Van het Romeinse poephuis tot het nieuwste snufje Voorouders deden het op straat

Het Provinciaal Overijssels Museum aan de Voorstraat in Zwolle is open van dinsdag tot en met zaterdag van 10 tot 17 uur en op zondag van 14.00 uur tot 17.00. Op maandag gesloten.

Pas in het Victoriaanse tijdperk is het ledigen van blaas en darmen een private aangelegenheid geworden waarvan men bij voorkeur geen anderen deelgenoot maakt of nadien uitgebreid verslag doet.

“Wat zich op het toilet afspeelt houden we voor ons zelf”, zegt Aranka Meijerink van het Provinciaal Overijssels Museum (POM) in Zwolle, die zich de laatste maanden heeft verdiept in de geschiedenis van het toilet en de rituelen die zich in de loop der eeuwen hebben ontwikkeld rond toiletgebruik.

Die achtergrond was noodzakelijk om de expositie 'Van chaise passee tot watercloset' op een verantwoorde manier te kunnen inrichten. Vanaf vandaag tot en met 21 november geeft het POM een chronologisch overzicht van de evolutie, die het toilet in de loop der eeuwen heeft doorgemaakt. Aan de hand van historisch materiaal zijn onder meer een Romeinse latrine en een klassieke kakstoel nagebouwd.

Maar ook het laatste snufje op sanitair gebied ontbreekt niet. De Sphinx-fabrieken in Maastricht hebben 'het urinoir met ingebakken vlieg' beschikbaar gesteld. “De afbeelding van die vlieg is met opzet in het porcelein van dat urinoir aangebracht” weet Anranka Meijerink. “Mannen schijnen graag ergens op te mikken bij het plassen. Als ze hun straal op die vlieg richten, is het risico dat er iets over de rand gaat het kleinst. Daar heeft men voor de introductie van dit urinoir uitgebreid onderzoek naar gedaan en het schijnt inderdaad te werken.”

Helaas zal het publiek het moeten doen zonder het supersonische toilet van de firma Geberit. Dit Belgische bedrijf construeerde een toilet zodadig, dat de bilnaad na gedane zaken automatisch met water wordt afgespoeld en vervolgens drooggefohnd.

Dan was het in vroeger tijden maar behelpen. Globaal gesteld, hebben we sinds de teloorgang van de Romeinse beschaving tot de tweede wereldoorlog letterlijk heel wat afgesmeerd met onze faecalieen. De Grieken en Romeinen hielden het nog beschaafd. Zoals gemeld, waren er in het oude Rome in het jaar 300 een kleine 150 publieke latrines met gemiddeld 12 zitplaatsen.

Ook het gezegde 'geld stinkt niet' schijnt in die periode te zijn ontstaan. “De overlevering wil”, zegt Aranka Meijerink, “dat keizer Vespasianus, die van het jaar 69 tot het jaar 79 aan het bewind was in Rome, die kreet moet hebben geslaakt in een woordenstrijd met zijn zoon. Vespasianus liet de Romeinen belasting betalen voor het gebruik van openbare latrines en zijn zoon vond dat niet kies. De keizer moet zijn zoon toen een hand vol munten onder de neus hebben geduwd onder het uitroepen van de kreet 'Pecunia non olet'.

Publieke latrines zijn er in Nederland, voor zover bekend, nooit geweest. Onze voorouders loosden op straat wat hen dwars zat. Wie schilderijen van Pieter Bruegel en Gerard ter Borgh aan een detailstudie onderwerpt, treft in de marge steevast poepende of plassende figuren aan.

Dat slechte hygiene een belangrijke rol speelde bij het overbrengen van ziektes als tyfus en cholera, begon men zich pas in de zeventiende eeuw te realiseren. “In die tijd is er voor het eerst sprake van een omslag”, weet Aranka Meijerink. “Men mocht liet langer op straat z'n behoefte doen. Er werden toen langs stadswallen en -grachten openbare secreten opgericht. Al was dat eigenlijk niets anders dan een verplaatsing van het probleem. Er ontstond een gigantische watervervuiling.”

In de steden worden eind zeventiende eeuw verordeningen van kracht, die het ledigen van po's uit ramen verbiedt. Op de wijze waarop men zich van een 'kleine boodschap' placht te ontdoen, werd minder nauw gekeken. De gemeente-analen van Zwolle maken rond 1885 nog melding van een relletje in de gemeenteraad. Een van de raadsleden spreekt zijn verontwaardiging uit over het feit, dat tal van dames 'hun ochtendspiegel' ledigen in de stadspomp. Doordat de tussenwand, die de welwaterput en afvalwaterput scheidt, poreus is, heeft het Zwolse pompwater bij tijd en wijle een enigszins wrange smaak. “Het probleem werd pragmatisch opgelost door de putroosters te vervangen door deksels”, glimlacht Aranka Meijerink.

De naam van de expositie 'Van chaise passee tot watercloset' is ontleend aan een Zwols schrijffoutje. In de weken voor een bezoek van stadhouder Willem V aan Zwolle in 1766, geeft de plaatselijke vroedschap een timmerman opdracht speciaal voor het hoge bezoek een 'chaise passee' (kakstoel) te timmeren, terwijl een weduwe wat kan bijverdienen met het naaien van twee gordijen die de privacy van de stadhouder moeten waarborgen. “Het begrip chaise passee, bestaat helemaal niet”, weet Aranka Meijerink. “Waarschijnlijk hebben ze een chaise perse bedoeld, de Franse naam voor kakstoel.”

Dat stadhouder Willem V door gordijnen aan het oog werd onttrokken op momenten dat hij toegaf aan hoge nood, duidt op een nieuwe ontwikkeling. De in Versailles residerende Franse vorst Lodewijk XIV had nog de gewoonte om een deel van zijn hofhouding mee te nemen naar een van de kleine 300 'chaises perses' die tot zijn beschikking stonden en al doende de conversatie voort te zetten.

“Het zijn vooral de Engelsen geweest”, zegt Aranka Meijerink, “die zich hebben ingezet voor de ontwikkeling van de closetpot zoals we die nu kennen. Het zogeheten 'pan closet', een aardewerken trechter met daaronder een pot, werd al aan het eind van de 18e eeuw in Engeland gepresenteerd.” De Engelse loodgieter Hellyer introduceerde 100 jaar later, rond 1870, een eerste closet met waterspoeling.

Uit alle hoeken van Nederland hebben Aranka Meijerink en haar collega's closetpotten en po's naar Zwolle gesleept. Anranka Meijerink: “Sanitairfabrikanten en -groothandels hebben heel enthousiast meegewerkt, maar ook particulieren kwamen met bruikbaar materiaal. Na een oproep voor Radio Oost, kwam een loodgieter uit Hengelo aanzetten met een gebloemde toiletpot uit de jaren '20, die hij nog op zolder had staan. Een longhopper, het eerste fabrieksmatig geproduceerde toilet met waterspoeling, hebben we bij het Openluchtmuseum in Arnhem kunnen lenen.” In het oog springen verder een zogeheten 'reisgemak' uit 1904 - een meeneembaar toilet met bascule (contragewicht) - en de collectie closetrolhouders, die het POM te leen kreeg van de Leidse verzamelares Sandra Smit.

Ook het bedrukte toiletpapier ontbreekt niet. Amerikanen schijnen er gek op te zijn. Vinden het leuk om hun achtersterste met papier met dollaropdruk af te vegen. Het toiletpapier met de beeltenis van Saddam Hussein, dat ten tijde van de Golfoorlog op de Amerikaanse markt werd gebracht, ontbreekt echter in het POM. “We hebben er wel naar gezocht, maar het niet kunnen vinden. Die rollen schijnen geweldige collector items te zijn geworden”, heeft Aranka Meijerink vernomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden