Van het podium naar de psych

Het Leids Universitair Medisch Centrum kent sinds anderhalf jaar een muziekpoli. Vandaag worden de eerste resultaten gepresenteerd. Angstklachten domineren.

Vijftig musici heeft psychiater en violiste Esther van Fenema de afgelopen anderhalf jaar behandeld in de speciale muziekpoli van het Leids Universitair Medisch Centrum. Van klassieke violisten tot de gitarist in een bekende popgroep die op het moment dat hij aan zijn solo moest beginnen totaal verkrampte. Onder haar patiënten zitten relatief veel conservatoriumstudenten en oudere musici. "De druk en de concurrentie zijn erg hoog op de opleidingen", zegt Van Fenema. Ouderen voelen de hete adem van nieuwere generaties.

Vandaag presenteert de muziekpoli de eerste resultaten. Van Fenema: "Naar reguliere hulpverleners zullen musici niet zo snel gaan. Is het in de samenleving als geheel al een taboe, musici praten er onderling al helemaal niet over. Zo weten we al langer dat een op de vijf musici bètablokkers slikt, maar dat gaat meestal stiekem."

Vooral angstklachten zijn taboe, zegt Van Fenema. "Wie angstig is, zal wel niet goed genoeg zijn, is het vooroordeel. Onterecht." In de groep die zij behandelde zaten ook topmusici. "Van solisten tot mensen op de achterste rij van een orkest."

Bijna de helft van Van Fenema's patiënten had last van angstklachten, en in deze groep gaat het bij ruim de helft om podiumangst. De effecten kunnen heftig zijn: wekenlang, voor en na het optreden, durft de musicus bijvoorbeeld nauwelijks het huis uit, bevangen door angst wat er gaat gebeuren als hij of zij gaat optreden. Men kan nauwelijks slapen, zit te trillen en te zweten en krijgt paniekaanvallen.

Volgens de officiële definitie valt deze angst onder het kopje 'sociale fobie', maar Van Fenema vermoedt dat een doorsnee psychiatrische test deze angst niet herkent. "Want voor een sociale fobie is het nodig dat de patiënt de situatie waar hij bang voor is, gaat vermijden. Denk aan mensen die niet spreken in het openbaar. Voor musici geldt dat natuurlijk niet, die willen niets liever dan optreden."

Tot de andere klachten behoren depressie en stoornissen in de persoonlijkheid. Ook schizofrenie kwam voor. Van de vijftig musici die zich aanmeldden kon Van Fenema er slechts twee naar huis sturen omdat de problemen niet ernstig genoeg (meer) bleken. Musici melden zich pas aan als er echt wat aan de hand is, concludeert de Leidse psychiater.

Van Fenema (40) is naast psychiater in Leiden freelance violiste bij een Engels muziekgezelschap. "Een dag niet studeren is voor mij hetzelfde als een dag niet douchen." Op het conservatorium beleefde ze ooit zelf een paniekaanval. "Ik verstarde helemaal op het podium. Dat was in een periode waarin ik het eigenlijk veel te druk had, bleek later." Een heftige ervaring, waarmee ze nu wel haar voordeel kan doen bij de behandeling van haar collega-musici. "Soms laat ik iemand zijn instrument meenemen, en bespreken we de gevoelens die het optreden oproept. Als iemand zegt 'het zal wel weer niets worden', is er iets te doen aan zijn instelling: dat moet toch positiever kunnen."

Van Fenema wil niet zeggen dat een gewone psychiater altijd de plank misslaat bij musici. "Ik doe voor een groot deel ook wat andere psychiaters doen. Als het nodig is geef ik een korte psychotherapie, als er meer gesprekken nodig zijn verwijs ik door. En ik geef medicatie. Ik zal wel extra letten op de gevolgen daarvan: een musicus moet nog sterker dan anderen geen last krijgen van zijn motoriek of merken dat hij zich emotioneel niet meer kan uitdrukken. Naast de groep musici die nooit naar de gewone psychiater gegaan zou zijn, voelt een deel zich onbegrepen, die musici krijgen reacties als 'dan ga je toch iets anders doen?' Zo werkt dat niet, voor iemand die van jongsaf musiceert hangt vaak de hele persoon samen met die muziek. Men krijgt ook nogal eens te horen 'maar jij hebt toch het mooiste vak dat er is?' Terwijl het ook hard en uitputtend kan zijn, zeker in deze tijd van bezuinigingen op cultuur is de concurrentie enorm."

De violiste die zich meldde met de mededeling 'als dit niet lukt, houd ik op met spelen' en die na de behandeling met anti-depressiva weer volop speelt in Nederlandse ensembles, dat zijn de verhalen die eruit springen bij de muziekpoli. Natuurlijk gaat de behandeling niet altijd zo soepel.

Van Fenema heeft inmiddels haar groep musici vergeleken met een groep van ruim 1300 gewone psychiatrische klanten. Uiteraard springt de podiumangst er uit als groot verschil. Daarnaast blijkt dat de musici, hoewel ze minstens zo veel klachten als anderen hebben, vaker blijven doorfunctioneren dan niet-musici.

Wie had verwacht dat de musici veel sterker dan anderen last zouden hebben van dwangmatige trekjes - denk aan perfectionisme - komt bedrogen uit: de verschillen zijn klein. Musici hebben wel opvallend vaker een narcistische kant. "Misschien heb je die soms ook wel nodig: wie het vioolconcert van Mendelsohn gaat uitvoeren terwijl er al honderden interpretaties zijn, kan wat 'zelfoverschatting' wel gebruiken. Maar verder kan er achter die bravoure een slecht zelfbeeld zitten. Als kind hebben deze mensen vaak niet de boodschap meegekregen 'je bent goed zoals je bent' maar juist 'je bent zo goed als je op je viool kunt spelen met je schattige vlechtjes'.

Driekwart van de musici blijkt in de familie aanleg voor problemen te hebben. "Dat is voor mij nog steeds de vraag: zijn die problemen het gevolg van het musiceren, of werkt het juist andersom?" zegt Van Fenema. "Je vraagt je soms toch af of iemand die heel weinig stemmingswisselingen heeft, wel alle emoties in bijvoorbeeld de muziek van Brahms kan weergeven."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden