Van het rauwe ei tot het pikuurtje

Slikken en prikken in de sport, alleen in Nederland gaat er al jaarlijks aan 500 miljoen aan dope-producten om. Een kijkje in de keuken.

Van ieder verkocht boek houdt Willy Voet drie gulden over. De Belgische ex-soigneur lijkt met Massacre à la chaîne, dat als 'Slikken en prikken' op de Vlaamse en Nederlandse markt verschijnt, een keurige oude dagvoorziening op te bouwen. In de wielerwereld hoeft hij zijn gezicht niet meer te laten zien. Hij heeft de grootste doodzonde begaan die je in dat milieu op je geweten kunt hebben: als nauw betrokkene uit de school klappen over doping.

De getuigenissen van de Belg, die meer dan een kwart eeuw als verzorger van professionele wielerploegen werkzaam was, zijn huiveringwekkend voor wie altijd gedacht heeft dat doping niet meer is dan een pilletje slikken of een prik met een injectienaald; een 'pikuurtje' zetten. Wat ooit begon als een stimulerend mengseltje van cognac en rauwe ei is allang tot een macabere wedloop tegen de dood verworden.

Vroeger had het nog wel iets avontuurlijks. Het is toch fantastisch dat Gerben Karstens werd gediskwalificeerd als winnaar van de Ronde van Lombardije, omdat verzorger Jan Lijs positief was? Karstens moest op het laatste moment afreizen naar Italië. Hij kon zijn ploegleider Kees Pellenaars moeilijk vertellen dat hij bij de dopingcontrole door de mand zou vallen. Dus gebood hij Lijs zijn urine af te staan - frauderen was toen een koud kunstje - zonder te weten dat die amfetamine had geslikt om de lange nachtelijke autorit naar Noord-Italië te kunnen volbrengen. Een woedende Pellenaars riep Lijs op het matje. Die sprak toen de gedenkwaardige woorden: ,,Hij vroeg het, en ik gaf het.'' In 1984 was de Ier Sean Kelly na Parijs-Brussel op dezelfde manier 'nat'. Hij had een met Stimul afgeblust plasje van zijn mecanicien gekregen. De arme ziel mocht, net als Lijs, 's nachts geen oog dicht doen.

Het foutje van Karstens in de jaren zestig en de misgok van Kelly doen denken aan een oude radiosketch, waarin Polleke na het winnen van de Omloop van Jezuseik omstandig door de dopingarts wordt gefeliciteerd. Bij de analyse van zijn urinestaal bleek hij zwanger te zijn. De hedendaagse renner zal het niet meer overkomen. Voet schrijft dat sommige ploegen een uroloog aan hun medische staf toevoegden om zuivere urine in de urinebuis te spuiten.

Het waren de goede oude tijden, waarvan oud-coureurs die het in hun tweede Tour de France-leven tot co-commentator op tv of gedienstig chauffeur en koffersjouwer schopten, aan de stamtafel vol trots blijven verhalen. Je mag het gebruiken, als je hen maar niet met naam en toenaam opvoert in de krant. Ook voor hen geldt de zwijgplicht. Maar ze zijn er dertig jaar na dato wát trots op die domkoppen van de dopingcontrole te hebben misleid, zodat ze - stijf van de drog - alsnog op het tandvlees Parijs haalden.

Nog altijd hangt de kamerindeling van de wielerploegen pontificaal in de lobby van het hotel, maar waag het niet onaangekondigd de lift op de betreffende etage te laten stoppen. Vroeger was het binnen zonder kloppen, nu zou je dingen zien die het daglicht niet verdragen. Een journalist van de Franse sportkrant L'Equipe kon, logerend in hetzelfde hotel als Banesto, een keer de slaap niet vatten. Boven zijn hoofd hoorde hij, terwijl de kerkklok net drie keer had geslagen, ondefinieerbaar gestommel. Hij ging behoedzaam op onderzoek uit en zag de Banesto's driftig rondtrappen op een hometrainer. Bij nader inzien ging het om een nachtelijk ritueel. Ze hadden zoveel Epo (de afkorting van de synthetische bloeddoping erytropoïetine) geslikt, dat ze een vergroot risico liepen in hun slaap te overlijden. De doodsoorzaak zou een lugubere zijn: te dik bloed in de aderen.

De Banesto-methode van bloedverdunnen is een erg onpraktische. Ook de Spanjaarden zullen er inmiddels achter zijn gekomen dat er veel meer verfijnde, minder makkelijk opspoorbare technieken bestaan. PDM was aan het eind van de jaren tachtig en het begin van dit decennium zijn tijd al ver vooruit. Zoals bekend viel de prestigieuze Nederlandse ploeg in de Tour de France van 1991 deerlijk door de mand, toen alle renners na het toedienen van bedorven intralipid de wedstrijd doodziek moesten verlaten. Het woord doping lag een ieder in de mond bestorven. PDM, dat stond voor: Positief Door Manipuleren. Wie de link naar doping legde, kon op een proces rekenen. Menigeen deed dat, maar geen advocaat is er rijk van geworden. Later ontdekte de gewezen wielerjournalist Frans Nypels via zijn broer, een huisarts, dat een plasmavervangende substantie als intralipid een fantastisch maskeringsmiddel is. Van Epo bijvoorbeeld.

Wie doping neemt, moet het verdonkeremanen. De Koning Onschuld van het peloton, Richard Virenque, is volgens Willy Voet een gereputeerd slikker en prikker. Voorheen zijn persoonlijke verzorger schrijft dat voor de Fransman werkelijk geen drempel te hoog is. Zo vroeg hij ooit aan een bioloog synthetische hemaglobine. Dat vergemakkelijkt de zuurstoftoevoer van het bloed zonder dat de hematocriete waarde (bloeddikte) stijgt. De man in kwestie weigerde; hij voelde er niets voor zijn baan in het ziekenhuis op het spel te zetten.

Dan is er het zogeheten witte goud, creatine. Deze homeopathische spierversterker staat niet op de dopinglijst van het IOC, omdat het een lichaamseigen stof is. Geen topsporter of bodybuilder die het dus niet gebruikt. De discussies over zin en onzin, wel of geen doping, zijn verstomd, maar laaien binnenkort wellicht weer op omdat creatine het gebruik van Epo versluiert.

Enkele jaren geleden maakten we in de Tour de France een nachtelijke wandeling met een verzorger. Hij voorspelde dat met de groeiende macht van de doktoren ook het aantal doden in de sport zou toenemen. Zich beroepend op hun medische kennis zouden de 'slechteriken' zich bezondigen aan experimenten, waarvan ze, zich blindstarend op de roem die ook op hen afstraalt, de reikwijdte niet overzien. In één zin gezegd: soigneurs hadden vroeger hun wondermiddeltjes, artsen weten alles van medicijnen, maar verstrekken ze aan gezonde mensen die er vervolgens zwaar ziek van worden. Zie de Rotterdamse cardioloog Van der Zwaan, die als privé-arts bodybuilders door de dopingcontrole sluisde en plaspillen als pepermuntjes uitdeelde.

Naar schatting gaat er in Nederland jaarlijks 500 miljoen om in als dope geduide producten. Zeker de helft van de omzet komt uit het grijze circuit van malafide sportscholen, waar het medisch toezicht, eufemistisch gezegd, nogal te wensen over laat. De Franse neparts Sainz, die op slinkse wijze het vertrouwen van tal van (Franse) wielrenners won, moet in Nederland vele navolgers kennen. De Haarlemse medicus Michel Karsten komt er rond voor uit doping te verstrekken als sporters hem daar om vragen. ,,Wie toch wil gebruiken, kan dat beter onder medisch toezicht doen'', is al jarenlang zijn standpunt. Er valt veel voor te zeggen.

Hoe scheid je als sporter het kaf van het koren? De Zwitserse wielrenner Armin Meier noemde vorig jaar zijn overstap van Batik naar Festina een hele belangrijke, omdat het toedienen van Epo bij die ploeg op medisch verantwoorde wijze geschiedde. Vraag een willekeurige sporter of hij in alle gevallen weet welke 'medicijnen' hem worden toegediend en hij zal, beschaamd over zoveel onwetendheid, naar eer en geweten zijn schouders ophalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden