Van elkaar afgekeken

Plagiaat was nog geen negatieve term in de zeventiende eeuw. Integendeel, schilders keken de trucs bij elkaar af en probeerden die dan te overtreffen. Een tentoonstelling in het Frans Hals Museum laat zien dat Hals een sleutelpositie innam.

Hoe schilder je een molensteenkraag met zijn talloze vouwen en verschillende laagjes batist? Peter Paul Rubens en Jacob Jordaens zullen er uren aan gewerkt hebben voor hun portretten van hoge heren en dames - als ze het al niet uitbesteedden aan hun assistenten.

Het kan ook anders, sneller. Frans Hals schilderde op de plek van de kraag een reeks in elkaar overlopende achten: sierlijke, grove krullen, in één beweging erop gezet. Het resultaat oogt virtuoos èn levensecht. Typisch het staaltje vakmanschap waar Frans Hals nu, maar ook in zijn eigen tijd, om beroemd is.

Bij zijn honderdjarig bestaan eert het Frans Hals Museum de Haarlemse meester naar wie het genoemd is. Er wordt nog wel eens gedacht dat de waardering voor Hals pas opkwam eind negentiende eeuw, toen de impressionisten en post-impressionisten zijn virtuoze penseel ten voorbeeld namen. Maar ook in de zeventiende eeuw werd de 'ruwe' schildertrant van Hals - het tegenovergestelde van het verfijnde werk van bijvoorbeeld Gerrit Dou of stadsgenoot Johannes Verspronck - op waarde geschat. Hals was geen buitenbeentje, maar stond midden in het schilderscircuit. Hij inspireerde andere grote schilders en andersom zij hem.

De tentoonstelling 'Frans Hals, oog in oog met Rembrandt, Rubens en Titiaan' wil die uitwisseling laten zien en slaagt daar heel goed in. Per zaal zijn schilderijen van grote meesters te vergelijken die een zelfde onderwerp of wijze van schilderen hebben.

We zien bijvoorbeeld ruw geschilderde koppen waarbij de verschillende kleuren verf - bruin, beige, roze - in krachtige vegen naast en over elkaar liggen: van dichtbij een wirwar van lijnen, van veraf een verbluffend geheel. Jacob Jordaens en Anthony van Dyck konden het, en Rembrandt niet te vergeten. Maar de 'Lachende jongen' van Hals straalt boven hun werken uit. Een glad geschilderd kinderkoppie met brede mond, omgeven door een ruige bos ongekamde haren en een snel geschilderde kraag.

Ook de wijze waarop iemand werd afgebeeld keken schilders van elkaar af. Naast elkaar hangen portretten van mensen in dezelfde soort stoel, met steeds in de linkerhand een handschoen of zakdoek. Twee vrouwen - een door Hals en een door Jordaens geschilderd - dragen zelfs exact dezelfde kleren. Hieruit blijkt dat in elk geval in de Nederlanden schilders goed naar elkaars werk keken.

En natuurlijk mag op een tentoonstelling over Frans Hals de zoektocht naar de lach of de grap niet ontbreken. Judith Leyster, Van Dyck, Jordaens: ze proberen het, maar halen het niet bij de potsierlijke Pekelharing en Verdonck van Hals; laat staan bij zijn topstuk 'De luitspeler', een bruikleen uit het Louvre.

Aan het einde van zijn leven ging Hals verder dan zijn Vlaamse collega's: hij koos voor een uitgebeende, eerlijke, maar onflatteuze weergave van de ouderdom. Zijn laatste regenten- en regentessenstukken gaan over verf en vlees. Het felle portret van de voorste regentes en haar oude, dooraderde hand zijn verbluffend. Op een heel andere manier, maar net zo sober, schilderde Rembrandt de oude, doorleefde koppen van Jacob Trip en Margaretha de Geer. Prachtig om die werken uit the National Gallery hier naast die van Hals te zien.

Meer dan dertig bruiklenen van over de hele wereld vertellen hier met de werken uit de collectie van het Frans Hals Museum het verhaal. Uit het Louvre, het Prado, the National Gallery, uit Kassel, Praag, Edinburgh en privé-collecties van Haarlem tot New York. Het levert mooie vergelijkingen op - en de kans om de ijdele Jasper Schade twee keer afgebeeld te zien, eenmaal door Hals (National Gallery, Praag) en eenmaal door Cornelis Jonson van Ceulen (Rijksmuseum Twente).

Toch leunt de tentoonstelling wel heel erg op de eigen collectie. De meeste topstukken van de tentoonstelling - de regentenstukken, de schuttersstukken, vele portretten - zijn uit het eigen bezit van het museum. Voor vaste bezoekers had er nog wel een nieuw klapstuk bij gekund. Zeker gezien de veelbelovende titel van de tentoonstelling. Rubens en Rembrandt zijn aardig vertegenwoordigd, maar van Titiaan hangt er alleen een werk uit Boijmans. Het past er beeldschoon tussen - evenals dat ene schitterende, elegante werk van Tintoretto uit het Prado - maar op grond van de titel werd meer verwacht.

****

'Frans Hals, oog in oog met Rembrandt, Rubens en Titiaan'
is tot en met 28 juli te zien in het Frans Hals Museum in Haarlem. www.franshalsmuseum.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden