van doorn / Referendum over Europa is onzinnig

Veel meer dan voorheen wordt de krant overwoekerd door meningen. Je hoeft er maar doorheen te bladeren, en je struikelt over de commentaren en de columns, over redactionele standpunten en interpretaties. Wie iets te melden heeft, is hartelijk welkom: meteen zet een redacteur zich te luisteren, niet zonder succes want al deze pas ontdekte talenten of ervaren oudgedienden weten met veel aplomb te melden wat ze van de wereld vinden en hoe ze denken die wereld verder te perfectioneren. Nieuw is het gebruik de lezers uit te nodigen over het geponeerde een eigen mening te geven.

Een van de gevolgen is dat de ijverige krantenlezer na al die informatie zo goed mogelijk te hebben verwerkt, niet meer weet wat hij van bepaalde onderwerpen moet denken. Zo verging het mij in ieder geval, toen ik afgelopen paar dagen probeerde greep te krijgen op het resultaat van de Europese Top die zich had beziggehouden met de herziening van het Europees verdrag.

Het meest realistisch is te veronderstellen dat er op allerlei punten, na veel getouwtrek, min of meer ingrijpende wijzigingen zijn aangebracht. Uit veel commentaren komen echter heel andere beelden naar voren, onderling totaal niet te verenigen. Het ene staat bol van triomfalisme. Bij monde van premier Balkenende: ’de Europese superstaat is definitief van de baan!’ Sommige commentaarschrijvers gaan nog een stap verder en blijken oprecht van mening dat we vooral door toedoen van onze premier aan dit gruwelijke lot zijn ontsnapt.

Sterker nog: Balkenende wist zijn gelijk voor de poorten van de hel weg te slepen. De meeste landen - ik meen zeventien in totaal - hadden zich in grote lijnen bij de oude tekst neergelegd, maar ziet: in een taai en moedig gevecht wist Balkenende deze overmacht te weerstaan en zijn eigen afwijkend standpunt te doen zegevieren. Als een ’echte staatsman’, las ik ergens.

Het andere beeld dat de ronde doet, is hieraan totaal tegengesteld. Een goed voorbeeld biedt het opinieartikel van Clingendael-medewerker Rob Boudewijn in de donderdageditie van deze krant. Hij noemt de in het Europees verdrag aangebrachte veranderingen ’cosmetisch’, een term die ook door andere sceptici wordt gebruikt. Zo mag er niet meer van ’Europese ministers van buitenlandse zaken’ worden gesproken maar hun functie blijft ongewijzigd. Het Handvest van de Grondrechten is uit de nieuwe verdragstekst verdwenen, maar er wordt in een voetnoot naar verwezen, wat kan betekenen dat de juridische status van het Handvest ongewijzigd is gebleven.

Meer in het algemeen blijkt de tekst door allerlei grote en kleine wijzigingsvoorstellen aan eenheid en samenhang te hebben verloren. Het zal veel tijd kosten vóór er weer enige logica in is aangebracht, wat kan betekenen dat sommige wijzigingen zullen moeten sneuvelen. In ieder geval zal het nog maanden duren, waarschijnlijk een half jaar, alvorens de definitieve verdragstekst door de regeringsleiders zal zijn vastgesteld.

Op zichzelf is dat niets bijzonders en evenmin een reden voor ongerustheid. Een tekst waaraan tientallen landen gaan trekken, allemaal met hun eigen voorkeuren, zal na afloop van het gevecht natuurlijk een nogal chaotisch beeld vertonen en tot behoedzame bijstelling achteraf moeten leiden. Het is dus zaak rustig af te wachten hoe de definitieve tekst er straks uit zal zien.

Het gekke is echter dat de Kamer geen moment lijkt te willen wachten en meteen in debat is gegaan over de vraag of er al dan niet een referendum over het verdrag zal moeten worden gehouden. De eerste keer, in 2005, is dat fataal mis gegaan en heeft Nederland, samen met Frankrijk, zich tot de tegenstanders van het Europees verdrag verklaard. Deze keer, is de idee, zal het beter gaan en moet dus een tweede poging tot volksraadpleging worden gewaagd.

Op dit moment is het nog onzeker of het referendum er zal komen. Men verschuilt zich achter het oordeel van de Raad van State over de tekst, maar doorslaggevend zal dat advies niet zijn: de Kamer, ook de Eerste Kamer, zal zich over de wenselijkheid van een referendum moeten uitspreken.

De PvdA zit daarbij op de wip. Stemt de partij vóór het raadplegen van de burgers, zoals te voorzien is, dan kan van een meerderheid worden gesproken. En dus klinken uit die hoek allerlei optimistische geluiden: zowel fractieleider Tichelaar en partijvoorzitter Koole als ook PvdA-staatssecretaris voor Europese Zaken Timmermans zeggen geen moment bang te zijn dat het deze keer fout zal gaan.

Toch zijn er twee redenen om van een referendum af te zien. De eerste werd onlangs verwoord door J.L.Heldring: een tegenstem zou Nederland in Europa totaal isoleren, in feite op een politiek zijspoor zetten. Mijn eigen argument is een ander. De burgers wordt niet gevraagd een verdragstekst te beoordelen – dat kunnen ze niet – maar te kiezen tussen twee beelden die in de media circuleren: Nederland heeft zich van Brussel vrijgevochten of Balkenende heeft ons bij de neus. Het een noch het ander biedt een basis voor verantwoorde besluitvorming.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden