Van de Schotse aristocraten mochten ze niet te somber zijn

'Dutch Art and Scotland: A reflection of taste' is tot 18 oktober te zien in: The National Gallery of Scotland, The Mound, Edinburgh.

Er zijn meer overeenkomsten tussen Schotland en Nederland. Anders dan de Kerk van Engeland is de Schotse kerk, net als die in Nederland door de Reformatie gekleurd en beinvloed. En dan is er nog het landschap. Al was er in de Republiek geen heuvel te bekennen, toch moet het Nederlandse landschap, vooral vanwege de zee en de wolken, in de ogen van de Schotten veel op hun eigen land geleken hebben.

De bijzondere verwantschap tussen beide landen en met name de belangstelling van de Schotten voor Nederland staat centraal in een zeer verfijnde tentoonstelling die op dit moment te zien is in de National Gallery van Edinburgh.

Verzameld onder de naam 'Dutch Art and Scotland, A reflection of taste' hangen er 76 zeventiendeeeuwse schilderijen van overwegend grote meesters als Hals, Rembrandt, Ruisdael, Saenredam en Vermeer, die in de loop van de tijd door Schotse aristocraten, kooplieden en geleerden in groten getale verzameld werden.

Met de ogen dicht

Niet bekend

Al met al weerspiegelen de door de Schotten verzamelde schilderijen aardig wat er in de Gouden Eeuw in Nederland gemaakt werd. De Schotse smaak bleef niet beperkt tot de typische Hollandse landschapsschilderkunst, hoewel deze het zwaarst vertegenwoordigd is, vooral met werk van Ruisdael (waaronder twee prachtige, wolkenrijke gezichten op Haarlem en Alkmaar), Albert Cuyp, Philips Koninck ('Naderende storm, 1650, een overweldigend panorama van het Gelderse landschap dat zo in Schotland gesitueerd had kunnen zijn) en niet te vergeten Aart van der Neer. Van deze kunstenaar hangen er twee 'mysterieuze' - zoals ik twee Schotten hoorde zeggen - winterlandschappen, de een met een ondergaande zon, de ander met het schijnsel van de maan op het water.

Titus

Ook de portretkunst neemt op de expositie een grote plaats in. Van Rembrandt zijn er onder meer twee zelfportretten te zien en ook zijn 'Lezende Titus' (1655), tegenwoordig in bezit van het museum Boymans-van Beuningen maar vroeger toebehorend aan de Bisschop van Limerick. Behalve het werk van Rembrandt, valt ook dat van Frans Hals op en dat van zijn mindere kloon, Jan de Bray (1626-1697), die in Nederland slechts voorbestemd lijkt te zijn geweest om plaatjes voor sigarenbandjes te leveren. Van De Bray hangen er vierkleine portretjes van een man, een vrouw en twee Nederlandse jongetjes (1662).

Ook het stilleven (er hangt een prachtig doek van Pieter Claesz, 'Stilleven met glazen', 1641?), het voor Jan Steen zo typische genrestuk ('School voor jongens en meisjes' en 'De visverkoper') is terug te vinden op de tentoonstelling.

De enige niet typisch 'Nederlandse' schilderijen zijn een opvallend landschap met een groep naakte vrouwen, liggend aan de oevers van de IJssel bij Zwolle, een werk van Hendrik ten Oever ('Rivierlandschap met figuren', 1675), en een apocalyptische voorstelling van Domenicus van Wijnen, die associaties met het werk van Jeroen Bosch oproept, zonder overigens dat niveau enigszins te benaderen. Je vraagt je bij bezichtiging van deze werken af welke van beiden de sterkste was: de handelsgeest van de Hollanders, of de zeer brede smaak van de Schotten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden