Van elders meegelift naar onze streken

Er groeit dolle kervel tegen een huismuur in mijn buurt. Er vlak naast bloeit gele helmbloem. Dolle kervel komt niet voor in de streek waar ik woon. En de gele helmbloem is hier een zeldzame plant, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk.

HENK VAN HALM

De bewoner van het huis wist niet waar de planten vandaan kwamen. Ik vroeg hem of hij wel eens met zijn caravan in Frankrijk verbleef. Toen hij dat bevestigde, vroeg ik waar hij de vloermatten uitklopte. Tegen dezelfde huismuur als waar dolle kervel en gele helmbloem groeiden. Hij had onopzettelijk zaad uit Frankrijk geïmporteerd.

Het intensieve internationale verkeer en vervoer brengt onbedoeld planten en dieren ons land binnen, die hier niet thuishoren - van bananenspinnen tot minuscule mosjes. Als die zich aan ons klimaat kunnen aanpassen, kunnen ze hier vaste voet krijgen.

Zo groeit tussen de straatstenen op het Amsterdamse Waterlooplein en aan de Wibautstraat een plantje uit het Middellandse-Zeegebied: kransmuur, voor het eerst in Amsterdam aangetroffen in 1991 en nu ook voorkomend in Dordrecht, Leiden en Rotterdam. Het is waarschijnlijk op dezelfde manier met vakantiegangers meegelift als de dolle kervel en de gele helmbloem in mijn buurt.

Uit Zuid-Afrika

Een bladmos, het geelsteeltje, is omstreeks 1908 met een lading tropisch hout uit Zuid-Afrika Engeland binnengekomen. Het heeft zich al ettelijke jaren geleden in ons land gevestigd, waar het in korte tijd de voet van dennen, eiken en berken koloniseerde en daar de oorspronkelijke mosbegroeiing wegconcurreerde. Het kreeg van mossenkenners verdiend de naam mospest.

Een ander bladmos uit Zuid-Afrika, het grijs kronkelsteeltje of cactusmos, heeft zich sinds 1961 ontwikkeld tot een plaag in de duinen en de zandverstuivingen, omdat het zich uitbreidt ten koste van de oorspronkelijke inheemse soortenrijke mosflora.

De meest geruchtmakende allochtoon uit Zuid-Afrika is het bezemkruiskruid. Voordat ik het in Nederland tegenkwam, vond ik het massaal in heuvelland in de Algarve. Met name langs spoorlijnen heeft dit kruiskruid zich door heel West-Europa verspreid. Tot in december kleurt het de bermen van de spoorlijnen van Amsterdam-Sloterdijk naar Haarlem en naar Zaanstad goudgeel. Het bloeit ook tussen de straatstenen bij het gebouw van onze krant. En zo zijn er nog honderden plekken aan te wijzen, waar het bezemkruiskruid bezig is de meest algemene plant te worden.

Zeewieren

Elke winter spoelen wieren aan, die zich hier niet kunnen vestigen door het ontbreken van een geschikte ondergrond. Zo'n substraat vond het Japans bessenwier wel. Sinds 1980 groeit het op Texel, in de Grevelingen en in de Oosterschelde. Het is minder rampzalig voor onze natuur dan een wier, waarvan men de herkomst niet kent en dat zich meedogenloos uitbreidt langs de kusten van de Middellandse Zee en van Californië. Het verdrijft allerlei vastzittende zeeorganismen, zoals zeeanemonen, koralen en sponzen, en is nog giftig ook, zodat het door geen enkel dier wordt gegeten. Vermoedelijk is het wier ontsnapt uit het zeewateraquarium van Monaco.

De coloradokever

Je hoort nauwelijks meer iets over de coloradokever. Het gele, zwart gestreepte goudhaantje bracht in de jaren veertig enorme schade toe aan de aardappelteelt. Ouderen onder ons herinneren zich ongetwijfeld de affiches van de tor en zijn vuilrode larven met het alarmerende opschrift 'Staatsvijand nr. 1'. Wellicht weten ze ook nog hoe schoolkinderen de stranden afzochten tegen een geringe vergoeding voor elk ingeleverd blikje kevers. Coloradokevers spoelden bij duizenden aan op onze kust.

Oorspronkelijk kwam de kever uitsluitend voor in het rotsgebergte waar hij leefde van wilde nachtschaden. Toen men daar aardappelen ging verbouwen, gingen de kevers op de aardappel (ook een nachtschade) over. In korte tijd verbreidde het dier zich met de aardappelen over heel Amerika en zo kwam het met scheepstransporten naar Europa, voor het eerst omstreeks 1920 bij Bordeaux. Gevrijwaard van de parasieten, die hem in Amerika kort hielden, veroverde de kever van daaruit heel Europa. Overbrenging van Amerikaanse parasieten naar Europa bleef zonder resultaat. Nog steeds bestaat wettelijk de plicht de vondst van een coloradokever te melden bij de Plantenziektenkundige Dienst.

Uit een ver verleden

De inmiddels zeldzaam geworden akkeronkruiden zijn al zo'n zevenduizend jaar geleden met immigrerende neolithische boeren uit het oosten in het zaaizaad meegelift. Nog eerder groeide de grote kroosvaren in Europa, maar deze waterplant stierf in de laatste ijstijd uit. Hij kwam alleen nog voor in Noord-Amerika. Per ongeluk in Europa terechtgekomen vormt het 'rode kroos' in het najaar een centimeters dikke laag op veel wateren in West-Nederland.

In de stad zijn klein liefdegras en straatliefdegras nieuwelingen uit Zuid-Europa. Vooral het straatliefdegras heeft net als het bezemkruiskruid een voorkeur voor het spoor. Het klein liefdegras gedraagt zich veelal als een tredplant zoals het inheemse straatgras.

Het klimaat verandert. Het wordt warmer. Daarom kunnen allerlei warmteminnende soorten die vroeger te gronde zouden zijn gegaan, hier nu floreren. In 1983 werd voor het eerst in ons land een nest gevonden van Franse veldwespen. De werksters maken een klein papiernest aan een plantenstengel, maar hadden hier hun nest gebouwd in de ruimte onder een grote platte steen.

Platanen en vijgenbomen

Er worden steeds meer vindplaatsen bekend van de in Frankrijk niet ongewone klimopbremraap. Deze zomer zag ik vele tientallen bloeiende klimopbremrapen in het Amstelveense heempark De Braak, spontaan opgekomen bij een uitbundige klimopbegroeiing. En wie dacht dat de plataan, vooral een Zuid-Europese straatboom, zich in ons kille klimaat niet kan voortplanten, vergist zich. Sinds tien jaar groeit op een kademuur aan de Amsterdamse Roetersstraat een zaailing uit tot een volwaardige plataan. Spontaan uit zaadjes opgeschoten vijgenbomen zijn in de Nederlandse steden geen uitzondering meer.

Er staat ons ongetwijfeld meer te wachten, als het hier warmer wordt. En zeker niet alleen onschuldige dingen. Bilharziosis bijvoorbeeld, een wormziekte uit Afrika, die allerlei vitale organen aantast, met als tussengastheer een onschuldig ogende waterslak. Of de malmignatte, Zuid-Europese verwant van de beruchte Noord-Amerikaanse zwarte weduwe. Ook geen blij vooruitzicht.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden