Van der Keuken toont de mens die worstelt

In Frankrijk geldt Johan van der Keuken al jaren als een van de grootste cineasten. Dankzij het Eye Filminstituut heeft de Amsterdamse wereldreiziger nu ook in zijn geboortestad een royale overzichtstentoonstelling gekregen.

'Geen woning, geen kroning!', klinkt het in de straten van Amsterdam. Het is 30 april 1980. Beatrix wordt in de Nieuwe Kerk ingehuldigd als koningin. Johan van der Keuken is erbij met zijn camera. Hij is die ochtend alleen niet naar de Dam gegaan, waar al tientallen officiële cameraploegen in de weer zijn, maar naar de Kinkerstraat, een eindje verderop.

Hier is door jongeren een leegstaand kantoorpand gekraakt. Er wordt geprotesteerd tegen de woningnood. De sfeer is een stuk ongezelliger. Politie te paard. Busjes van de mobiele eenheid. Straatstenen. Een waterkanon. Van der Keuken filmt het allemaal. De spiraalbedden die als barricaden worden opgeworpen. De stad die langzaam vlam vat.

Maar ook - en dit is typisch Van der Keuken - het gesprek dat hij in alle rust voert met de krakers, politiek bewuste jongens en meisjes die uitleggen wat hun drijfveren zijn. Het gaat de filmmaker niet alleen om de sensationele taferelen op straat, maar ook om het verhaal erachter. Het schrijnende tekort aan betaalbare huurwoningen. De groeiende frustratie over het grote aantal leegstaande kantoorpanden. Het besluit van deze generatie om in actie te komen, niet langer toe te kijken.

Nu 30 april 2013 dichterbij komt en de kroning van een nieuwe koning, blijkt hoe actueel het onderwerp nog steeds is. De leegstand van kantoren is zelfs historisch hoog en niemand minder dan zoon Teun van der Keuken kaart het momenteel aan in de 22-delige serie 'De Slag om Nederland'. Samen met Roland Duong onderzoekt Van der Keuken junior de misstanden in de ruimtelijke ordening. Bedrijven die kapitale kantoorgebouwen neerzetten terwijl het oude kantoor 500 meter verderop leeg staat. Dat soort toestanden.

Terug naar 1980 waar Van der Keuken senior op 5 mei de buitenlandse schoonmakers filmt die destijds naar Nederland werden gehaald, maar nu ongewenst zijn. Ze slapen met zijn allen in een Amsterdamse kerk. Voor hen ook geen woning en geen Bevrijdingsdag.

En dat is nog maar het begin van 'De Weg naar het Zuiden' (1981), de prachtige, tot nadenken stemmende documentaire waarin Van der Keuken vanuit zijn woonplaats Amsterdam via Frankrijk en Italië doorreist naar Egypte dat 40 miljoen inwoners telt op een leefbaar oppervlak zo groot als Nederland. Onderweg, op zijn tocht van noord naar zuid, loodst hij ons armzalige bovenwoningen binnen van immigranten die ooit hoopten op een beter leven.

Ali die op een afgebladderd kamertje in de Parijse wijk Goutte D'Or, een van de oudste immigrantenwijken van Europa, met gekromde rug een dictee oefent. Het oudere echtpaar even verderop, dat al veertig jaar op hetzelfde kamertje woont, tussen de stapelbedden van hun kinderen. Waardige portretten van een schoonmaakster en een bouwvakker.

Overal keren ze terug in Van der Keukens oeuvre, de kleine ploeteraars, de mensen die vechten om te overleven. Omdat in die strijd een bijzondere energie zit, zoals te zien is aan de Marokkaanse koerier in 'Amsterdam Global Village' die elf uur achter elkaar brommert om in zijn levensonderhoud te voorzien. Je kijkt voorgoed met andere ogen naar brommerkoeriers. Maar ook omdat 'mijn eigen vader uit een milieu van grote armoede kwam', zoals Van der Keuken in een gefilmd interview zei. 'Dat heeft me gevoelig gemaakt voor klasseverschillen.'

In 'Blind Kind' filmt hij blinde kinderen, en dan vooral hun gevoelige oren en vlugge vingers. In 'Beppie' volgt hij zijn Amsterdamse buurmeisje, een grappig, levenslustig meisje vol verhalen en kattekwaad. Ze is de jongste van acht zussen. Bij de herenkapper om de hoek krijgt ze een bloempotkapsel. Hoogtepunt van de week is een patatje op de Albert Cuyp. Het is 1965. Op school kan Beppie niet goed mee. Ze blijft zitten. Begrijpt het niet. Prachtig zoals Van der Keuken het verschil vastlegt tussen de straat, waar Beppie in haar element is, en de school, waar ze opeens mee moet draaien in een systeem.

In 'Laatste woorden - Mijn Zusje Joke (1935-1997)' filmt Van der Keuken zijn zus die kanker heeft en daar gedetailleerd over vertelt. Doordat broer en zus juist niet in sentiment willen vervallen, grijpt het je zo naar de keel. "Ik heb vaak de indruk dat waar iets het leegst is, de blik het meest intens is", probeerde Van der Keuken zijn sobere, onderzoekende, associatieve manier van filmen ooit te verklaren. Na het zien van Godards wilde nouvelle-vaguefilm 'À Bout de Souffle' (1960) zei hij een grote bevrijding te hebben ervaren, een aansporing om een eigen vrije filmtaal te ontwikkelen.

De worstelende mens blijft het middelpunt van Van der Keukens universum. Als hij ziek wordt en op 62-jarige leeftijd verzwakt raakt door kanker, richt hij de camera vanzelfsprekend op zichzelf. In zijn laatste film 'De Grote Vakantie' (2000) volgen we hem naar Kathmandu, waar hij aan een Tibetaanse leraar vraagt hoe je moet omgaan met lijden en dood. Hij reist naar de Sahel om te laten zien hoe moeilijk het leven er wordt veroverd op de aarde, en hoe vreugdevol er wordt geleefd in dit kale, schrale deel van Afrika. Daar tegenover zet hij beelden van zichzelf, in het vliegtuig, in een landrover met tal van begeleiders, als gast op filmfestivals, hangend aan een parachute tijdens een bezoek aan Brazilië.

Beelden die documentairemakers doorgaans niet van zichzelf laten zien als ze de armste delen van de wereld aandoen. Maar Van der Keuken verdoezelt niet. Het maakt hem tot een van de sterkste documentaristen die Nederland heeft voortgebracht. 'Un cinéaste sans blocage', zoals de Franse criticus Alain Bergala hem noemde. Als Van der Keuken nog zou hebben geleefd, zou hij waarschijnlijk met zijn camera in Griekenland zitten of op Cyprus. Hij zou het leven tonen achter de journaals.

'Johan van der Keuken/Tegen het Licht. Filmer en Fotograaf' is tot en met 9 juni te zien in het Eye Film Instituut in Amsterdam.

Johan van der Keuken
Johan van der Keuken (Amsterdam, 1938) publiceerde in 1955, op 17-jarige leeftijd, zijn eerste fotoboek ('Wij zijn 17'). Omdat Nederland nog geen filmopleiding had, vertrok hij op zijn achttiende naar Parijs voor een studie aan de fameuze filmschool IDHEC. Na een flink aantal korte films (waarin hij onder meer zijn liefde beleed voor dichter/schilder Lucebert en jazzsaxofonist Ben Webster), maakte hij begin jaren zeventig zijn Noord-Zuid trilogie: 'Dagboek', 'Het Witte Kasteel' en 'De Nieuwe IJstijd'. In 1981 verscheen het grootse 'De Weg naar het Zuiden'. Daarna volgden onder meer 'Het Oog Boven de Put', 'Face Value', 'Bewogen Koper' en het vier uur durende 'Amsterdam Global Village'. In 2000, toen hij te horen had gekregen dat hij kanker had en niet meer lang zou leven, maakte hij 'De Grote Vakantie'. Johan van der Keuken overleed in 2001.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden