van doorn / Het droeve lot van het WRR-rapport

Op maandag 24 september presenteerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) zijn rapport Identificatie met Nederland.

Minister Vogelaar van integratie toonde zich enthousiast en minister Hirsch Ballin van Justitie, die het in ontvangst nam, prees de WRR voor de moed om met zo'n genuanceerd verhaal te komen in een tijd waarin ’de maatschappelijke discussie lijkt te worden gedomineerd door wij/zij-schema’s’.

Daar was geen woord te veel mee gezegd. Nog dezelfde dag noemde Geert Wilders de WRR ’een club van wereldvreemde mensen’ die ’politiek correct’ bezig is en maar beter geheel kan worden opgeheven. VVD-Kamerlid Halbe Zijlstra deed een geslaagde poging in Wilders’ nabijheid te komen door van ’multicultigeneuzel’ te spreken en zich af te vragen of het bestaansrecht van de WRR niet zo langzamerhand in het geding komt. De conservatief Bart Jan Spruyt was bij lezing zelfs in woede ontstoken: „Er wordt relativerend gedaan over de nationale identiteit.”

Een dag later werd al zwaarder geschut in stelling gebracht. De hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Ruud Koopmans noemde in een groot artikel in NRC Handelsblad het rapport ’een karikatuur van de Nederlandse omgang met culturele verschillen’. De zaterdag daarop kwam de Groningse hoogleraar geschiedenis Frank Ankersmit in Trouw met een zo mogelijk nog dodelijker oordeel: „Dit is politiek, geen wetenschap.”

Vervolgens ontspoorde de publieke discussie doordat de media zich nadrukkelijk gingen bezighouden met de toespraak die prinses Máxima bij de presentatie had uitgesproken. Ze bleek niet alleen voor honderd procent achter het rapport te staan maar ze veroorloofde zich bovendien een paar zeer persoonlijke waarnemingen over wat onder ’Nederlandse identiteit’ kan worden verstaan. Gezien haar status als prinses kwam daarmee de verantwoordelijkheid van het kabinet en in het bijzonder van premier Balkenende aan de orde. Een Kamerdebat volgde alsmede een reeks van zure opmerkingen over de vrijmoedigheid van Máxima, zoals door de redactie van de Volkskrant die concludeerde dat haar ’inburgering’ kennelijk nog niet was voltooid.

Terug naar het WRR-rapport dat van deze toevallige bijkomstigheden meteen een weerslag ondervond, terwijl het toch zaak is de kern van het betoog in het oog te houden: een pleidooi om te spreken over ’nationale identiteit’ alle aandacht te richten op de menigvuldige processen van identificatie die zowel Nederlanders maar zeker ook immigranten doormaken. De identificatie-inspanningen verlopen langs drie trajecten: door sociale contacten te ontwikkelen, in school en werk, door zich de maatschappelijke normen eigen te maken dan wel deze aan eigen preferenties aan te passen en door het gevoel te ontwikkelen in onze samenleving ’thuis’ te zijn, dus emotioneel te zijn geworteld.

De WRR verwerpt daarmee de gebruikelijke opvatting dat vreemdelingen ’de’ nationale identiteit – opgevat als een definieerbare identiteit, klaar voor gebruik – moeten overnemen. Zo'n identiteit is immers niet eens helder te formuleren zonder van bepaalde voorkeuren uit te gaan en ze blijkt in feite bovendien aan voortdurende verandering onderhevig. Niet slikken of stikken is daarmee de eis die aan immigranten kan en mag worden gesteld maar het zich getroosten van inspanningen en zich langs diverse routes geleidelijk en mogelijk slechts gedeeltelijk met Nederland te identificeren. Het is vooral aan de overheid de voorwaarden te scheppen waaronder die identificatieprocessen zullen kunnen verlopen en te waken tegen het gevaar van ’desidentificatie’ dat eveneens op de loer ligt.

Niet alles dat door de rapporteurs te berde wordt gebracht, is overtuigend. Zo is tegen hun acceptatie van een dubbele identiteit – een dubbel paspoort – bezwaar te maken, en zijn er ongetwijfeld andere concrete punten waarover discussie mogelijk is. Maar in grote lijnen is de hier voorgestelde benaderingswijze van de integratie van vreemde minderheden even verrassend als overtuigend. Ik heb zelden een rapport gelezen dat zoveel nieuwe openingen biedt aan doodgeprate politieke en maatschappelijke discussiestof. Het is bovendien zeer helder geschreven en uitstekend gedocumenteerd.

Ik vrees alleen dat het weinig effect zal boeken. De media zijn er al klaar mee zonder er serieus naar te hebben gekeken en het grote publiek begrijpt eenvoudig niet dat in dit rapport een soepel analytisch instrument wordt aangeboden waarmee het goedkope gepraat over ’onze nationale identiteit’ kan worden vervangen door een preciezer en doeltreffender inzicht in wat het huidige integratieproces van vreemdelingen momenteel vraagt.

Integendeel: menig een voelt zich juist uitgedaagd weer over ’nationale identiteit’ te gaan fantaseren, waarmee het rapport heeft bewerkstelligd wat het beoogde te beëindigen: gedachteloos clichédenken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden