Van Gogh gebruikte technisch hulpmiddel

AMSTERDAM - De schilder Vincent van Gogh heeft bij het voorbereiden van zijn schilderijen ten tijde van zijn verblijf in Parijs gebruikgemaakt van een perspectiefraam. Van Gogh, die als schilder autodidact was, kon met behulp van deze eenvoudige voorziening het perspectief in zijn voorstellingen op de juiste wijze weergeven. Het vermoeden van deze handelwijze was gebaseerd op grond van een opmerking die Van Gogh in een brief maakte. Recent onderzoek dat het Van Gogh Museum in Amsterdam naar zijn schilderijen uitvoert, levert nu het wetenschappelijke bewijs.

Min of meer in navolging van het Rembrandt Research Project is het Van Gogh Museum twee jaren geleden begonnen met een onderzoek naar de technische staat van alle schilderijen die het bezit. Dat zijn ruim 200 schilderijen. Deels verkeren die in slechte staat. Het onderzoek strekt zich momenteel tot vier werken uit die grondig worden geanalyseerd. Daarbij wordt gebruikgemaakt van faciliteiten die beschikbaar worden gesteld door Shell Nederland die het onderzoek sinds twee jaar steunt.

De eerste onderzochte doeken omvatten twee portretten die Van Gogh tijdens zijn verblijf in Antwerpen in 1885 maakte, een stilleven met de titel 'Mand met viooltjes' en een voorstelling met uitgebloeide zonnebloemen, beide in 1887 in Parijs gemaakt. Bij het bestuderen van het bloemstilleven met behulp van infraroodreflectografie bleek het lijnpatroon van het perspectiefraam met potlood op het linnen te zijn aangebracht. Dit schildersgereedschap bestaat uit een raam waartussen verschillende draden zijn gespannen. Het kruispunt van alle draden geeft het verdwijnpunt aan. Van Gogh hing het raam voor het doek en nam vervolgens het raster over.

Uit het onderzoek is ook gebleken dat Van Gogh uit experimenteerlust vaak zo slordig met verfsoorten en pigmenten omging dat daardoor grote fouten ontstonden. Zo blijkt dat de 'Mand met viooltjes' een aantal krimpscheurtjes vertoont. Die barstjes tonen aan dat Van Gogh voor een witte grondering koos. Ze wijzen er ook op dat Van Gogh waarschijnlijk uit ongeduld niet voldoende tijd nam om de grondlaag goed te laten drogen. Hij bracht de verflagen aan voordat de grondering goed en wel gedroogd was, zodat deze gaandeweg ging krimpen. Dat leidde weer tot spanning in de bovenlaag, met barstjes tot gevolg.

Technische onvolkomenheden leidden op den duur ook tot niet meer te herstellen verkleuringen in de schilderijen. Ella Hendriks, hoofdrestaurator in het Van Gogh Museum stuitte tijdens het onderzoek op een treffend voorbeeld: ,,Van Gogh vond het blijkbaar verleidelijk voor die tijd nieuwe synthetische rode-lakpigmenten te gebruiken, waarvan hij kon weten dat ze niet stabiel waren; daar is in brieven over geschreven. Toch is hij ermee blijven werken, met dramatische gevolgen voor sommige van zijn schilderijen. Dat rood verbleekt, verdwijnt, verkleurt. Op een schilderij waarvan de randen in 1930 werden afgeplakt, zie je het enorme verschil met nu.''

Het Van Gogh Museum heeft een kleine presentatie van de vorderingen van het technische onderzoek ingericht. De tentoonstelling gaat vooraf aan de publicatie van het complete onderzoek.

T/m 2 februari 2003 Van Gogh Museum, Paulus Potterstraat 7 in Amsterdam, dag. 10-18 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden