostalgie doet het nog steeds goed.

Deze nieuwe expositie is schitterend en overweldigend. Het is ronduit fascinerend uren door vijftig jaar roerige geschiedenis van de Bondsrepubliek te lopen. Maar er is één levensgroot nadeel: de tentoonstelling is veel te groot. Ook al trek je er een dagdeel voor uit, dan nog kun je lang niet alles zien. De samenstellers hebben duidelijk niet over de gave van de selectie beschikt. Het is gewoon veel te veel.

Op de begane grond is alles in tijdsvolgorde gezet, dat maakt het nog wel overzichtelijk. Op de eerste verdieping zijn de ruimtes op onderwerp ingericht: Duitsland en het Wirtschaftswunder, Duitsland en de buitenlanders, Duitsland en de sport. De indeling is niet altijd even logisch. Zo staan de gympies van Joschka Fischer in het deel over de Amerikaanse invloed op de Duitse samenleving. Ze hadden beter ondergebracht kunnen worden in het gedeelte over het anti-kernenergie-protest en de opkomst van alternatieve partijen waarvan de Groenen toch het duidelijkste voorbeeld vormen.

Bezoekers aan het Martin-Gropius-Bau hebben twee mogelijkheden: of ze leggen zich er op voorhand bij neer dat ze niet álles kunnen zien, of ze moeten tijdens hun verblijf in Berlijn maar een keer terugkomen in het museum. Geld hoeft geen obstakel te zijn: de toegang is gratis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden