van doorn / Niet Nix was inderdaad niks

Anders dan de christen-democraten, die de waarheid in pacht hebben of denken te hebben, zijn de sociaal-democraten altijd op zoek geweest naar de meest geëigende politieke formule om de maatschappij te hervormen. Maar omdat die maatschappij zelf voortdurend veranderde, wisselden hun denkbeelden met de tijd.

Om ons tot Nederland te beperken: terwijl Domela Nieuwenhuis nog de revolutionaire trom roerde, koos Troelstra – in ieder geval als tweede optie – de parlementaire weg, om op zijn beurt te worden afgelost door reformisten die in de jaren twintig en dertig zelfs een forse scheut christelijke moraal door hun socialisme mengden: Willem Banning en Koos Vorrink.

De generatie van Nieuw Links die zich in de jaren zestig aanmeldde, was van een andere signatuur. Ze was niet zozeer ideologisch bevlogen als wel machtsstrategisch geïnteresseerd. Zoals Bart Tromp het onbarmhartig formuleerde: ’De voorstellen hadden als officieel doel de partij te democratiseren, en als officieus doel eigen machtsposities uit te bouwen. Dit laatste is meer geslaagd dan het eerste.’

En inderdaad: de Nieuw Linksers wisten tientallen jaren het heft in handen te houden, pas rond 1999 – heel bescheiden – voor de voeten gelopen door een clubje jongeren dat een alternatief leek te willen bieden. Het noemde zich Niet Nix en de voornaamste woordvoerders waren Lennart Booij en Erik van Bruggen.

Zoals de benaming Niet Nix al suggereert, moest het initiatief vooral niet te zwaar worden gewogen. Het ging niet om programmatische vernieuwing maar om de verjonging. Ideologische standpunten werden met zoveel woorden verwerpelijk geacht, op een paar grapjes na, zoals de afschaffing van de monarchie en de herintroductie van de zeppelin. Onderling behoefden de clubleden het volstrekt niet eens te zijn; het ging om het verwerven van macht en baantjes in de partij. Booij en Van Bruggen gaven het voorbeeld door op zeker moment een gooi te doen naar het (duo) voorzitterschap van de PvdA.

Toen dat niet doorging, reageerde men laconiek. Zoals een paar leden van Niet Nix het eerlijk formuleerden: „ Als de oude garde niet wil wijken (...) stoppen we onze energie in andere organisaties.” Of in de partij zelf, maar dan op een andere manier. Dat was de koers die Booij en Van Bruggen volgden. Ze richtten samen met Alex Klusman het campagnebureau BKB op en gingen er vervolgens toe over hun connecties in de hogere echelons van de partij te gelde te maken. Via die connecties kreeg men tevens toegang tot meerdere departementen, laatstelijk Ontwikkelingsamenwerking waar de PvdA-minister Koenders het BKB een opdracht van 750 duizend euro toeschoof. Het had geheim moeten blijven, maar omdat de minister verzuimde het bedoelde evenement openbaar aan te besteden en de Kamer daar lucht van kreeg, kwam de transactie op straat te liggen. Minister Koenders liep een deuk op in zijn prille reputatie en BKB moest zich verantwoorden voor het algemeen fors genoemde bedrag van 750.000 euro, door Van Bruggen verdedigd met het vertrouwde argument uit het graai- en grabbelcircuit: het bedrag was ’marktconform’. En daarmee was het incident gesloten.

Twee punten van meer algemene strekking vragen niettemin de aandacht. Dat Koenders de opdracht gunde aan een bedrijf waar twee partijgenoten de dienst uitmaken behoeft op zichzelf geen bezwaar te zijn. Bedenkelijk is slechts de structurele relatie tussen dat bedrijf en de PvdA, of nog anders gezegd: het ontstaan van het BKB uit leden van de partijtop, met handhaving van de oude connecties. Dat politieke partijen inmiddels zijn ontaard in banenmachines is bekend, maar dat ze ook leden die in zaken zijn gegaan mooie opdrachten blijken toe te spelen, gaat toch wel ver. En dat het belangennetwerk zich, zoals nu aan het licht komt, uitstrekt tot departementen en wellicht tot andere door PvdA’ers bestuurde overheidsorganisaties, is natuurlijk onacceptabel.

Maar is het te verbieden? En zouden andere partijen niet precies hetzelfde spel spelen? De klacht dat alleen partijleden voor lucratieve overheidsfuncties in aanmerking komen is al oud. Mogelijk moet daaraan worden toegevoegd de veronderstelling dat ook overheidsopdrachten, keurig naar diverse partijen verdeeld, primair aan geestverwanten worden gegund. De tweede opmerking betreft in het bijzonder de PvdA. Wie de geschiedenis van de Nederlandse sociaal-democratie kent, komt onder de indruk van de eerlijke betrokkenheid van de opeenvolgende generaties bij de telkens opnieuw beproefde vernieuwing van de partij en haar programma. Het ontbrak niet aan persoonlijke ambitie, maar er een slaatje uit slaan kwam bij niemand op.

Het clubje dat zich Niet Nix noemde, heeft achter die traditie een punt gezet. Dat nogal wat prominenten in 1999 achter het duo Van Bruggen-Booij gingen staan blijkt achteraf van naïviteit te getuigen. Men had de geinige voorstanders van de weder ingebruikneming van luchtschepen eerder kunnen doorzien: lichtgewichten die gemakkelijk omhoog vallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden