Van dropout via rijkdom tot meest gehate man van Bangladesh

Hij kwam van ver, als zoon uit een arm Bengaals gezin, steeg naar ongekende hoogten en donderde toen weer ongenadig naar beneden. Mohammed Sohel Rana, eigenaar van de textielfabriek Rana Plaza in Bangladesh, kan de doodstraf krijgen omdat hij schuldig is aan het instorten van zijn fabriek van acht verdiepingen. Daarbij kwamen in 2013 meer dan 1100 mensen om het leven en vielen tweeduizend gewonden.

Rana is - samen met veertig anderen - aangeklaagd wegens moord, na een onderzoek dat twee jaar heeft geduurd en waarvoor 1200 getuigen zijn gehoord. De 35-jarige fabriekseigenaar wordt verantwoordelijk gehouden voor de dood van zijn arbeiders, omdat hij ze het gebouw instuurde toen daar al grote scheuren in de muren waren verschenen. Rana ontkent schuld, maar helemaal gerust was hij er al direct niet op. Een paar dagen na de instorting probeerde hij vergeefs het land te ontvluchten - hij werd gearresteerd bij de grens met India.

In de lokale Bengaalse media is Rana intussen al min of meer veroordeeld en uitgegroeid tot meest gehate Bengaal. De media beschrijven hem als een mastan, oftewel buurtbruut, die zichzelf met geweld omhoog wist te werken. Door politici bescherming te bieden, vergaarde hij macht, invloed en rijkdom. "Hij staat hier bekend als een misdadiger en gangster", vertelde ambtenaar Firoz Kabir uit de stad Savar aan de BBC.

Een mastan was Rana niet meteen. Inwoners van Savar herinneren zich hem als een drop-out uit een arme familie, die toch snel geld wist te maken. Zijn vader was een boer die een kleine mosterdoliefabriek begon en die betrokken raakte bij de Bengaalse Nationalistische Partij. De familie kreeg meer macht en werd rijker.

In 2000 besloot Rana met zijn vader Rana Plaza te bouwen, maar helemaal volgens de regels ging dit niet: de familie dwong andere grondeigenaren met geweld hun land af te staan. Zo kocht Rabindranath Sarka samen met Rana's vader een stuk land. "De familie stuurde vervolgens misdadigers om een landdeel in beslag te nemen. Toen ik een klacht indiende bij de politie, achtervolgde Rana me met wapens."

Ook daarna volgde de ene dubieuze vergunning na de andere, bijvoorbeeld om nog enkele verdiepingen op het gebouw te zetten. Zo kon de fabriek snel doorgroeien, bouwend op goedkope arbeidskrachten en hoge exportaantallen. Maar dat werd uiteindelijk ruim duizend mensen fataal.

Bijoy Krishna Kar, hoofdonderzoeker van de Bengaalse politie: "Rana heeft zijn werknemers koelbloedig de dood in geholpen door de scheuren in de muren niet als levensbedreigend te beschouwen. Het was een massamoord waarvoor alle 41 verdachten verantwoordelijk zijn."

in het nieuws omdat ...

... hij beschuldigd is van moord als eigenaar van de ingestorte textielfabriek in Bangladesh.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden