Van den Ende maakt wervelende musicalversie van oude rockopera

LONDEN - Tommmy is weer helemaal terug, ditmaal als middelpunt van een musical. Zevenentwintig jaar nadat gitarist en tekstschrijver Pete Townshend van de rockgroep The Who de 'deaf, dumb and blind boy' tot leven bracht, verovert hij nu de West End, het theaterhart van Londen.

Juichend sloten de Britse critici de verloren zoon woensdag, daags na de première, in hun armen. Tommy is het flipperen nog niet verleerd. Met deze musical heeft Joop van den Ende, die de produktierechten heeft voor heel Europa behalve Duitsland, op spectaculaire wijze zijn intrede gedaan in de West End.

In het straatbeeld van Londen kun je er niet omheen dat Tommy terug is van weggeweest. 'Tommy. See me, feel me, touch me' luidt de wervende tekst op de zijkant van de dubbeldekkers. De robuuste en ruw vormgegeven zwarte letters op een gele ondergrond vormen een opvallend contrast met het rood - en soms grasgroen - van de stadsbussen. Ook in pubs en eethuisjes hangen de affiches, bescheidener van formaat, maar door de kleuren niet minder opvallend. Zelfs op een pand dat wordt gerestaureerd, wordt de musical geafficheerd. Uitdagend hangt het gele doek daar naast het Palace Theatre, waar 'Le Misérables' loopt.

'Tommy' is het verhaal van de jongen die er als kleuter getuige van is dat zijn vader de minnaar van zijn moeder doodt. Zijn ouders bezweren hem: “You didn't hear it. You didn't see it. You won't say nothing to no one ever in your life.” Tommy wordt letterlijk doof, blind en stom; alleen achter de flipperkast komt hij nog tot leven. Na zijn wonderbaarlijke genezing krijgt hij een grote schare volgelingen, die in hem een Messias zien. Teleurgesteld in de mens Tommy keren zij zich ten slotte van hem af.

De musicalversie is vanaf het allereerste, snoeiharde akkoord, dat de kijker vastnagelt in zijn stoel, tot de meeslepende finale zo'n twee uur later één flitsende en wervelende show. Door andere accenten te plaatsen en door het familieverhaal verder uit te diepen, hebben Pete Townshend en de Amerikaanse regisseur Des MacAnuff het verhaal naar de jaren negentig gehaald. Tommy is daarmee toegankelijker geworden voor een publiek dat niet, zoals de 'flower power generation' in de jaren zestig, op zoek is naar een goeroe of voor wie het rocktijdperk voltooid verleden tijd is.

Tommy, in alle opzichten overtuigend gespeeld door de negentienjarige en totaal onbekende Paul Keating, ontpopt zich na zijn genezing als de lieveling van de pers. Zijn boodschap dat hij na jaren van isolement eindelijk een gewoon mens is en dat al zijn aanbidders dan ook niet moeten nastreven te zijn zoals hij, wordt echter niet begrepen. Als de al te snelle roem Tommy vervolgens naar het hoofd stijgt en hij als een jong popidool arrogant zijn dictaat oplegt, keert iedereen zich van hem af. Voor Tommy vangt eindelijk het normale leven, temidden van zijn familie, aan.

Vooral de massahysterie wordt spectaculair vormgegeven doordat de toneellijst en de flankerende loges op het toppunt van Tommy's roem veranderen in het rechtopstaande deel van een flipperkast. Razendsnel flitsen lampjes langs de loges aan en uit. Op een ontelbaar aantal kleine videoschermen zijn beurtelings beelden van een uitzinnige menigte en close ups van Tommy te zien. Niemand van het zeer gemêleerde publiek ontkomt nog aan de biologiserende aantrekkingskracht van de flipperkast.

Dat 'Tommy' niet alleen op doeltreffende wijze wordt verkocht aan het publiek, maar ook iets heeft wakker gemaakt bij de Engelsen, bleek donderdagmorgen uit een politieke spotprent in het onafhankelijke en liberale dagblad The Independent. Daarin beeldt de tekenaar premier John Major af als de 'Pinball wizard', die achter de flipperkast driftig zijn best doet zijn bal in het spel te houden. Anders dan Tommy, de èchte meester van het flipperspel, lijkt Major het behendigheidsspel echter te verliezen.

'Tommy' heeft sinds 1969 al veel doorgemaakt. Eerst was er de rauwe en ongelikte dubbel lp van The Who, daarna volgde in datzelfde jaar hun optreden op het legendarische Woodstockfestival, waar zanger Roger Daltrey de Amerikaanse hippies als een moderne Jezus begeesterde met zijn vertolking van 'See me, feel me'. Drie jaar later werkte de band mee aan de bombastische rock opera 'Tommy'. Na Ken Russells filmversie uit 1975, waarin Tina Turner schitterde in de rol van de 'Acid queen', een aan drugs verslaafde prostituée die ook mag proberen Tommy terug te halen uit zijn zintuiglijke isolement, werd het stil rond Tommy.

Totdat in 1992 in Amerika de musical in première ging en vanaf begin 1993 ruim twee jaar op Broadway in New York stond. Uitvoerend producent Robin de Levita voor Joop van den Ende Productions waagt zich niet aan zó'n optimistische prognose voor de West End produktie. “Maar het moet raar lopen als 'Tommy' niet een jaar draait. De komende maanden peilen we de reacties en dan bepalen we of we een tweede produktie opzetten voor een Europees toernee, of dat we wachten tot de Engelse produktie is afgelopen.”

De Nederlandse musicalfan die zolang niet wil wachten, zal moeten afreizen naar Londen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden