Van het Scandinavische model is weinig meer over

Een arbeider met een inkomen van 130.000 euro. Werkgevers die nog harder kunnen staken dan hun stakende werknemers. Het conflict in de Noorse oliesector heeft markante elementen, maar is ondanks ingrijpen van de regering verre van opgelost.

Oliemaatschappijen pokerden deze week met miljarden euro's en de reputatie van Noorwegen als stabiele en betrouwbare handelspartner. Ze bereikten wat ze wilden: het einde van een staking. Maar ook: een verziekte sfeer in de sector, personeel dat de hoon van landgenoten over zich heen krijgt, en wellicht toch een deukje in die degelijke Noorse reputatie.

Al weken kunnen vakbonden en de OLF, de koepel voor werkgevers in de olie-industrie, het niet eens worden over pensioenafspraken. Medewerkers van Statoil konden op 62-jarige leeftijd met pensioen met behoud van 66 procent van hun salaris. De bonden hadden dat graag collectief afgesproken voor de hele sector. Maar Statoil sneed juist in die regeling en de OLF vindt het principieel fout om mensen te stimuleren vroeg te stoppen.

Dat een paar honderd leidinggevenden, Statoil-topman Helge Lund voorop, hun goudgerande pensioenregelingen wél behouden, zette de kwestie op scherp. "Provocerend", oordeelde Roar Flåthen, voorzitter van LO, de machtige koepel van vakbonden. Dus legden een paar honderd van de 6500 offshore-arbeiders twee weken het werk neer. De productie liep iets terug, er kwam een paar honderd miljoen euro minder binnen, maar er kwam toch nog steeds gas en olie naar boven.

Noorse werkgevers kunnen echter nog veel radicaler zijn dan hun werknemers. Voor de nacht van maandag op dinsdag 10 juli kondigde de OLF een lockout aan - het omgekeerde van een staking. Weigeren stakende werknemers werk, met een lockout weigert een werkgever werknemers werk, ook de welwillenden. De olieplatforms zouden op slot gaan.

Dat voornemen stuitte op veel onbegrip. Economen waarschuwden dat de OLF de reputatie van Noorwegen als betrouwbare handelspartner op het spel zet - het land voorziet voor 20 procent in de Europese gasbehoefte en lest voor 10 procent de oliedorst. De stap zou bovendien voor een inkomstenderving van 250 miljoen per dag zorgen. Een groot deel daarvan stroomt naar de Noorse schatkist en de maatregel zou dus de hele bevolking treffen. En dat voor een regeling, bromden de bonden, waarvoor het geld al klaarligt - veel te zwaar geschut dus.

Maar de tactiek was duidelijk. De OLF wilde ingrijpen van de regering afdwingen. Als het landsbelang in het geding is, kan zij stakingen beëindigen en een speciale commissie vragen een bindende uitspraak te doen. Maar dat is een ingreep waar Oslo niet op zit te wachten. De ILO, de internationale arbeidersorganisatie van de VN, heeft Noorwegen eerder voor dergelijk ingrijpen op de vingers getikt - het is niet voor het eerst dat de oliesector de lockout-troef trekt.

De vakbonden hielden lang goede hoop. Het landsbelang was immers niet in het geding en er is genoeg voorraad om de verplichtingen na te komen. Verantwoordelijk minister van werkgelegenheid Hanne Bjurstrøm toonde zich lang van ijs en de lockout leek een zeer kostbare gok van de olieproducenten te worden. Letterlijk vijf voor twaalf maandagnacht ging de minister toch om en besloot tot de stap naar de geschillencommissie. Met als belangrijkste reden de reputatie van Noorwegen.

Het hoge spel van de olieproducenten is opmerkelijk vanwege de verwevenheid van de Noorse staat met Statoil. Het bedrijf is voor 70 procent eigendom van de staat en het is de grootste speler in de OLF. Leif Sande van de vakbond Industri Energi stelt dat sommige ministers hun petten niet weten te scheiden.

"Statoil zou het nooit wagen met een lockout te dreigen, als er geen rugdekking was van de grootste eigenaar - het departement van olie en energie", analyseert Sande in de media. "Olie-minister Ola Borten Moe riep direct uit dat het ondenkbaar is dat de productie omlaaggeschroefd zou worden. Dit is een ongehoorde rolverwisseling en ik verwacht dat parlementscommissies daar nader naar zullen kijken."

Dat uitgerekend een minister van de Arbeiderspartij zwicht onder dit krachtenspel zint Sande totaal niet. "Dit is beslist een heel fijne dag voor Helge Lund die zijn gouden pensioen kan behouden met behulp van de rood-groene regering." Wat Sande overigens doet denken aan een dubbele agenda - de inzet was niet in Lunds regelingen te snijden.

Met de ingreep van de minister is de goede reputatie van Noorwegen in Europa misschien gered, met de reputatie van oliewerkers gaat het momenteel wat minder in Noorwegen. 'Verdient één maandsalaris in twee etmalen', kopt het Technisch Weekblad, dat het loon van een offshore-werker afzet tegen dat van een leraar en verpleegster. Een gemiddelde werknemer in de offshore verdient in zestien tot twintig weken per jaar 130.000 euro - twee keer modaal in Noorwegen. En dan willen de 'prima donna's' op de Noorse arbeidsmarkt ook nog eens zulke mooie pensioenafspraken?

Eli Ane Nedreskår van OLF denkt dat werkgevers een tweedeling in de arbeidsmarkt hebben voorkomen. "Het is al een geprivilegieerde groep en de eis is onredelijk. Deze regeling zou een provocatie zijn geweest, geen andere sector in Noorwegen heeft zoiets. Het zou problemen geven, anderen zouden ook met dergelijke eisen komen. Het is volkomen in strijd met regeringsbeleid, dat juist een langere arbeidsdeelname wil stimuleren. Ging het om een paar procent extra loon, dan waren we er wel uitgekomen, maar dit gaat om een principiële kwestie."

Communicatiechef Martin Steen van de vakbond Industri Energi doet de verhalen over de offshore-lonen af als een 'mythe'. Maar hij rekent iets voor dat toch aardig in de buurt komt van wat de ronde doet, zij het met iets meer uren en wat minder inkomen. "Jawel, het is goed betaald werk, maar er worden net zoveel uren gedraaid als iemand op het land in wisseldienst. En de lonen zijn hier de laatste tien jaar met 50 procent ook net zo hard gestegen als op het land. Maar het is vechten tegen windmolens als het om de beeldvorming van onze lonen gaat."

Binnen de werkgeversorganisatie zijn mensen die er niet op geciteerd willen worden, maar denken dat als Statoil-topman Lund en andere managers ook wat hadden ingeleverd, de angel uit het conflict zou zijn getrokken. Daar is volgens vakbondsman Steen geen sprake van. "Het gaat om mensen die 62 zijn en moe van het werk. Weken op, weken af, twaalf uur per dag werken op een platform midden op zee. We hebben deze claim in 1998 binnengehaald en die wordt nu eenzijdig opgezegd. Onnodig en dat pikken we niet."

Steen ziet de verhoudingen tussen werkgevers en werknemers in de sector verder verslechteren. Die waren al niet best, omdat personeel op booreilanden klaagde over achterstallig onderhoud waardoor hun werk levensgevaarlijk was geworden. "Dat klimaat gaat nu verder achteruit", ziet Steen. "Het beroemde Scandinavische model, de traditie van goede samenwerking en overleg tussen werkgevers en werknemers, heeft het bedrijfsleven veel succes gebracht. Maar in Noorwegen blijft daar maar weinig van over. Er is veel wrijving."

Die wrijving ontlaadt zich spoedig in nieuwe stakingen, waarschuwen de bonden. De pensioenvraag zal bij iedere aanleiding weer op tafel komen. Over een maand doet zich de eerste gelegenheid voor, als er onderhandelingen plaatsvinden over de cao van 5000 andere medewerkers van oliemaatschappijen.

Noors pensioen
De officiële pensioengerechtigde leeftijd in Noorwegen is 67. Maar op zich heeft iedereen het recht op zijn 62ste te stoppen. Afhankelijk van het inkomen en de regeling met de baas blijft dan doorgaans te weinig geld over om van te leven. In diverse sectoren gelden afspraken die een 65-jarige voldoende inkomen garanderen om te stoppen. Met 66 procent van dubbelmodaal hadden offshore-medewerkers van Statoil tot voor kort een mooie kans om op hun 62ste uit te treden. Dat is nu afgelopen. Behalve voor de huidige hoge bazen. Maar hun opvolgers zullen ook langer moeten gaan werken, belooft werkgeversorganisatie OLF.

Leveranties
Hoewel Statoil geheimzinnig doet over zijn voorraden, zeggen de bonden dat hun acties het voldoen aan de verplichtingen niet in gevaar hebben gebracht. In de zomer is de vraag naar gas nu eenmaal lager. Zelfs de lockout door de werkgevers zou geen afnemer in de problemen hebben gebracht, volgens de bonden. Er liggen nog grote voorraden en niet alle productie-eenheden zouden worden gesloten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden