Van der Horst ging weerbarstige wegen

Anthon van der Horst (1899-1965), dirigent, componist, organist en Bach-kenner gold in zijn tijd als een absolute autoriteit, maar sinds zijn dood werd hij meer en meer vergeten. De voornaamste oorzaak daarvan is dat de huidige generatie avant-garde componisten, die veelal uit de school van Kees van Baaren en Ton de Leeuw komen, zich sterk afzette tegen de generatie waartoe naast Van der Horst bijvoorbeeld ook Herman Strategier en Alexander Voormolen behoorden.

CHRISTO LELIE

De laatste jaren werden enkele initiatieven genomen om Anthon van der Horst de erkenning te hergeven die hij ongetwijfeld verdient. In 1992 verscheen een eerder hier gerecenseerde cd met historische opnamen van ondermeer Van der Horst zelf (Marcato MCD 119201, St. Keyboard, Postbus 18747, 2502 ES Den Haag). Vrijwel tegelijk kwam een biografie uit, geschreven door organist/musicoloog Gert Oost (Uitg. Canaletto, Alpen a/d Rijn 1992). Ter afsluiting van dit project verscheen de buitengewoon fraaie cd ANTHON VAN DER HORST LIEDEREN EN ORGELWERKEN Marcato (MCD 169501).

Hierop speelt Gert Oost naast de korte 'Toccata en Koraalzetting Psalm 8' drie omvangrijke orgelwerken van Van der Horst. Het belangwekkendste hiervan is de 'Sonata in modo conjuncto', een werk met een neo-barokke vorm, maar in een voor die tijd nieuwe tonaliteit. Evenals de andere orgelwerken is het stuk bepaald geen lichte kost, maar voor de aandachtige luisteraar zal duidelijk zijn dat Van der Horst niet cerebraal componeerde. Zijn muziek is juist heel verhalend en buitengewoon sfeervol.

Voor de 'Partite diverse sopra O nostre Dieu, et Seigneur amiable' (Psalm 8) en de Variaties over de sinfonia uit Bachs cantate 'Christ lag in Todesbanden' stonden Bachs sterk vanuit de koraaltekst gedachte variatietechnieken model, toegepast in een twintigste-eeuws harmonisch idioom, dat soms bij Van der Horst behoorlijk weerbarstig kan zijn. Vooral de psalm-variaties hebben iets oer-Hollands, calvinistisch.

Deze orgelsolo's werden opgenomen op het grote Witte-orgel van de Oude kerk in Delft, dat zich met de fraaie strijkers en fluiten schitterend leent voor de verfijnde, impressionistische klanken van de 'Sonata in modo conjuncto', en dat tevens de stoere tongwerken en grondstemmen heeft voor de Psalm-variaties. Voor de liederen met orgelbegeleiding gezongen door sopraan Irene Maessen, gebruikte Oost het orgel van de St. Maartenskerk te Tiel.

Dat werd eveneens door Witte gebouwd en lijkt een kleiner zusje van het instrument in Delft. De kerk in Tiel heeft een zeer ruime akoestiek, die in de opname niet werd gecamoufleerd door gerichte microfoons. Het is even wennen zangopnamen te horen met zoveel galm, maar dankzij de uitstekende dictie van Irene Maessen is alles goed verstaanbaar. De effectieve en volwaardige orgelpartij mengt zich prachtig met de krachtige, dramatisch-expressieve zang van Maessen.

Naast de direct aansprekende, strofische 'Drie Oud-Nederlandse Liederen' en 'Drie Middeleeuwse Kerstliederen' namen Maessen en Oost twee grote werken op, de 'Hymne Blijdschap' op tekst van Guido Gezelle, en de 'Oratio Moysui hominis Dei'. Beide bieden een zeldzame rijkdom aan expressiemiddelen, zowel voor de stem als voor het orgel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden