van doorn / Meer kinderen geeft meer macht

De ontdekking van Charles Darwin, dat de evolutie naar hogere levensvormen zich had voltrokken via een selectieproces waarbij de sterkste varianten het telkens wonnen van de zwakkere, was voor het negentiende-eeuwse liberalisme een godsgeschenk.

Scherp bekritiseerd door zowel conservatieven als socialisten kon men zich beroepen op een wetenschappelijke theorie die bewezen had dat een rigoureuze strijd om het bestaan de beste garantie bood voor maatschappelijke vooruitgang. De overwinning van de sterken op de zwakken, op economisch en politiek gebied, werd moreel en historisch gerechtvaardigd geacht.

Des te teleurstellender waren observaties die vooral rond 1900 veel pennen in beweging brachten, dat zich tegelijk een proces van contraselectie voltrok. Onder invloed van moderne denkbeelden drong in de hogere maatschappelijke lagen het streven naar geboortenbeperking door, terwijl in de lagere regionen grote gezinnen niet alleen bleven bestaan maar door sociale maatregelen meer overlevingskansen hadden. Met andere woorden: de getalsverhouding tussen elite en onderklasse veranderde ten nadele van de beste elementen, een proces dat al spoedig tot cultuurpessimisme leidde en resulteerde in ideeën over een noodzakelijk eugenetisch ingrijpen. Dwong deze scheefgroei niet tot bijvoorbeeld sterilisatie van zwakzinnige en criminele individuen? Inderdaad zou men in de eerste helft van de vorige eeuw in Amerika en in de Scandinavische landen tot dergelijke maatregelen overgaan, in nazi-Duitsland tot een perverse massaliteit uitgebreid die heel het eugenetisch denken voor lange tijd in de ban deed.

Inmiddels was de cultuurpessimistische paniek weggeëbd. Meer en meer tekenden zich de contouren van een middenklassemaatschappij af die op het stuk van procreatie geen opvallende verschillen liet zien. Voorbijgaand was ook, in Nederland, de ongerustheid over de politieke gevolgen van het uitzonderlijk hoge geboortecijfer van het katholieke volksdeel. Het bleek een tijdelijk verschijnsel, in de jaren zeventig drastisch bijgesteld.

Gedurende het afgelopen decennium is het probleem in nieuwe gestalte teruggekeerd, in een dubbele gedaante zelfs. De massale instroming van buitenlanders, grotendeels moslims, heeft zowel een nieuw proletariaat als een nieuwe religieuze minderheid geschapen, beide gekenmerkt door een van het Nederlands gemiddelde afwijkend geboortecijfer. Een eeuw nadat het voor het eerst werd gesignaleerd, wordt het probleem opnieuw benoemd en wel vooral in termen van cultuur en godsdienst: gaan de nieuwkomers geen kwantitatieve bedreiging vormen voor de afnemende autochtone bevolking?

Het is een perspectief dat binnenshuis ongetwijfeld vaak zal worden besproken en bij rechts-radicalen van het type Geert Wilders ook wel luidruchtig wordt gecolporteerd, maar van een open maatschappelijk debat is zeker geen sprake. Men stelt zich doorgaans gerust met de constatering dat ook de gezinsgrootte van de allochtonen zich naar beneden beweegt.

Er is daarom alle reden aandacht te vragen voor een artikel in NRC Handelsblad van vorige week donderdag, waarin twee leden van het CDA, Ton Lutter en Wim de Kok, de gevoelige kwestie niet alleen plompverloren aan de orde stellen maar er meteen het antwoord aan toevoegen, in de kop verwoord met ’Krijg kinderen en red onze cultuur’. Anders gezegd: ’Demografie is het sleutelwoord van deze eeuw’.

Zoals boven is aangegeven, was dit ook het sleutelwoord van een eeuw geleden. Ook nu wordt gewezen op factoren van culturele aard die de groei van de autochtone bevolking nadelig beïnvloeden en die dichterbij brengen wat wij willen voorkomen: dat de bestaande cultuur en haar dragers langzaam worden verdrongen door een groeiende vreemde massa die kennelijk als inferieur wordt beschouwd.

De toon van het stuk is even alarmistisch als sommige uitingen van sociaal-darwinisten van een eeuw geleden, maar in plaats van eugenetische interventie – onmogelijk te verdedigen – bepleiten de auteurs de terugkeer naar een conservatieve politiek waarbij vrouwen niet toetreden tot de arbeidsmarkt, maar het krijgen en verzorgen van kinderen weer als hun eerste taak gaan zien. ’Zij zijn’, schrijven Lutter en De Kok pathetisch, ’de onbaatzuchtige heldinnen van deze tijd’.

Het is logisch dat de auteurs de overheid te hulp roepen om deze ’heldinnen’ in ieder geval financieel te ondersteunen en het bedrijfsleven willen verplichten jonge moeders na verloop van tijd weer aan de slag te helpen. Maar de algemene teneur is duidelijk: de recente roep van emancipatoire zijde om veel meer vrouwen de arbeidsmarkt op te sturen, wordt vierkant weersproken. In latere reacties in de krant is dit dan ook het meest genoemde kritische commentaar.

Zelf zou ik deze keer, wellicht wat verrassend, een oordeel achterwege willen laten. Ik constateer slechts dat hier, van ’beschaafde’ zijde, een wezenlijk maatschappelijk en politiek probleem op brutale wijze aan de orde wordt gesteld. Het zal mij benieuwen wie de handschoen durft opnemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden