Van Gastel mag hoop koesteren

UTRECHT - De president van de Utrechtse rechtbank mr. H. J. Schepen bepaalt morgenochtend of Jean-Paul van Gastel twee dagen later met Feyenoord tegen FC Twente mag spelen, of nog drie wedstrijden op de tribune dient te blijven.

Wanneer de rechter handelt naar de formele letter van de voetbalwet, mag Van Gastel zowaar enige hoop koesteren. In het kort geding van Feyenoord tegen de KNVB, kwam gisteren namelijk naar voren dat het vernieuwde tuchtreglement van de voetbalbond niet waterdicht is gemaakt. Schoorvoetend moest zelfs KNVB-raadsman mr. H. Utermark dat erkennen. “Er is iets over het hoofd gezien. Het reglement is niet helemaal goed aangepast”, zo werd toegegeven door de advocaat, die de KNVB al decennia lang op juridisch gebied terzijde staat en zich persoonlijk dus ook wel enigszins mocht generen voor het knoeiwerk. Al voegde Utermark er onmiddellijk aan toe: “Er is bij Feyenoord sprake van niet gerechtvaardigde close-reading.”

Omdat de tv-beelden overduidelijk hebben bewezen dat Van Gastel op 21 augustus in Sittard tijdens de eerste competitiewedstrijd tegen Fortuna tegenstander Ronald Hamming opzettelijk een elleboog in het gezicht plantte, kan Feyenoord onmogelijk ontkennen dat de aanvoerder over de schreef is gegaan. Dat ontkent Feyenoord ook niet. De Rotterdamse club besloot niettemin de gang naar de burgerrechter te maken omdat het tuchtreglement de commissie van beroep niet de bevoegdheid geeft vrijspraak van de tuchtcommissie om te zetten in een schorsing. Door de komst van het instituut 'openbare aanklager' binnen het huisrecht van de KNVB, zijn de tuchtregels onlangs vertimmerd. Dat is echter op basis van een blunder gedaan. Te Zeist dacht men er af te zijn met het nieuwe artikel 66, waarin het volgende is vastgelegd: “Tegen een uitspraak van de tuchtcommissie kunnen de betrokkenen en de aanklager in beroep komen voorzover niet anders is bepaald in dit reglement.”

Daar wringt de schoen, want aan artikel 66 gaat deze tekst in artikel 12 vooraf: “De commissie van beroep voor het betaald voetbal is gerechtigd de door de tuchtcommssie opgelegde straffen te bevestigen of vernietigen, dan wel deze te verminderen, te verzwaren of te wijzigen in zodanige straffen als zij juist acht, alles overeenkomstig de statuten van de KNVB.”

In die tekst had mr. Utermark gisteren met zijn vulpen al deze aantekening gemaakt bij het eerste woordje straffen: “Moet zijn: beslissingen of uitspraken!”

Zoals het tuchtreglement thans van kracht is, lijkt Feyenoord bijna onwrikbaar gelijk te hebben. De tuchtcommissie had Van Gastel immers niet gestraft doch bij gebrek aan bewijs vrijgesproken. En dus was de commissie van beroep volgens Feyenoord niet bevoegd. Utermark betoogde dat 'met droge ogen toch niet mag worden beweerd' dat de werkelijk bedoelde inhoud van het, toegegeven, onjuist geformuleerde artikel 12, niet duidelijk is. Feyenoords raadsman mr. L. Smits bestreed die opvatting. Sterker nog, wanneer de commissie van beroep al dan niet na tussenkomst van de aanklager systematisch vrijspraak zou kunnen veranderen in schorsingen, dan hadden de in de centrale spelersraad (CSR) vertegenwoordigde voetballers, volgens Feyenoord nooit ingestemd met het nieuwe tuchtreglement.

Dat standpunt werd met een brief van de CSR onderstreept. Utermark verweet Feyenoord hierna de CSR voor deze bijzondere gelegenheid te hebben 'ingehuurd'. Die opmerking balanceerde op het randje van een belediging, maar Utermark wees erop dat vreemd genoeg niets van de CSR werd vernomen nadat vorig jaar de FC Utrecht-speler Harry Decheiver na aanvankelijk te zijn vrijgesproken, in beroep ook een forse schorsing aan zijn broek kreeg.

De reglementaire omissie vormt voor Feyenoord de belangrijkste grondslag voor het verzoek tot vernietiging van de schorsing van Van Gastel. De tweede grondslag is het, volgens Feyenoord, enkele bewijs dat is aangevoerd voor de schorsing, te weten de tv-beelden. Op dat ogenschijnlijk minder zwaarwegende punt, wilde Utermark juist scoren. In de rechtszaal had hij twee tv-toestellen laten plaatsen. Diverse keren werd getoond op welke grove manier Hamming door Van Gastel werd toegetakeld. Toen de twee voetballers later voor de KNVB-rechters stonden kon Van Gastel zich bijna niets meer van het incident herinneren en wist Hamming alleen maar te vertellen dat hij 'iets in zijn gezicht' had gevoeld en op de grond was gevallen. Dat 'iets voelen' plaatste Utermark in het bekende kader van voetballers die op het veld elkaar af en toe de hersens willen inslaan, maar eenmaal met de tuchtrechters geconfronteerd, tegenover elkaar geen 'matennaaiers' willen zijn. Volgens Utermark is het ook niet waar wat Feyenoord beweert, dat tv-beelden slechts aanvullend bewijsmateriaal mogen vormen. “Eén en één is twee. Op de beelden is te zien dat Hamming niet door een laag overvliegende meeuw wordt geraakt, of door een bierblikje, maar door de elleboog van Van Gastel. De commissie van beroep ziet die beelden en praat met de spelers. Na de verklaringen van de spelers, mag worden geconcludeerd dat meer dan één bewijs op tafel ligt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden