Boekrecensie

Van huismoeder tot ‘vrouwenhuis-vrouw’

Martine van Rooijen Beeld
Martine van Rooijen

Martine van Rooijen zoekt uit waarom haar moeder Marion het vrouwenhuis zo belangrijk vond

Het eerste vrouwenhuis dat ik ooit betrad, stond in een Zuid-Duitse universiteitsstad. Het was begin jaren tachtig, het vrouwenhuis was net geopend en ik was nieuwsgierig. Via de voordeur stapte ik een donkere ruimte in, waar een vrouw op barse toon vroeg wat ik wilde. Twee minuten later stond ik buiten, geschrokken en verward. Ik was de deur gewezen. Waarom? Misschien stelde ik niet de juiste vragen of gaf ik de verkeerde antwoorden; waarschijnlijk zag ik er niet feministisch genoeg uit. Misschien ook was ik te burgerlijk, het grote scheldwoord uit die tijd. In elk geval meed ik voortaan vrouwenhuizen, vooral Duitse.

Het concept van het vrouwenhuis kende ik uit Nederland. In Amsterdam was in 1973 een vrouwenhuis opgericht. In Groningen liet een groep vrouwen zich door het Amsterdamse huis inspireren en opende op 15 februari 1975 in de Raamstraat hun eigen onderkomen. Een van de Groningse vrouwenhuis-vrouwen van het eerste uur was Margot van Rooijen, die zich in dat jaar van haar man liet scheiden. Haar kinderen zagen hun moeders metamorfose van brave huisvrouw tot actieve feministe met lede ogen aan. “Opeens zaten wij met een moeder die alles burgerlijk vond en liever op de grond zat dan op een stoel”, schrijft Van Rooijens dochter Martine in ‘De vreselijke vriendinnen van mijn moeder’. “Die liefdesgedichten voor vrouwen schreef, met ons over seksualiteit wilde praten, en mijn broer vroeg de kamer uit te gaan als de vrouwenpraatgroep bij ons thuis plaatsvond. ‘Die vreselijke vriendinnen van Margot’, zeiden wij.” Jaren later - haar moeder was inmiddels gestorven - begon Van Rooijen zich af te vragen wat zich in de Raamstraat nu eigenlijk had afgespeeld. Waarom had haar moeder het vrouwenhuis zo belangrijk gevonden? En waren haar vriendinnen echt zo vreselijk geweest? Ze besloot de geschiedenis van het Groninger vrouwenhuis na te gaan.

‘De vreselijke vriendinnen van mijn moeder’ is gelukkig meer dan alleen een reconstructie. Het is vooral een herwaardering. Ja - het gaat ook over de onaangename kanten van de jaren zeventig en die van vrouwenhuizen in het bijzonder. Hoewel in het Groninger vrouwenhuis in principe alle vrouwen welkom waren, ontstond er na een tijdje een kloof tussen een groep die het huis als rustpunt zag en een die radicale acties eiste. De emancipatie van lesbische vrouwen in het huis verliep ook niet onproblematisch. Die werd door sommige niet-lesbische vrouwen als bedreiging beschouwd, vooral toen de leus ‘Alle vrouwen zijn lesbisch, behalve zij die het nog niet weten’ in zwang kwam. Maar veel belangrijker is dat het Groninger vrouwenhuis een toevluchtsoord en een scholingsplek was voor vrouwen die ‘omdat het zo hoorde’ getrouwd waren en tot een bestaan als huismoeder werden gedwongen, zoals Van Rooijens moeder.

Eigenwaarde

Vrouwen die wel betaald werk hadden, maar door hun mannelijke collega’s werden gediscrimineerd of gekleineerd, konden in het vrouwenhuis ervaringen uitwisselen en hun zelfbewustzijn opkrikken. Hier werd de basis gelegd voor acties voor gelijke lonen en gelijke kansen. Het vrouwenhuis deed wat ook boeken als die van Marilyn French en Anja Meulenbelt deden: ze maakten vrouwen bewust van hun positie én van hun eigen potentieel. “Na het lezen van uw boek heb ik mijn man verlaten”, schreef een vrouw ooit aan French.

null Beeld

Dat het vrouwenhuis in Groningen in 1994 werd opgeheven, kun je dan ook eerder als een teken van succes beschouwen dan als een mislukking. In de plaats van het vrouwenhuis kwam het vrouwencentrum, een professionele instelling met een betaalde coördinatrice. Daar mochten ook mannen komen. Dit stimuleerde het bezoek van allochtone vrouwen, omdat die volgens Van Rooijen destijds ‘nog niet gewend waren zonder hun man op stap te gaan’.

Ten slotte is ‘De vreselijke vriendinnen van mijn moeder’ ook een eerbetoon aan Van Rooijens moeder en haar vriendinnen, die zo vreselijk niet bleken. Marion van Rooijen vond dankzij hen haar talent om te dichten. Het vrouwenhuis gaf haar haar eigenwaarde terug.

Ikzelf heb na het lezen van dit boek niet mijn man verlaten. Ik ben aan het googelen geslagen. Het Zuid-Duitse vrouwenhuis, zo blijkt, werd in 1981 als opvangplek voor mishandelde vrouwen opgericht. Nieuwsgierige, lichtelijk naïeve studentes als ik hadden daar inderdaad niets te zoeken.

Oordeel: niet alleen reconstructie maar ook opnieuw waardering en eerbetoon.

Martine van Rooijen
De vreselijke vriendinnen van mijn moeder. Portret van een vrouwenhuis
Passage; 146 blz. € 19,99

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden