Van iedere Bekende Nederlander zijn er minstens twee

Gaston en Linda de Mol, of toch Carlo Boszhard en Irene Moors? (ANP)

Beroemdheden imiteren is zo oud als het cabaret zelf. Minder oud is het fenomeen van cabaretprogramma’s op tv, die bijna uitsluitend drijven op het nadoen van BN’ers. ’De TV Kantine’, ’Koefnoen’ en eerder ’Kopspijkers’ zijn mateloos populair. Hoe komt dat?

We schrijven oudejaarsavond 2010, einde van de voorstelling ’Gedoog, hoop en liefde’ van Erik van Muiswinkel en consorten. De show lijkt afgelopen, totdat Geert Wilders de zaal binnenkomt.

Tenminste, gedurende enkele seconden denk je dat als kijker. Zo echt klinkt de Venlose tongval van cabaretier Ronald Goedemondt, zo herkenbaar ook is het Wildersjargon dat hij te berde brengt: „Gefeliciteerd. Het is u wederom gelukt een wanstaltig stukje linkse grachtengordelpropaganda neer te zetten”.

Voor veel kijkers van de conference was deze imitatie het hoogtepunt van de avond, afgaande althans op de juichende reacties op internet.

Een goede imitator is vandaag de dag de held van het cabaret.

Ook Rinske Wels, kleinkunstrecensente van deze krant, was onder de indruk: „Hij deed het fantastisch. Geert Wilders leek niet na te doen, al moest het er vroeg of laat een keer van komen. Van Ronald Goedemondt had ik niet verwacht dat hij dit kon.”

Politici, presentatoren, deskundigen, artiesten; van iedere bekende Nederlander zijn er tegenwoordig minstens twee. Sterker: Geert Wilders was zo onderhand de enige die nog niet was nagedaan. Waar komt die populariteit van dit genre vandaan?

„Ten eerste, de imitatie is niet iets van vandaag de dag, het is van alle tijden”, zegt cabaretkenner Kick van der Veer. „Zolang als er cabaret bestaat, worden er al mensen nagedaan. Van Kooten en De Bie hebben natuurlijk een aantal geweldige imitaties op hun naam staan – ik herinner me een briljante Ed van Thijn door Kees van Kooten – en ver daarvoor deden komieken het ook al. André van Duin deed in 1980 prins Bernhard na met zijn ode aan Willy Alberti. Van Duins aangever Frans van Dusschoten was al in de jaren ’50 een fantastische imitator.”

De oorsprong van het nadoen beperkt zich volgens Van der Veer niet tot het podium: „Het zit in ons, in de Nederlandse genen. Vroeger maakten we aan het eind van het schooljaar de leraren belachelijk door ze na te doen en op Sinterklaasavond, met onze gedichten, doen we hetzelfde met onze familie, vrienden en kennissen. Bij imiteren is succes verzekerd.”

Bij de televisie hebben ze dat goed begrepen. Na Van Kooten en De Bie was het een tijdje stil, maar sinds het satirische Vara-programma ’Kopspijkers’ met een vast persiflage-item begon, volgden al snel ’Studio Spaan’ (Vara, 2000-2003) en ’Koefnoen’ (Avro, 2004-heden). Het medium leent zich bij uitstek voor het genre.

Dat komt door de vluchtigheid van televisie, meent Henk van Gelder, cabaretrecensent voor NRC Handelsblad. „Theater zit niet meer zo dicht op de actualiteit. Krantencolumnisten, cartoonisten en televisiemakers maaien het gras vaak weg voor de voeten van theatermakers. Imitatoren gedijen goed in die vluchtige sfeer van de tv, cabaretiers doen weer andere dingen in het theater.”

En sommige komieken snoepen van beide – hoewel meestal gescheiden – walletjes. Zowel Van Gelder als Wels denken niet dat Ronald Goedemondt zijn Wilders-imitatie ook op de planken van de schouwburgen gaat vertonen.

Hoe meer imitaties iemand in huis heeft en hoe beter ze lijken op het origineel, hoe hoger diens status, zo lijkt het.

Het RTL 4-programma ’De TV Kantine’ met Carlo Boszhard, Irene Moors en tal van gasten, zit op rond de honderd verschillende imitaties. Toch dient zich hier volgens de kenners een kritisch omslagpunt aan, het punt waar kwaliteit overgaat in kwantiteit.

„Ik vind wat Carlo Boszhard en consorten doen hartstikke knap”, zegt Kick van der Veer. „Maar het is meer de stunt van ’kijk eens hoeveel typetjes wij kunnen nadoen’ dan dat het echt kwaliteit heeft. De teksten zijn gewoon slecht.”

Henk van Gelder is het met Van der Veer eens: „Ik heb Carlo Boszhard wel eens Maarten van Rossem na zien doen. Wat ik zag was weliswaar een brommende man die inderdaad op Van Rossem leek, maar hij werd niet als een soort praatjesmaker voor gek gezet”.

En dat is volgens de deskundigen wel een voorwaarde: dat een imitatie meer is dan nadoen alleen. Van Gelder: „Als je het goed doet, laat je degene die je imiteert door de mand vallen. De maker van de Britse poppensatire ’Spitting Image’ heeft dat weleens zo gezegd. Het publiek wil de prominenten dingen zien en horen zeggen die ze anders nooit zeggen. Dingen het liefst waarvan de mensen vermoeden dat ze ze zouden wíllen zeggen”.

Een zekere opluchting zit er ook in, stelt Van Gelder. „Dat het publiek denkt: goed dat het eens gezegd wordt. Het is het dichtbij halen van de groten.” En dan hoeft de persoon die nagebootst wordt nog niet eens zó goed te lijken.

Cabaretière Sanne Wallis de Vries had in de oudejaarsconference van Van Muiswinkel genoeg aan het veinzen van een ’spraakgebrek’ om het publiek te laten weten dat Femke Halsema hier op de hak werd genomen. Niks pruiken, schmink of verkleedpartijen.

Rinske Wels: „Mensen vinden het niet erg om een mankement in een imitatie te zien. Jochem Myjer doet in het theater Willibrord Frequin na. Zonder grime. Je ziet dus Jochem Myjer, maar toch is het Willibrord Frequin. Misschien is dat juist wel de grap.”

Kick van der Veer denkt onmiddellijk aan Wim Kan: „Die hoefde die bril maar op te zetten en te zeggen: ’Twee dingen goed begrijpen’ en de zaal wist: daar heb je Joop den Uyl.”

Veel meer dan de theaterzaal biedt televisie de gelegenheid om de imitators helemaal op te tuigen als Balkenende of als Gordon. Op de buis moet het echter dan op het podium, domweg omdat het kán.

De dominantie van de perfect gekopieerde Bekende Nederlander op tv roept de vraag op of de cabaretier op deze manier niet te veel naar de achtergrond verdwijnt. Kan de Nederlandse grapjurk zelf niks meer bedenken? Oftewel:Waar is de creativiteit, heden ten dage, meneer Sonneberg?

De kenners zijn verdeeld.

Wels en Van Gelder vinden niet dat de intrede van dubbelgangers van beroemdheden iets af doet aan de artistieke kwaliteiten van cabaretiers. Wels: „Je kunt als nep-Balkenende evengoed je eigen verhaal doen. Van de jongens van ’Koefnoen’ weet ik dat ze zichzelf niet interessant genoeg vinden. Door een typetje te doen zijn ze dat meestal wel”.

Van Gelder: „Imiteren is een vorm. En het is een effectieve vorm. Je kunt Balkenende beter nadoen, dan als cabaretier vertellen wat je van hem vindt”.

Kick van der Veer onderschrijft de effectieve kant van het nadoen, maar vindt het ’wel een beetje makkelijk’. „Het is ook een vorm van verschuilen.”

Van Gelder bedenkt op de valreep nog een mogelijke oorzaak van de populariteit van imitaties op de tv: het toegenomen aanbod van zenders. „Doordat er niet meer één net is waar heel Nederland naar kijkt en door de snelheid van de programmering, hebben cabaretiers niet zoveel autoriteit meer. Daardoor lenen ze de autoriteit van de mensen die ze nadoen.”

De fragmentatie van het kanalenaanbod zorgt wel voor verwarring op de bank in huize Van Gelder. „Soms worden er mensen nagedaan van wie ik het origineel niet eens ken.”

Echt en niet echt bij Studio Spaan: v.l.n.r. Diederik van Vleuten als René van de Kerkhof, Henk Spaan, Harry van Raaij en vooraan Erik van Muiswinkel als Willem van Hanegem. (ANP)
Sanne Wallis de Vries (l) en Paul Groot als koningin Beatrix en minister Donner. (ANP)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden