Van fabrieks- naar toneeltorens

Enschede textielstad, Enschede fabrieksstad, Enschede vuurwerkrampstad. Aan dit rijtje wordt zelden spontaan 'muziekstad' toegevoegd, terwijl het muziekleven er toch altijd een belangrijke rol heeft gespeeld. Met het ambitieuze plan voor een Muziekkwartier wil het stadsbestuur definitief afrekenen met het imago van oude industriestad en Enschede presenteren als de tweede muziekstad van Nederland, na Amsterdam.

Henny de Lange

Muziek is onlosmakelijk verbonden met de historie van Enschede. Met geld van de textielbaronnen zijn tal van koren, drumbands, harmonie- en fanfare-orkesten opgericht. In de jaren zestig kwamen daar de nodige popbands bij, waaronder Teach In en The Buffoons. Met het Orkest van het Oosten en de Nationale Reisopera beschikt de stad bovendien over twee gezelschappen met een landelijke uitstraling. Verder heeft Enschede nog een conservatorium, muziekschool en poppodium. Het muzikale potentieel mag dan groot zijn, de stad heeft dat tot nogtoe onvoldoende uitgedragen, vindt het gemeentebestuur. Zelfs Jaap van Zweden, die in september 1997 aantrad als chef-dirigent van het Orkest van het Oosten, was verrast door de sterke muziek- en zangcultuur.

De komende jaren wil Enschede zich nadrukkelijk presenteren als muziekstad en daarvoor fors investeren in de ontwikkeling van het Muziekkwartier. De gemeente heeft al 23 miljoen euro gereserveerd voor dit projekt, waarbij de belangrijkste culturele instellingen verhuizen naar het gebied tussen het NS-station en de binnenstad. Het Muziekkwartier moet niet alleen de joyeuze entree van de stad worden, maar ook de artistieke grenzen tussen de instellingen slechten met als resultaat gemeenschappelijke producties met nieuwe gewaagde combinaties: opera en rock, symfonie en pop, leerlingen en professionals.

Blikvanger van het Muziekkwartier wordt een nieuw operagebouw aan het stationsplein, opgetrokken in rode baksteen met twee toneeltorens, die volgens rijksbouwmeester Jo Coenen doen denken aan de oude fabriekstorens. Nieuwbouw is nodig omdat de Reisopera in de bestaande schouwburg onvoldoende uit de voeten kan. Het toneel is te klein voor grote producties, zoals de Ring des Nibelungen, die intendant Guus Mostart al heel lang op zijn verlanglijst heeft staan. Ook voor repetities moet regelmatig elders zaalruimte worden gehuurd.

Nog afgezien van de ambities van de Reisopera, voldoet de schouwburg ook niet aan de eisen van de arbo-wet. Als er geen nieuwbouw komt, moet het gebouw worden gerenoveerd. Datzelfde geldt voor het poppodium Atak en de muziekschool. Al die versnipperde verbouwingsplannen kosten ook veel geld, maar ze missen de uitstraling die de stad zo goed kan gebruiken, zegt Albertjan Peters, projectdirecteur van het Muziekkwartier. Als de plannen doorgaan beschikt Enschede straks over een culturele as van enkele honderden meters. Het Muziekcentrum uit de jaren tachtig, waarin het Orkest van het Oosten de beschikking heeft over een van de beste concertzalen van Nederland, wordt daarin opgenomen. De as sluit bovendien naadloos aan op het Rijksmuseum Twenthe.

In Enschede is er ook kritiek op de als 'megalomaan en elitair' betitelde plannen. Maar volgens Peters is de samenwerking tussen zeer uiteenlopende instellingen juist gericht op een breed publiek. Oefenruimten van Atak staan straks open voor allerlei bandjes, terwijl er ook overleg is met amateurorkesten over vormen van samenwering. Gemor klinkt er ook over het grote bedrag (in totaal 40 miljoen euro). Volgens Peters zien de tegenstanders over het hoofd dat bij niet doorgaan van de plannen ook vele miljoenen geïnvesteerd moeten worden in verbouwingen.

Ook voor de economische ontwikkeling van de stad is het goed. Peters verwijst naar Birmingham, dat na het verdwijnen van de staalindustrie fors investeerde in het culturele leven, met als gevolg dat de stad nu een van de beste symfonie-orkesten van Europa heeft. Met het Orkest van het Oosten en de Reisopera heeft Enschede 'goud' in handen, betoogt Peters. Nu al werken er 5000 mensen in de culturele sector. Het Muziekkwartier zal niet alleen meer publiek uit Nederland trekken, maar is ook aantrekkelijk voor het Duitse achterland, waar relatief veel operaliefhebbers wonen.

Grootste probleem voor de gemeenteraad, die in april een besluit moet nemen, vormt niet de inhoud van de plannen, maar de onzekerheid over een rijksbijdrage. Door de achtereenvolgende kabinetscrises is onduidelijk waarop Enschede mag rekenen. Als die onzekerheid voortduurt, zijn er twee mogelijkheden, zegt Peters. Of de gemeente begint met een gefaseerde aanleg of het plan wordt uitgekleed door bijvoorbeeld een nieuwe popzaal achterwege te laten. Het argument dat het economisch tij ook al niet meezit, mag er volgens Peters niet toe leiden dat de plannen nog verder worden afgeslankt.

,,Dan hebben ze geen toekomstwaarde meer. Dat zou korte-termijnklunzerigheid zijn. De discussie rond het Stedelijk Museum in Amsterdam is daar een treffend voorbeeld van. Laten we dat Enschede besparen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden