Van der Ploeg wil kunst voor een groter en breder publiek

,,Cultuur als confrontatie, dat is waar het mij om gaat'', zo herhaalde staatssecretaris Rick van der Ploeg de titel van zijn uitgangspuntennota voor het cultuurbeleid tussen 2001 en 2004 gisteren bij de presentatie ervan in het Haagse Nieuwspoort.

Van onze kunstredactie

Hoe die confrontatie er precies uit moet zien, is niet helemaal duidelijk. Dat ligt uiteindelijk ook in de handen van de cultuurmakers, programmeurs en het publiek zelf. Maar wel benadrukte Van der Ploeg dat er binnen de wereld van de gesubsidieerde kunsten wat veranderd dient te worden: De makers moeten meer rekening houden met het publiek, dat breder en diverser moet worden, zonder dat ze overgaan tot het maken van 'platte volkskunst'. ,,Terwijl de cultuur in beweging is en opera's in sporthallen, popfestivals en vrije producties als de musical 'Chicago' massaal worden bezocht, dreigen de gesubsidieerde kunsten gemarginaliseerd te raken,'' aldus de staatssecretaris. ,,Het toneelbezoek bijvoorbeeld loopt terug en te veel stukken blijken een te goed bewaard geheim voor de kenners, terwijl die geluiden juist naar buiten moeten.'' Met andere woorden, er komt steeds minder publiek naar een te gespecificeerd aanbod.

Met de musea is het niet anders. Te veel kunst staat opgeslagen in depots zonder dat het daar ooit uit komt en het publiek er kennis van kan nemen. Bij de allochtone kunst is het weer net andersom: die speelt zich vaak buiten het kunstcircuit af, zonder dat de gevestigde culturele orde er notie van neemt. Dat moet nu allemaal anders. Zonder dat de kwaliteit van het aanbod mag worden aangetast, moet het publiek naar de podia getrokken worden.

Om te zorgen dat de instellingen die voor subsidie in aanmerking wensen te komen ook daadwerkelijk hun drempel te verlagen, stelt de staatssecretaris twee concrete maatregelen voor. Ten eerste wil hij de huidige 15 procentsregeling aanscherpen. Terwijl tot nu toe 15 procent van het budget zelf verdiend moet worden met entreegelden of sponsorgeld, zal een instelling of gezelschap die 15 procent voortaan puur uit publieksinkomsten moeten halen. Daarbij komt er een nieuwe drieprocentsregeling, die de instellingen verplicht om 3 procent van het subsidiegeld te reserveren voor het bereiken van nieuwe publieksgroepen zoals jongeren, ouderen en allochtonen. Van der Ploeg wees er in dit verband op dat 'culturele diversiteit' niet mag worden uitgelegd als 'etnische diversiteit': ,,Diversiteit kan ook betrekking hebben op de plaats of de manier waarop voorstellingen bij het publiek worden gebracht.''

Naast de genoemde concrete maatregelen, benadrukte Van der Ploeg een vijftal punten, waaraan hij binnen zijn beleid de voorkeur geeft. De punten vormen samen het 'Actieplan cultuurbereik' en zijn de staatssecretaris 131 miljoen gulden waard op een totale kunstbegroting van 1,1 miljard. Van die 131 miljoen geeft Van der Ploeg 50 miljoen aan de versterking van de programmering (1) en het bevorderen van wat hij noemt 'culturele diversiteit' (2). Een groot deel van het geld zal niet naar productiegezelschappen gaan maar naar de podia (schouwburg, bioscoop, bibliotheek, kunstuitleen etc.) zelf, zodat die in de programmering scherper op de verbreding en vergroting van het publiek kunnen letten. Volgens staatssecretaris Van der Ploeg vormen de podia namelijk bij uitstek de plek waar de confrontatie tussen cultuuraanbod en publiek plaatsvindt.

Behalve de al bestaande subsidiepot voor cultuureducatie trekt de staatssecretaris nog eens 25 miljoen uit om te investeren in de jeugd. Het project Cultuur en School zal worden uitgebreid en scholieren zullen speciale cultuurbonnen krijgen, zodat ze goedkoop culturele evenementen kunnen bezoeken.

Resten bedragen van 26 en 30 miljoen gulden, die er respectievelijk toe moeten leiden dat het 'cultuur vermogen' zichtbaarder gemaakt moet worden en dat de kunst in de publieke ruimte goed aan bod komt.

Wat het eerste betreft, hoopt Van der Ploeg met name musea te stimuleren om hun bestaande collecties beter te beheren, te ontsluiten (via digitalisering bijvoorbeeld en een presentatie op internet of cd-rom) en te exploiteren.

Voor deze zogenaamde 'collectiemobiliteit' hoopt de staatssecretaris extra geld vrij te maken dar vrij komt uit de rente van het aankoopbudget van de Wet Behoud Cultuurbezit.

In het geval van de 'culturele planologie' wordt onderzocht of een nieuw stimuleringsfonds uitkomst kan bieden bij de inrichting of herbestemming van monumenten of andere kunstobjecten in de openbare ruimte.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden