Van Indië naar Australië naar Japan

internering | Vandaag 75 jaar geleden, op 7 december 1941, bombardeerde Japan de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor in de Stille Oceaan. Meteen daarna werden alle in Indië aanwezige Japanners geïnterneerd. Ook de nu 96-jarige Haru Namba.

Zeven uur 's ochtends, twee dagen na het fatale bombardement van Japan op Pearl Harbor. Er werd op de deur gebonkt bij de familie Hiraki in Semarang, Nederlands-Indië. Voor de deur stonden Nederlandse militairen, ze moesten meekomen. "We waren verrast en mochten niks meenemen, geen extra kleren niets", vertelt Haru Namba. "Alleen mijn horloge mocht ik omhouden. Mijn fiets, een echte Fongers die ik net had gekregen, moest ik laten staan. Ook al ons geld en onze juwelen moesten we achterlaten, we zouden 's middags terugkomen, zeiden die Hollanders. Daarna stapten we in een vrachtwagen en reden weg. Voor altijd."

Door de aanval op Pearl Harbor raakte niet alleen de Verenigde Staten maar ook Nederland met Japan in oorlog. Alle Japanners in Indië werden opgepakt en naar kampen gestuurd. Haru Namba (96) uit Japan is een van de laatsten die deze vergeten kampgeschiedenis kan navertellen.

De nu hoogbejaarde Haru Namba voelde zich alles behalve Japanner, toen ze vertrok. Ze was een gewone vrijgezelle tiener die op de Hollandse school had gezeten en die in de weekenden de hula-hula danste in de plaatselijke sociëteit. "Ik sprak niet eens Japans", vertelt ze. 'Alleen mijn vader was toevallig een Japanner, hij had in zijn jeugd de verkeerde boot genomen, die hem niet van Japan naar China bracht maar naar Indië. Daar trouwde hij mijn moeder, een adellijke dame uit Soerabaja."

Ze heeft een neefje in Nederland, de geboren Amsterdammer Davy Maengkom. Hij gaat met de verslaggever mee naar Japan om zijn oudtante te bezoeken. Namba woont sinds kort in een bejaardentehuis in Yokohama. Hoewel ze al zeventig jaar in Japan woont en haar kinderen Japans spreken, doet zij haar relaas in rollend Indisch-Nederlands, met hier een daar een Maleis of Engels leenwoord. Ze geniet duidelijk van het 'Hollands' praten en van de speculaas die we hebben meegenomen. "Sooo lekkerrrr."

Nog voordat er een Japanner in Indië was binnengevallen, werd iedereen met ook maar een beetje Japans bloed in Indië opgepakt, uit vrees dat zij eventuele Japanse bezetters - die inderdaad een maand later binnenvielen - zouden helpen. Na een verblijf van enkele weken in Soekaboemi werden deze 'Japanners' samen met honderden Formozen (inwoners van Formosa, het huidige Taiwan, red.), Koreanen en een enkele achtergebleven Duitser ingescheept op de ss Cremer, een Nederlands koopvaardijschip. Bestemming: Australië.

Enkel een tentzeil

1788 geïnterneerden telde het stoomschip Cremer. "Met alle gevangenen zaten we beneden in het ruim met enkel een tentzeil boven ons. We mochten het ruim niet verlaten en we sliepen met de voeten van anderen als hoofdkussen. Boven ons zaten de Nederlandse soldaten. Er was nauwelijks te eten. Gelukkig leerde ik een Hollandse soldaat kennen, hij gaf mij koffie en brood. Ik deelde dat met mijn familie. De Japanners aan boord waren jaloers en beschuldigden mij dat ik met die soldaat had gespeeld."

In de schaarse bronnen over deze overtocht wordt gerept over ouderen die op de boot naar hun einde zouden zijn geholpen. "Mensen die ziek waren en dood gingen, werden gewoon overboord gegooid", zegt Namba. Maar bij enig doorvragen lijkt ze er niet over te willen praten en zegt ze dat ze het niet precies meer weet. Na een reis van bijna drie weken kwam de Cremer aan in Melbourne. Vervolgens ging de trein noordwaarts naar het dorp Tatura waar de Australiërs twee kampen voor mannen en een kamp voor families hadden ingericht. "In de trein op weg naar Tatura werden we bekogeld met stenen en schreeuwden mensen buiten 'Bloody Jap go home!' Dat was onaangenaam", herinnert Namba zich.

Toch was het leven in het Australische kamp relatief goed. "In het begin waren er nog mensen die broodjes stalen uit de keuken omdat ze bang waren dat ze niet genoeg te eten zouden krijgen, maar de Australische soldaten vertelden dat er altijd genoeg te eten zou zijn. Wij jonge meisjes riepen wel eens voor de grap 'don't shoot' naar de bewakers in de torens en dan wierpen zij ons snoepjes toe." Zelfs de poorten van het kamp gingen steeds vaker open. Zo leerde Namba, die in een naaiatelier werkte, de acrobaat Keiji Namba kennen. De Japanner toerde met een circusact door Australië toen de oorlog uitbrak. Het stel werd verliefd en trouwde in het kamp.

Aan het relatief harmonieuze bestaan in het kamp kwam een einde toen de bewoners begin 1946 hoorden dat ze naar het door de geallieerden verslagen Japan moesten. De meeste Indische Japanners wilden helemaal niet naar Japan. Ze voelden zich Indisch. Toch lag er op 21 februari 1946 een Japans schip aan de kade in Melbourne. Een nieuwe lange tocht op een overvolle boot volgde. "Ook nu was er weer weinig te eten, alleen wat rijst en gedroogde vis. Maar we konden ons nu wel vrij bewegen over het schip."

Honger

Het schaarse eten was iets waaraan Namba en haar familie maar beter konden wennen. Na aankomst in Yokohama troffen ze een door de Amerikanen platgebombardeerde stad. "Er was daar helemaal niets, alles was kapot en voedsel was op de bon. Iedereen had honger. Zelfs de vissen in de marktkraampjes waren onbereikbaar." Omdat de familie Hiraki maar ook Keiji Namba geen familieleden hadden naar wie ze toekonden, belandden ze in het kamp Kanazawa-Go.

"Japan was echt vreselijk in die dagen, er was helemaal niks. Gelukkig kregen we na een tijdje bezoek van de Nederlandse consul. Hij gaf ons extra voedselbonnen, niet veel later regelde hij ook baantjes voor ons. Zo werkte ik bij het geldwisselkantoor van de Amerikanen en werd mijn broer chauffeur van de Nederlandse ambassadeur."

Ondanks haar Japanse echtgenoot ging ze zich nooit helemaal Japans voelen. "Op een dag bezocht Keizerin Nagako het kamp, we moesten verzamelen op de appèlplaats en allemaal buigen toen ze langskwam. Ik deed dat samen met een vriendin niet, wij wilden wel eens weten hoe ze eruit zag. We kregen toen wel een standje van die Japanners."

Uiteindelijk verdienden Keiji en Haru Namba genoeg om een huis buiten het kamp te laten bouwen. Samen met haar vader bleef zij in Japan. De rest van de familie kon er niet aarden. Zij verhuisden in 1949 terug naar Indonesië. Waarna een deel verder trok naar Nederland.

Dan is de oude dame, moe... Ze tikt met haar vingers op haar hoofd. "Het is daar zo slecht ja..." Zegt ze geëmotioneerd. Ze omhelst haar neefje Davy met volle kracht, iets dat Japanners nooit doen. "Ik zit hier te wachten op de dood ja, laat me naar Keiji gaan."

Dit artikel kwam mede tot stand dankzij een crowdfunding via voordekunst.nl

De meeste Indische Japanners wilden helemaal niet naar Japan. Ze voelden zich Indisch.

Boven: De Japanse keizerin Nagako bezoekt na de oorlog het kamp in Yokohama in Japan, waar veel Japanners uit Indië uiteindelijk terechtkomen. Daaronder: Kamp Yokohama in Japan.

Internering Japanse in Nederlandse-Indië

Met de verrassingsaanval op Pearl Harbour, op 7 december 1941, wilde het sterk op expansie gerichte Japan de Amerikanen een mokerslag toedienen. Een dag na de aanval liet Gouverneur-Generaal Tjarda van Starkenborgh op de Nederlands Indische Radio Omroep weten dat Nederlands-Indië, na de Amerikanen en de Britten, de wapens tegen Japan zou opnemen. In dezelfde toespraak zei hij ook dat alle in Indië aanwezige Japanners zouden worden opgepakt. Premier Gerbrandy meldde vervolgens vanuit Londen dat hij de geïnterneerde Japanners liever niet in Indië wilde houden omdat zij een mogelijke bezetter zouden kunnen helpen.

Zo werden ruim tweeduizend Japanners, aangevuld met zo'n duizend Formosen en Koreanen, naar Australië vervoerd. Een overtocht waarbij grote voedseltekorten waren en waarbij enkele doden vielen. In Australië zaten deze Indische-Japanners samen met Japanners, Duitsers en Italianen uit Australië in interneringskampen.

In 1946 werden deze mensen gerepatrieerd naar Japan. De meeste Indische-Japanners gingen eind jaren veertig terug naar Indonesië, een aantal trok door naar Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden