Van eenheidspils naar bierparadijs

MICRObrouwerijen | Het aantal brouwers stijgt spectaculair. Vanwaar hun succes?

Zo'n 35 jaar geleden telde Nederland acht bierbrouwerijen. Hun producten leken zo op elkaar dat zelfs connaisseurs ze bij een blinde test nauwelijks uit elkaar konden halen. Anno 2016 heeft Nederland 390 brouwerijen en barst het van de nieuwe smaken.

Van eenheidspils-land naar speciaal-bierparadijs, hoe is die ontwikkeling te verklaren? Drie Nederlandse wetenschappers onderzochten de opkomst van microbrouwerijen. Hun onderzoeksresultaten publiceren ze begin 2017 in een boek over kleine brouwerijen in Europa. In de Week van het Nederlandse Bier mocht Trouw een hoofdstuk inzien.

De onderzoekers, Michiel van Dijk, Bart Slob en Jochem Kroezen (die promoveerde op de opleving van de Nederlandse bierindustrie), beginnen hun hoofdstuk met de 'Gouden eeuw van het Nederlandse bierbrouwen' (1450-1650). Meerdere Nederlandse steden telden toen meer dan honderd brouwers en ruim 50 procent van de productie was bestemd voor de export. Door concurrentie uit het buitenland, hoge graanprijzen en belastingen en door een groeiende populariteit van wijn, destillaten, koffie en thee raakte de bierproductie daarna in het slop.

In 1820 waren er nog zo'n duizend brouwerijen. Toen kwamen er nieuwe productietechnieken en raakte het pilsener meer in zwang. Grotere brouwerijen kochten kleinere op. In 1980 waren er nog maar acht brouwerijen over.

Hoe kunnen het er nu dan weer 390 zijn? Volgens Michiel van Dijk, econoom van onderzoeksinstituut LEI van de Wageningen Universiteit, begon het met de onvrede bij bierliefhebbers over het schrale aanbod. "Tegelijkertijd kwamen er in de jaren zeventig vier speciaal-biercafés in Nederland die bieren uit België importeerden: De Beyerd in Breda, Jan Primus in Utrecht, Gollem in Amsterdam en 't Pumpke in Nijmegen."

Geïnspireerd door Amerikaanse en Britse bierclubs richtten Nederlandse enthousiastelingen in 1980 de bierclub Pint op. Pint werd een soort kennisorganisatie waar hobbybrouwers en nieuwe microbrouwerijen terecht konden voor informatie, contacten en een distributienetwerk.

Microbrouwerijen als 't IJ in Amsterdam, De Friese Bierbrouwerij in Bolsward en de Christoffel Brouwerij in Roermond gingen bieren maken naar traditioneel Belgisch recept, zoals witbier, dubbel of tripel. Ook contractbrouwen, waarbij een brouwer zelf geen brouwketels heeft maar gebruik maakt van de installatie van een ander, werd populairder, zegt Van Dijk.

"Vanaf 2010 explodeerde het aantal microbrouwerijen. Ze bliezen oude lokale recepten nieuw leven in en brouwden Amerikaanse ales. Dat begon in grote (studenten)steden en later in dorpen. De consument wil tegenwoordig wat anders dan een massaproduct: iets ambachtelijks en lokaals. Je ziet dat ook bij producten als kaas en wijn. In de steden heeft speciaalbier misschien iets hips, maar ook dorpscafés hebben soms al een lokaal bier op de tap."

Een microbrouwerij beginnen is stukken makkelijker dan dertig jaar geleden. Er zijn bedrijven die brouwinstallaties verkopen, recepten staan op internet, nieuwkomers halen geld op door crowdfunding of door een kleine lening aan te gaan. En veel starters maken gebruik van de ketels van een ander.

Eind 2015 telde ons land 202 brouwerijen met een eigen uitrusting en 188 contractbrouwers. Van de honderd geïnterviewde microbrouwers kan bijna niemand de vraag aan, zegt Van Dijk. "Ik durf voorzichtig te zeggen dat Nederland zich in een nieuwe gouden biereeuw bevindt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden