Van der Weijde is liever gek dan gemiddeld

Op zijn palmares prijken een kleine negentig marathons, een tiental 100 kilometerlopen, enkele 24- en 48-uurlopen en een Spartathlon. Volgens buitenstaanders zit er aan ultraloper Jan van der Weijde uit Kapelle een steekje los. Zelf spreekt hij liever van een uit de hand gelopen hobby. Dit weekeinde gaat de 53-jarige Zeeuw voor de tweede keer in zijn leven op zoek naar de grenzen van het menselijk uithoudingsvermogen in de Spartathlon, een monsterloop over 246 kilometer van Athene naar Sparta.

KAPELLE - Zijn passie tilt Jan van der Weijde soms tot ongekende hoogten. Zoals die keer tijdens een 100 kilometerloop in België. “Ik struikelde over een tegel en viel languit op de grond. Vier achtervolgers tuimelden bovenop mij. Ik bloedde behoorlijk, voelde een stekende pijn in mijn zij. Toch ben ik overeind gekrabbeld en veertig kilometer later kwam ik als winnaar over de streep. Een dag later constateerde de dokter drie zwaar gekneusde ribben en vroeg hoe ik in hemelsnaam was doorgelopen.”

Het is Jan van der Weijde ten voeten uit. Hij omschrijft zichzelf als iemand die immer recht op zijn doel afgaat. Wat er ook gebeurt. “Als ik aan een wedstrijd begin, zie ik in gedachten het einde al. Dat inspireert me. Met elke vezel in mijn lichaam werk ik naar de eindstreep toe. Ik heb nu ruim honderdtien wedstrijden achter mijn naam en slechts twee keer heb ik de finish niet gehaald.”

De straten staan blank op de klim naar de Acropolis. De start van de Spartathlon is iets later dan voorzien, maar alles went in de Griekse chaos. Ik heb geen beste nachtrust gehad. Mijn landgenoot Wim-Bart Knol daarentegen wel na het verorberen van drie borden spaghetti, twaalf stukken brood en heel veel yoghurt. Ik heb het niet zo, met dat eten. Voor de race wat boterhammen, gisteravond zelfs nog een pilsje. Moet kunnen. Ik ga Sparta halen, zeker weten!''

(Ervaring uit de Spartathlon van 1996)

Pas in 1981, op 36-jarige leeftijd, raakte Van der Weijde verslingerd aan het kilometervreten. “Het begon met wat prestatieloopjes op aandrang van vrienden uit de buurt. Drie kilometer, vijf kilometer, uitbouwen tot tien. En alles op eigen houtje. Een trainer heb ik nog nooit gehad. Waarom niet? Bij een trainer denk ik aan iemand die met me meeloopt als ik ga trainen. Die zelf weet hoe het voelt na vier of zes uur lopen. Maar ik ben nooit iemand tegengekomen die dat wilde. Ja, er waren wel mensen die aanboden met de auto naast me te komen rijden. Heb ik meteen afgekapt. Dat werkt toch niet. Dan train ik liever puur op gevoel, enthousiasme en wilskracht. Zo verleg ik mijn grenzen. Drie jaar na mijn eerste trimloopje liep ik de marathon van New York en daarna is het geleidelijk aan steeds extremer gegaan.”

Inmiddels staat de teller op meer dan honderdtien wedstrijden. Variërend van de marathon tot een wedstrijd over 48 uur in Keulen, begin juli dit jaar. Twee etmalen vrijwel non-stop hardlopen, alleen een volslagen krankzinnige lijkt tot zoiets in staat. “Mensen vragen natuurlijk wat mijn drijfveer is. Eigenlijk heb ik dat nog nooit goed duidelijk kunnen maken. Ook aan mezelf niet.”

Zijn woordenstroom stokt plotseling. Hij kijkt naar de uitpuilende prijzenkast in de hoek van de woonkamer en zegt dan: “Misschien is het wel de drang me te onderscheiden. Ik kon nooit goed leren. Na een jaar voortgezet onderwijs ben ik al van school gegaan. Later ben ik heftruckchauffeur geworden in de vriescel van een frietfabriek. Dat werk zal ik waarschijnlijk doen tot mijn pensioen. Het is leuk werk, daar niet van, maar het is natuurlijk niks bijzonders. Niks wat boven het gemiddelde uitsteekt.”

“Ik denk steeds vaker dat ik onbewust op zoek ben gegaan naar een mogelijkheid die grijze middelmaat wel te ontstijgen. En die grenzen verleg ik steeds. Een marathon voltooien kan zo langzamerhand iedereen. Een halve dag lopen raakt ook steeds meer ingeburgerd, een etmaal halen maar enkelen meer en 48-uur loop ik momenteel als enige in Nederland. Dat gegeven bezorgt me een geweldige kick. Dat sommige mensen me voor gek verslijten, ach dat raakt me niet. Ron Teunisse, dé nationale topper in het ultralopen, heeft eens gezegd: 'Ik ben liever gek dan gemiddeld'. Prachtig opmerking. Sluit ik me graag bij aan. Gemiddeld zijn, iets ergers bestaat toch niet!”

Na veertig kilometer wedstrijd (de eerste van zes marathons die we in totaal afleggen) lig ik op een 46e plaats. Ik voel me redelijk fris, al heb ik net een inzinking achter de rug in de benauwende hitte. De slijtageslag lijkt ingezet. Er worden berichten doorgegeven dat van de 131 gestarte lopers al velen hebben opgegeven. Terwijl de echte slag volgens kenners nog moet plaatsvinden. Dat gebeurt pas na ruim 160 kilometer, bij de beklimming van de Sangasberg.

De ijzeren wil door te gaan waar anderen afhaken, stamt uit zijn diensttijd. Van der Weijde maakte begin jaren zestig twee jaar deel uit van het korps mariniers, waarvan het laatste jaar op Curaçao. Het was in de tijd dat de Koude Oorlog op zijn kookpunt raakte. “Met achthonderd man werden we uitgezonden om de Shell-vestiging te bewaken tegen de communisten en Fidel Castro. Een gevaarlijke klus, maar het avontuur trok me. We werden op een keiharde manier gekweekt in dienst. Om de paar dagen werd je ergens in zee gedropt met de opdracht voor zonsopgang weer terug te zijn in het basiskamp. Je was volledig op jezelf aangewezen op onbekend en onherbergzaam terrein. Die beproevingen hebben mijn karakter gevormd.”

Achteraf heeft Van der Weijde spijt van zijn keuze voor een leven in de burgermaatschappij. “Na twee jaar dienst dacht ik dat het de juiste keuze was. Maar als ik het zou mogen overdoen, was ik bij het korps gebleven. In mijn hart blijf ik altijd die marinier die opereerde tussen land en water.”

De duisternis is over de binnenlanden van Peloponnesos gevallen als de Sangas als een muur in de nacht opdoemt. De berg kan alleen door lopers worden bedwongen, meestal op handen en voeten, en niet door gemotoriseerd verkeer. Soms moeten we ons met onze handen aan de bergwand vasthouden om niet in de afgrond te zeilen. Ik klauter omhoog in het schijnsel van een penlight, die ik tussen mijn tanden heb geklemd. Nog meer dan een halve dag lopen...

Het belangrijkste onderdeel van het ultralopen noemt Van der Weijde het mentale aspect. Hoe gaat de geest om met afstand en omstandigheden. “Waar het om allemaal op neerkomt is het overwinnen van pijn. Helse pijn die lichaam en geest terroriseert. Of ik dat pijngevoel kan omschrijven? Tja, weet je hoe het voelt als je grote teen helemaal open ligt en je nog 130 kilometer moet lopen? Dat er bovendien een klimmetje aankomt en de duisternis langzaam invalt? De pijn die een ultraloper voelt, kun je heel moeilijk omschrijven aan een buitenstaander. Je moet het eigenlijk zelf ervaren.”

Wat een gevoel als Sparta, na een helletocht van bijna 36 uur, in zicht komt. Ontroering. Ik ga het halen! Op een paar kilometer voor de eindstreep word ik opgewacht door een groepje jonge atleten, van wie een met me meeloopt naar het standbeeld van King Leonidas. Het beeld aanraken en vervolgens tot Spartaan worden gekroond met een krans van olijventakken. Wat een ervaring. Van de zes gestarte Nederlanders ben ik uiteindelijk de enige die Sparta haalt. Ik word 32e.

Natuurlijk zijn er elke wedstrijd momenten dat hij het liefste zou opgeven. Maar toch vindt Van der Weijde altijd de kracht om door te gaan. Positief denken is in zijn geval het toverwoord. “De meest uiteenlopende zaken laat ik in mijn hoofd de revue passeren. Leuk voorbeeld: Ik geef elke week les bij een muziekvereniging. Ik schrijf bladmuziek voor slagwerk. Het komt vaak voor dat ik tijdens het lopen hele muziekstrofen componeer. Dat gebeurt spontaan wannneer ik kilometers lang in hetzelfde ritme loop. Meestal ga ik ook neuriën om te horen hoe het klinkt. Na afloop zet ik die klanken vervolgens om in noten op papier.”

Op die manier componeerde hij zelfs een muzikaal verslag van zijn eerste marathon. “Dat stuk gaf precies mijn gevoelsleven weer tijdens die wedstrijd. Een rustige aanhef om te beginnen, hoge tonen voor delen van de wedstrijd waarin ik me goed voelde, lage tonen voor de mindere periodes en een uitbundige melodie aan het einde.”

Jan van der Weijde, sommigen noemen hem gek. Hij is in elk geval niet gemiddeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden