Van Gansewinkel verlost van juk opkoopfondsen

Afvalverwerker sluit deal met schuldeisers en richt blik weer op de toekomst

Na acht jaar geven de opkoopfondsen CVC en KKR zich gewonnen en schudt afvalverwerker Van Gansewinkel het juk van deze investeerders van zich af. De twee private-equityfirma's trekken zich terug uit het Brabantse afvalverwerkingsbedrijf en dragen hun aandelen over aan de schuldeisers. Vermoedelijk zijn dat vijftig financiële instellingen. In ruil daarvoor schelden die crediteuren zestig procent van de schuldenberg kwijt.

Daardoor daalt Van Gansewinkels schuld van 809 miljoen naar 320 miljoen euro. CVC en KKR druipen af met een aanzienlijk verlies. Hoeveel precies, is niet bekend.

In 2007 werden de investeerders nog met open armen onthaald, toen Leo van Gansewinkel zijn familiebedrijf aan hen verkocht. Met financiële hulp van deze investeerders kunnen wij hard groeien in Europa, jubelde de afvalverwerker. De bedrijvenopkopers namen Van Gansewinkel over voor 800 miljoen euro. Zij veronderstelden dat de afvalverwerking een stabiele markt zou zijn.

Het Brits-Amerikaanse investeringsduo voegde Van Gansewinkel samen met AVR. In 2006 deed de gemeente Rotterdam die afvalverbrander van de hand voor 1,4 miljard euro aan een groep investeerders, waartoe CVC en KKR ook behoorden.

Private-equitybedrijven als CVC en KKR halen wereldwijd geld op waarmee zij investeringsfondsen vullen. De firma's beheren het kapitaal en kopen er bedrijven mee. Ze willen daar een zo hoog mogelijk rendement uithalen voor hun klanten.

Door de overname zadelden zij Van Gansewinkel in één klap op met een flinke schuldenlast, omdat een groot deel van de aankoopsom als vreemd vermogen op de balans kwam te staan van Van Gansewinkel. Over die 1,8 miljard euro betaalde de afvalverwerker een hoge rente. Al snel kwam de economische crisis daar overheen. Zo belandde Van Gansewinkel in zwaar weer. Bedrijven produceerden door de crisis minder afval. Van Gansewinkel had last van overcapaciteit in de markt door een teveel aan verbrandingsinstallaties. Daardoor moest het bedrijf uit Eindhoven zijn prijzen laag houden en stonden de winstmarges zwaar onder druk.

Hierop hadden CVC en KKR niet gerekend. Van Gansewinkels schulden werden uiteindelijk hoger dan de waarde van zijn bezittingen. In 2008 zetten de private-equityfirma's een deel van die berg schulden om in aandelen. Daardoor zag de balans er wat beter uit.

Ook bestuurlijk was het onrustig. In 2012 verliet topman Ruud Sondag het bedrijf na onenigheid over de derde reorganisatie in vijf jaar tijd. Bij die laatste reorganisatie verdwenen 600 banen. Ook maakte Van Gansewinkel nieuwe afspraken met de banken over herfinanciering van de schulden.

Die maatregelen hielpen te weinig. In 2013 verkocht Van Gansewinkel de verbrandingsovens van AVR aan een consortium onder leiding van een Chinese investeringsmaatschappij. Er werd 943 miljoen euro betaald. Dat bedrag kon Van Gansewinkel goed gebruiken om schulden mee af te lossen.

Maar ook dat bleek bij lange na niet genoeg. De markt bleef krimpen en de prijzen daalden verder. Van Gansewinkel boekte in 2014 een verlies van maar liefst 549 miljoen euro, vergeleken met 8 miljoen euro in 2013. Dat is een gigantisch verschil, waarvoor een boekhoudkundige verklaring was. Van Gansewinkel was veel minder waard dan tijdens de aankoop door de private investeerders: dat verschil schreef het bedrijf vorig jaar af. Van Gansewinkels omzet daalde van ruim 1 miljard euro in 2013 tot 962 miljoen euro vorig jaar.

Na al die tegenvallers waren aandeelhouders CVC en KKR eind vorig jaar wel klaar met Van Gansewinkel als investeringsproject. Een zoektocht naar een koper volgde, maar die leverde niets op.

Nu zijn schuldeisers de nieuwe eigenaren, en is een belangrijk deel van de schuld kwijtgescholden. Van Gansewinkel is naar eigen zeggen weer in staat te investeren. Topman Marc Zwaaneveld hoopt op een stabiele basis voor de toekomst van het bedrijf.

Private-equityfondsen: sprinkhanen of nuttige geldschieters?

Zijn private-equity-investeerders nu wel of niet sprinkhanen die bedrijven leegvreten en kaal achterlaten? Aan de ene kant zijn er de maatschappijen die met kapitaal uit hun investeringsfondsen bedrijven kopen om die te overladen met schuld: vaak de hele aankoopsom. Dat gebeurde bij V&D en Hema, bijvoorbeeld. De meestal hoge rente over dat vreemd vermogen is fiscaal aftrekbaar. Ondertussen moet het rendement, met zo weinig mogelijk investeringen, zo hoog mogelijk zijn, en schuwen de investeerders niet om eens flink met de bezem door het bedrijf te gaan en op kosten en vooral personeel te besparen. Het verkopen van bedrijfsonderdelen kan ook interessant zijn, om na een paar jaar met een flinke winst te vertrekken. Zulke investeerders deinzen er niet voor terug hun investering failliet te laten gaan. Zeker niet als dat goedkoper is dan een bedrijf uit het slop te trekken. Aan de andere kant zijn er ook de (jonge) bedrijven die snel willen groeien, die profiteren van het private-equitykapitaal en waar een gezonde samenwerking ontstaat tussen durfkapitaal en gezond ondernemerschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden