van doorn / Religieuze belevenissen

Religie is terug van weggeweest. Ik formuleer het met opzet wat spottend, want als er in onze materialistische tijd één tendentie is die volstrekt onverklaarbaar moet worden genoemd, dan wel de comeback van religie. De constatering lijkt trouwens te vloeken met wat nog maar enkele tientallen jaren geleden in tegengestelde richting plaatsvond: een catastrofaal snel verlopend secularisatieproces dat niet alleen de kerken deed leeglopen en de confessionele zuilen deed instorten maar dat daarmee tegelijk het hele politieke landschap overhoop haalde. Hoe is het mogelijk dat deze massale maatschappelijke transformatie nu alweer in het tegendeel omslaat?

Dat is dan ook niet het geval. Het aantal lidmaten van kerken en het kerkbezoek nemen jaarlijks nog steeds verder af en het geloof in een persoonlijke god en in leven na de dood wordt door steeds minder mensen onderschreven. Er zijn, met andere woorden, twee tendenties van totaal uiteenlopende aard, die elkaar kruisen: de kerken verliezen voortdurend terrein, de religie wint aan belangstelling en invloed.

De vraag is dan wel wat hier onder religie wordt verstaan. Een deel van het antwoord is te vinden in een rubriek in deze krant die met veel succes al meer dan twee jaar wordt voortgezet: ’Religieuze belevenissen’. 107 van deze getuigenissen werden onlangs door de betrokken redacteur, Koert van der Velde, gebundeld en zij maken het de geïnteresseerde gemakkelijk zich van deze merkwaardige uiting van religieuze betrokkenheid op de hoogte te stellen.

Merkwaardig is het gebodene inderdaad. Het gaat steeds om gesprekken waarin een geïnterviewde mededeling doet van een vaak nogal schokkende beleving die door hem of haar vrijwel steeds als religieus wordt opgevat, als – zie de ondertitel van de bundel – ’het ervaren van God’.

Ik heb de indruk dat er in het materiaal nogal wat onzin is terechtgekomen en Van der Velde, die stoïcijns blijft reageren, zal het zo ook hebben beleefd. Maar alle gerechtvaardigde twijfel neemt niet weg dat hij met zijn aanpak een rijke bron van eigentijdse religiositeit op het spoor is gekomen.

Die religiositeit krijgt momenteel in tal van publicaties veel aandacht, zij het dat vaak andere benamingen worden gebruikt. Spiritualiteit is favoriet maar ook religieuze vrijzinnigheid en zingeving doen ter omschrijving van deze ervaringen mee.

Wat mij bij dit onderwerp vooral intrigeert is het strikt individuele van de beschreven belevenissen. De wonderlijke gebeurtenis die men heeft meegemaakt, de schok die men onderging of de verrukking waardoor men werd bevangen – het blijft allemaal tot de persoon beperkt die er melding van maakt. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt verwezen naar anderen of naar een geloofsgemeenschap. Als dit religieus beleven is, dan is het een eenzaam avontuur, ook al wordt het niet in die dramatische bewoordingen ervaren.

Dit merkwaardige individualisme heeft hier en daar de wenkbrauwen doen fronsen. In de recente oktober-aflevering van het tijdschrift Civis Mundi, hoofdzakelijk gewijd aan vrijzinnigheid in religieuze zin, vraagt de socioloog L. Laeyendecker zich naar aanleiding van een van de publicaties in Trouw af, wat de waarde is van ervaringen die zelfs tegen elk gesprek erover met anderen hardnekkig worden afgeschermd. Elders in hetzelfde blad spreekt de filosoof en theoloog Chris Doude van Troostwijk van een ’stamelgeloof’ dat zozeer in een individuele, subjectieve zelfbepaling blijft hangen dat iedere herkenbaarheid voor anderen is uitgesloten. Vandaar ook de uiterst geringe mogelijkheid zich met anderen te verenigen. Voorzover ze al bestaan, zijn vrijzinnige clubs – mooie vondst van Van Troostwijk – ’kikkerdrilclubs’, dus helemaal geen clubs in de normale zin van het woord.

Mijn belangstelling voor het fenomeen ’religieuze belevenis’ is vooral door dit strikte individualisme teweeggebracht. Het zal zeker te maken hebben met mijn sociologische achtergrond, maar het moet ook ieder ander opvallen dat een zo strikt persoonlijke beleving van religie haaks staat op alles wat we over religies en religiositeit weten. Men behoeft niet onmiddellijk in termen van kerken en kloosters te denken om te beseffen hoe natuurlijk het is dat religie in sociaal verband wordt beleefd en dat een gevoel van onderlinge betrokkenheid en bekommernis alle religieuze gemeenschappen doortrekt.

Wie het hiermee eens is, kan maar tot twee conclusies komen. De huidige hang naar persoonlijke religieuze belevenissen is een voorbijgaand verschijnsel en een tijdelijke reactie op de ontnuchtering die de ontbinding van het kerkelijk leven in onze contreien heeft teweeggebracht. Men leeft op een vluchtheuvel, wachtend op nieuwe gemeenschapsvormen die ooit wel langs zullen komen.

De andere veronderstelling luidt dat deze belevenissen het eindstadium markeren van religie in de normale zin van het woord, drastisch geformuleerd een degeneratieverschijnsel dat ten onrechte als een verdedigbare variant van religieus gedrag wordt aangemerkt. Voor een keuze tussen deze twee interpretaties schrik ik terug. Wellicht zijn er meer bevoegde lezers van Trouw die bereid zijn de draad hier op te pakken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden