Van dekolonisatie naar herkolonisatie

Het uiterst moeizame proces van naoorlogse dekolonisatie is mij niet ontgaan. Toen ik in de zomer van 1947 als dienstplichtig militair in Nederlands-Indië arriveerde, waren de hoogmogende heren van beide kanten al zo’n twee jaar in vergeefse onderhandelingen gewikkeld en het zou nog twee jaar duren alvorens ze eruit waren.

Omdat de capitulatie van Japan in augustus 1945 vrijwel samenviel met het uitroepen van de Indonesische Republiek, behoorde ons land tot de eerste koloniale mogendheden die op een hardhandige manier met het wereldwijde proces van dekolonisatie werden geconfronteerd. Er bleek geen kruid tegen gewassen te zijn: wat in Azië begon, zou aansluitend in Afrika worden voortgezet, tot omstreeks 1975, toen ook Portugal zich uit Afrika terugtrok.

Er zijn weinig perioden in de moderne geschiedenis aan te wijzen die zulke formidabele gevolgen hebben gehad. In enkele decennia werd een mondiale machtspositie opgegeven die gedurende enkele eeuwen met veel geweld en vernuft was gevestigd. Van een wereldmacht viel Europa in korte tijd terug tot de status van een klein continent.

Dat men, uitgeput door de Tweede Wereldoorlog en uitgedaagd door een reeks van militante bevrijdingsbewegingen in de Derde Wereld, tot dekolonisatie besloot is als zodanig wel begrijpelijk geweest. Wat evenwel verbazing wekt, is het relatief sterke optimisme waarmee men doorgaans van de voormalige koloniale bezittingen afscheid nam. Men besefte dat veel van de nieuwe staten ’onderontwikkeld’ waren maar vooral in het begin leek ’technische’ bijstand een toereikende remedie.

Toen dat tegenviel, ontstonden de omvangrijke programma’s voor ’ontwikkelingssamenwerking’, zoals het eufemisme luidde, deels effectief, deels boter aan de galg gesmeerd: boter voor de corrupte politieke bovenlaag en galgen voor de ongelukkige bevolking. Terwijl in Azië successen werden geboekt, ging het in Afrika keer op keer totaal mis.

We lezen dagelijks over Darfur en Congo en over de economische zelfvernietiging van Zimbabwe, maar wie wat verder terugdenkt, herinnert zich de beestachtige stammenoorlogen in West-Afrika, de burgeroorlog in Angola. de genocide in Rwanda, de verloedering van Oeganda – ongetwijfeld een incomplete selectie.

Deze en andere rampen hebben de stroom hulpactiviteiten weliswaar niet stopgezet maar tegelijk een nieuw soort interventie uitgelokt, vredesmissies genaamd, dus humanitair bedoelde militaire bijstand. En daarmee is Europa, inderdaad op zeer bescheiden schaal, terug in de postkoloniale wereld, terzijde gestaan door de Wereldbank die via economische pressie orde op zaken probeert te stellen.

Gegeven de immense problemen waarmee veel Afrikaanse landen worstelen, is het niet te verwachten dat de voormalige kolonisatoren met hun incidentele acties veel zullen kunnen bereiken. Mogelijk worden ze te veel geplaagd door oude schuldgevoelens en in ieder geval blijven ze hameren op de wenselijkheid van democratie in de nieuwe staten.

Toch is een robuuste herkolonisatie van het zwarte werelddeel inmiddels op gang gekomen, ter hand genomen door een nieuwe economische reus, het huidige China. Het is niet onopgemerkt gebleven, zeker niet in Amerika. De recente Afrikaanse trip van president Bush laat voor de zoveelste keer zien dat de Verenigde Staten deze Chinese bemoeizucht hoog opnemen, minder om politieke dan om economische redenen. In feite is het een titanengevecht om schaars wordende grondstoffen en olie.

In deze wedloop heeft China twee voordelen. In de eerste plaats is het van harte bereid met elk Afrikaans land zaken te doen, ook al is de reputatie van zo’n land in de westerse wereld abominabel. Men is immers niet ideologisch maar zuiver economisch geïnteresseerd, een preferentie die veel cynisme toelaat.

In de tweede plaats wordt de kolonisatie bijzonder grondig aangepakt. Zoals de Volkskrant een paar weken geleden meldde, is China niet alleen op weg de grootste handelspartner van Afrika te worden, maar tevens bezig er een reeks indrukwekkende infrastructurele projecten te starten.

Zo zijn reusachtige Chinese staatsbedrijven druk in de weer met mijnbouwprojecten en de aanleg van havens en spoorwegen. De jongste megaorder is afkomstig van Libië waar een spoorlijn van 350 kilometer langs de kust zal worden aangelegd en een tweede van 800 kilometer het binnenland in. In Angola en Tanzania wordt al langer gewerkt aan de renovatie van oude spoorlijnen die de kopermijnen van Zambia beter toegankelijk moeten maken.

Zeer opmerkelijk en karakteristiek voor dit type kolonisatie is het feit dat de ingenieurs die in deze projecten de leiding hebben alsook een groot deel van het werkvolk rechtstreeks uit China komen. Het heeft er alles van dat China bereid is de even befaamde als ambitieuze ’white man’s burden’ van honderd jaar geleden op de schouders te nemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden