van doorn / Afscheid van Bart Tromp

Het onverwachte overlijden van Bart Tromp berooft ons land van iemand die node gemist kan worden. Ik ken geen ander die zo lang en zo levendig aan het politieke debat heeft deelgenomen, steunend op de zeldzame combinatie van polemische scherpzinnigheid en inhoudelijk oordeelsvermogen.

Zijn directe betrokkenheid bij het politieke bedrijf, in casu zijn levenslange activiteit in sociaal-democratische kring, gaf hem alle voordelen van de insider; zijn aangeboren kritische distantie behoedde hem tegelijk voor het immanente gevaar van conformisme.

Zijn talloze columns waren zijn voornaamste wapentuig. Vergelijken is altijd moeilijk, zeker in de overdaad aan stukjesschrijvers die elkaar verdringen, maar dat zijn bijdragen tot de beste in het genre behoren lijkt mij niet voor bestrijding vatbaar. Naar stijl elegant en puntig, zijn ze ook inhoudelijk vaak superieur, alleen al door zijn feilloze geheugen voor zelfs de kleinste details.

Minstens zo belangrijk was zijn bewonderenswaardig consequente oordeel over wat onze partijendemocratie dient te zijn en te blijven. Hoewel hij tot de generatie van ’68 behoorde, heeft hij zich nooit laten meeslepen door wat veel van zijn generatiegenoten zo overduidelijk kenmerkte: gemakzuchtige kletspraat, onbegrijpelijke politieke sprongen en een grote liefde voor het lokkende pluche. Twee eisen bleef Tromp altijd stellen: de noodzaak van solide partijvorming en van programmatische helderheid. Hij zal het de laatste jaren moeilijk hebben gehad.

Bart Tromp heeft zich vrijwel zijn hele werkzame leven bewogen tussen de polen van politiek en wetenschap. In die pendelbeweging lag zijn grote kracht maar tevens zijn zwakte: door niet resoluut voor het een of het ander te kiezen, bleef zijn positie ondanks alle capaciteiten en verdiensten, naar beide zijden zo niet marginaal dan toch minder invloedrijk dan gewenst zou zijn geweest.

Zijn intermediaire positie was hem echter op het lijf geschreven. Hij miste het aanpassingsvermogen van de politicus evenals het zitvlees dat nodig is om diepgaand wetenschappelijk werk te leveren. Zo werd hij de lastigste luis in de pels van de PvdA en een van de levendigste auteurs over politiek-sociologische kwesties, met als voornaamste voertuig het essay – de column voor intellectuelen.

Een en ander kan verklaren waarom Tromp pas na een loopbaan als docent politieke wetenschappen in Leiden en eerst gedurende zijn hoogleraarschap in Amsterdam erin slaagde zijn proefschrift te voltooien, een kloeke studie over de geschiedenis van het sociaal-democratisch program in ons land, die in 2002 verscheen. Veel meer dan een hoogst nuttig naslagwerk is het echter niet geworden.

Wat hem bij uitstek lag, was het beoordelen van belangrijke politieke denkers. Hij was de ideale politiek-wetenschappelijke commentator: ruim belezen en goed geïnformeerd, en tegelijk onafhankelijk en voorzien van een vlijmscherpe pen. Zijn naar omvang bescheiden introductie tot het denken van Karl Marx, binnenkort in een herziene editie opnieuw verkrijgbaar, is in ons taalgebied onovertroffen.

Polemiek was zijn lust en zijn leven. Ik heb het ondervonden toen ik in 1969 een nogal topzwaar sociologisch artikel publiceerde over de zogeheten Culturele Revolutie in China en daarbij een poging deed de brute interventie van Mao Zedong te interpreteren als een doorbreking van de verstarring van het Chinese communisme. Tromp ging voluit in de aanval, uitgaande van de veel cynischer en ook realistischer interpretatie dat het eenvoudig een uit de hand gelopen conflict betrof tussen rivaliserende politieke elites. En hoewel ik in de dupliek moedig stand hield, bekroop mij tegelijk het gevoel dat Tromp, met zijn persoonlijke kennis van het politieke bedrijf, wel eens gelijk kon hebben.

Ik heb Bart Tromp maar een paar keer in mijn leven ontmoet, al heb ik zijn publicaties altijd met aandacht en sympathie gevolgd. Pas in het afgelopen jaar kwam het tot een bescheiden briefwisseling. Hij wist van mijn werk aan een boek over Duits socialisme, een terrein dat hij goed beheerste, getuige niet alleen zijn Marx-biografie maar ook zijn studie van kopstukken als Eduard Bernstein en Karl Kautsky. Het verheugde mij dan ook bijzonder dat hij zich ongevraagd bereid verklaarde mijn boek te recenseren.

Deze week donderdag vielen zijn bijdragen in de bus: een column in Elsevier en een uitvoeriger bespreking in Vrij Nederland, niet onkritisch maar royaal in toon en teneur. Maar tegelijk meldde de Volkskrant zijn overlijden.

Vóór mij ligt de handgeschreven brief die hij vorige week zaterdag verzond en die ik maandag ontving: zijn aankondiging, heel correct, van wat hij over mijn boek wilde zeggen, zijn instemming in grote lijnen maar ook zijn aarzelingen op meerdere punten.

Zijn plotseling overlijden ontneemt mij de kans hem te danken voor zijn faire beoordeling. Ik kan hem, heel spijtig, alleen nog herdenken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden