Van huismus tot Goldenboy

Rob van den Aker 1989-2015

Zijn jonge lichaam was gesloopt. Maar hij keek dankbaar terug op gouden jaren.

Ze zeggen dat ik 26 jaar oud ben geworden", schreef hij in zijn afscheidsbrief. Dat vond hij maar een nietszeggend feit. "Ik heb in mijn 26 jaar gedaan wat ik wilde doen. Soms kun je beter jong sterven dan oud worden en ongelukkig zijn."

Toch was Rob van den Aker nog lang niet uitgeleefd toen zijn lichaam het opgaf. Hij wilde opnieuw gaan leren om zijn talenten verder te ontplooien. En hij bleef genieten van hiphop, de ruige muziek van zijn generatie. Hij ging er zo in op dat hij een kenner van het genre was geworden, wiens mening telde in het Nederlandse hiphopwereldje. Op zijn laatste verjaardag stonden bevriende artiesten te rappen bij zijn ziekenhuisbed. Hij lag te glunderen. "Dit is de mooiste dag van mijn leven", zei hij toen. Dat had hij vaker gezegd. Zijn leven telde menig mooiste dag. Bij de dieptepunten stond hij niet lang stil.

Rob was een vrolijke jongen, als baby al. Zijn ouders, Chiel en Marlieke van den Aker in het Brabantse Sint-Michielsgestel, waren verguld met hem, hun tweede zoon die ze anderhalf jaar na Niels kregen. De twee jongens zouden dikke maatjes worden, beste vrienden die elkaars kleren droegen en nooit ruzie maakten. Niels beschermde zijn kleine broertje ook, en dat bleek nodig.

Toen Rob één was, bleek hij bij een routinecontrole aan bloedarmoede te lijden. Later zou blijken dat het een heel zeldzame variant was, waarvan er wereldwijd maar drie gevallen bekend waren. Het kwam erop neer dat zijn rode bloedcellen snel werden afgebroken en zijn lichaam keihard moest werken om nieuwe te maken. Dat gaf veel afvalstoffen waarmee zijn organen het zwaar te verduren hadden. Zijn huid werd er geel van, soms zelfs een beetje groen.

Hij was nog maar vierenhalf toen zijn verstopte gal werd verwijderd. Twee jaar later werd zijn milt weggehaald. In het ziekenhuis kwamen veel vriendjes op bezoek en ze sprongen en dansten op zijn bed. Rob vond het prachtig. "Ik wil best nóg een operatie, het was zo leuk", zei hij.

Zijn basisschool in Sint-Michielsgestel hield er rekening mee dat Rob sneller moe werd dan andere kinderen. Voor de rest was alles gewoon.

Buiten zijn eigen buurtje was hij een opvallende verschijning met zijn gele huid. Toen Rob en Niels bij hun oma in Liempde op straat speelden, zei de pastoor in het voorbijgaan tegen Rob: "Ha, Chineesje!" Niels ontplofte. "Mijn broertje is geen Chinees, hij is ziek."

Op de middelbare school in Den Bosch was Niels niet meer in de buurt. Buiten zijn vertrouwde dorp was Rob weer de Chinees of iets ergers. Hij lag eruit en werd als laatste gekozen. In de pauze meed hij de kantine en ging op de gang zitten bij het volgende leslokaal. Buiten verborg hij zijn hoofd diep in de capuchon.

Thuis durfde hij niets te zeggen over zijn eenzame bestaan op school. Hij wilde zijn ouders die toch al zo bezorgd over hem waren, niet verder belasten.

Als kind had hij veel buiten gepeeld, maar dat deed hij niet meer. Hij bleef thuis, bij de tv en de computer. Hij was een huismus geworden.

Op school had hij alleen wat aanspraak van jongens van buitenlandse afkomst. Die vroegen gewoon meteen: 'Wat is er met jou aan de hand?' en na zijn antwoord was er verder geen gezeur of getreiter. Via hen leerde hij hiphop kennen. De teksten van de zwarte rappers die schreeuwden en scholden tegen de wereld spraken Rob aan, ondanks hun gouden blingbling, dure auto's en halfblote vrouwen. In hun opgekropte woede herkende hij iets. Maar hij bleef zichzelf. "Als je van James Bond houdt, dan ga je ook niet met wapens rondrijden", zei hij.

Al gauw vond hij een website over hiphop die was opgezet door een Amsterdamse scholier, Thomas Heerma van Voss, die enkele jaren later zou debuteren als literair schrijver. Rob ging zelf ook stukjes schrijven, maar die waren niet goed genoeg voor de site. Thomas liet hem die stukjes steeds herschrijven. Soms wel vijfentwintig keer, vertelde Rob, tot ze goed genoeg waren. Dat ging allemaal via internet. Ze ontmoetten elkaar pas toen hij al twee jaar voor de site schreef.

Een maand na Robs twintigste verjaardag nodigde Thomas alle medewerkers voor het eerst uit in Amsterdam. Rob schrok ervan. Wat moest hij met zijn gele hoofd bij die hippe en stoere mensen? Hij durfde niet. Uiteindelijk biechtte hij op waarom hij niet wilde komen. Thomas stelde hem gerust. Het etentje met de hele club in Amsterdam werd een keerpunt voor Rob. Niemand keek hem raar aan en hij werd gewaardeerd om zijn kennis van hiphop. Daarna gingen ze naar een optreden van het Amerikaanse hiphopduo Atmosphere.

Sindsdien ging hij steeds vaker naar concerten, het liefst in Amsterdam waar zoveel mensen anders zijn. Rob stond graag vooraan bij het podium een beetje te dansen en mee te drummen op zijn broekzak. Hij maakte vrienden, ook onder de artiesten. De teksten van de rappers maakten hem sterk. "Fok iedereen die het niet met me meent, ze polluten m'n brain. Ik run de game", zei hij MocroManiac na.

Inmiddels had hij ook wat geld te verteren. Na een middelbare opleiding sociaal-pedagogisch werk had hij in zijn eigen dorp een baan gevonden als begeleider van een woongroep van dove en blinde jongeren. Daar had hij het naar zijn zin. Hij bleef bij zijn ouders wonen en wat hij verdiende gaf hij uit aan muziek en aan treinreizen naar concerten.

Als hij in de nachttrein naar huis zat, begon het gestaar en gemompel weer. Een conducteur dacht dat hij zwaar gedronken had, of aan de drugs was. Maar Rob gebruikte niets, zelfs geen biertje, wat voor een Brabander niet makkelijk is. Rob legde het graag uit, daar had hij nooit moeite mee. "In 99 van de honderd gevallen mag je best vragen wat ik heb", zei hij. "Die ene keer dat ik het niet leuk vind, heb ik toevallig een baaldag."

Zijn lichaam leverde hem begin 2012 een nieuwe streek: schildklierkanker. Een half jaar na de operatie was hij weer aan het werk en stond hij weer bij de podia. Rob was niet meer te stuiten. Hij meldde zich zelfs aan bij BNN en verscheen vol trots in het tv-programma 'Je zal het maar hebben'. De Eindhovense rapper Fresku maakte een video met hem. "Jij bent helemaal van goud!" riep hij Rob toe. "Jij bent Goldenboy!" Dat werd zijn hiphopnaam, Goldenboy. Op een graffitimuur achter het station van Den Bosch verscheen dit jaar zijn nieuwe naam in gouden letters met diamanten.

Voor het eerst kreeg hij een vriendin, helemaal in Purmerend. Ze was vijf jaar jonger en het ging na een paar maanden uit. Maar het had hem nog meer moed gegeven. Zijn werk als begeleider was niet zo boeiend meer. Hij wilde verder met schrijven en meldde zich vorig jaar aan bij de Hogeschool Journalistiek in Tilburg.

Nog voordat hij de toelatingstoets in mei had kunnen doen, begaf zijn lever het. Zijn lichaam was zichzelf aan het vergiftigen. In kritieke toestand werd hij naar Groningen gebracht waar hij een nieuwe lever zou kunnen krijgen. Daar stond zijn hart stil. Hij onderging operatie na operatie. Hij was een interessant geval. Soms stond er een hele batterij artsen rondom zijn bed te luisteren naar een professor. Rob deed alsof hij sliep.

Met een nieuwe lever kon hij eind juli gaan revalideren in Boxtel. Daar had hij ooit een goede stage gelopen en opnieuw had hij het er naar zijn zin, nu als patiënt. In het najaar kon hij weer anderhalve kilometer lopen. Toen sloegen kwaadaardige bacteriën en virussen toe en ook nog een uitzonderlijk huidinfarct. Hij kreeg te horen dat hij waarschijnlijk niet lang meer te leven had.

Bij alle tegenslag bleef hij toch denken 'het wordt weer beter'. Net als in zijn kinderjaren nodigde hij steeds zijn vrienden uit aan zijn ziekbed. Er werd veel gelachen. Als hij aan het infuus lag, dan noemde hij het Truus.

Het afgelopen halfjaar kon hij het bed uit. Hij kon kleine stukjes lopen. Zelfs ging hij in november een dag naar Rotterdam om bevriende artiesten en een optreden te bezoeken. Hij kon er niet lang van nagenieten, want de dag erna lag hij weer in het ziekenhuis in Den Bosch. Hij maakte nog wel plannen voor het nieuwe jaar, maar hij besefte dat het misschien vergeefs was. Hij had al de muziek voor bij zijn crematie uitgezocht, veel hiphop natuurlijk. En hij had zijn afscheidsbrief klaar. Hij bedankte iedereen voor hun steun en vriendschap, 'een stuk goud in mijn leven'. "Wat wil je nog meer als 26 jaar oude man."

Rob van den Aker werd geboren op 25 mei 1989 in Sint-Michielsgestel. Hij stierf in Den Bosch op 1 december 2015.

Een zeldzame vorm van bloedarmoede kleurde zijn huid geel. 'Jij bent Goldenboy', riep rapper Fresku. Dat werd Robs hiphopnaam.

Rob van den Aker bij de graffitimuur in Den Bosch met daarop zijn bijnaam.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden