'Van de coach kun je het toch nooit winnen'

ST. ALBANS - Onbedoeld en indirect was het Richard Witschge die Edgar Davids in het Oranje-kamp deed ontploffen. Zonder de blessure van Frank de Boer, was het om de plaats links op het middenveld gegaan tussen de vertrekkende en de terugkerende Ajacied. Allrounder Davids moest voor het ploegbelang de leemte achterin opvullen - hij deed dat slordig en zwak tegen de Schotten - en Witschge speelde tegen Schotland al meteen zo goed dat Guus Hiddink niet meer om hem heen kon.

Zo kan het gaan aan de top. Het toeval speelt soms een hoofdrol, de één z'n pech is de ander z'n geluk. Dat het zaakje vervolgens finaal uit de hand loopt en hier en daar zelfs raciale onlusten worden gesignaleerd binnen Oranje, geeft met name aan dat de aanstormende jeugd niet altijd het ploegbelang voor ogen heeft. Dat hoeft ook niet, want topvoetballers hebben natuurlijk net zo goed een individueel belang. Edgar Davids en de vrijwel identiek denkende geestverwant Clarence Seedorf, hebben echter hoon en toorn over zich afgeroepen door de ongeschreven wetten van de sportiviteit, de erecode voor een goed sportman, aan hun laars te lappen. Ontdaan van alle emoties, van ordinaire verdachtmakingen en van onzinnige beschuldigingen, resteert slechts het naakte feit dat Davids en ook Seedorf er blijkbaar geen genoegen mee kunnen nemen dat zij als lid van een 22 koppen tellende selectie ook wel eens een keertje buiten de boot kunnen vallen. Dat Edgar Davids tijdens Nederland-Zwitserland letterlijk in de rug van Guus Hiddink zelfs gaat zitten schelden wanneer de bondscoach de zeer begrijpelijke beslissing neemt Clarence Seedorf voor Johan de Kock te wisselen, geeft voorts aan dat de door Seedorf, Davids, Kluivert en Reiziger gevormde Kabel langzamerhand ongezonde trekjes begint te vertonen. De vrienden lijken er simpelweg geen genoegen mee te nemen dat één van hen wel eens gepasseerd kan worden.

Onbedoeld en indirect is het vertrek van Davids dus mede de schuld van Richard Witschge. De 26-jarige Amsterdammer is aan een sterk toernooi bezig. Alle commotie verbaast hem. “Ik vind juist dat we hier goed met elkaar omgaan. Het is natuurlijk altijd hard als je niet speelt. Maar ik heb geleerd dat je dergelijke tegenslag moet accepteren. Van de coach kun je het immers nooit winnen.”

Natuurlijk, op de trainingen en in de hotels valt het soms op dat de jongens met een Surinaamse achtergrond vaak met elkaar optrekken. Maar om aan te geven dat blank en zwart bij Oranje wel degelijk door één deur kunnen, zegt Richard Witschge dat zaterdag nog een gemêleerd groepje uitging in Londen. Na een telefoontje met zijn voormalige Lazio Roma-maatje Paul Gascoigne, zag Aron Winter in het Sopwell House van St. Albans een buitenproportionele limousine voor de poort verschijnen. Gascoigne had dat vervoer geregeld. En wie stapten er in dit automobiel: Danny Blind, Patrick Kluivert, Richard Witschge, Gaston Taument, Ronald de Boer, Aron Winter en Peter Hoekstra. Zij zweefden naar hartje Londen en hadden genoeglijke uurtjes in het hardrock restaurant Planet Hollywood. De uitnodiging van Gascoigne aan Winter was aanvankelijk een andere: “Kom naar Engeland-Schotland!” De heilige grond van Wembley was zaterdag echter aan slechts drie Oranje-mannen besteed, aan Youri Mulder, Ed de Goey en Edwin van der Sar. Richard Witschge: “Je zit al zo lang op kamp, dan wil je wel eens wat anders dan voetbal. Ik heb later nog wel even de samenvatting gezien.”

Omgaan met kritiek, met teleurstellingen, met het reserveschap, met minder inspraak ook bij de bondscoach dan andere spelers mogelijk hebben - het zijn dezer dagen de onderwerpen van gesprek bij Oranje. Richard Witschge voelt zich na zijn prima partijen tegen Schotland en Zwitserland sterk en heeft totaal niet de behoefte zich in de Babylonische spraakverwarring te mengen. “Ik kan alleen maar zeggen dat je als topvoetballer af en toe wat moet slikken. Dacht je dat ik me lekker voelde toen ik in Liverpool tijdens de beslissingswedstrijd tegen Ierland als zeventiende man naar de tribune werd verwezen? Daar baalde ik vreselijk van. Toch ben ik de kleedkamer ingegaan en heb de jongens succes gewenst. Wat kan Edgar nu zeggen? Wat kon ik toen zeggen? Voorlopig krijgt deze bondscoach meestal wel gelijk.”

Eén keer heeft Richard Witschge gevoeld dat je je als topvoetballer niet alles kunt permitteren; jaren geleden, toen Leo Beenhakker nog de scepter zwaaide bij Ajax. “Het overkomt iedereen wel eens dat je er iets uitfloept voordat je er zelf goed en wel erg in hebt. Zo was het toen bij Ajax. Ik was ineens het pispaaltje, ook al omdat de resultaten tegenvielen. Beenhakker zette mij toen een maand lang in het tweede elftal. Ach, ook van zo'n situatie leer je. Iedereen loopt wel tegen een paar lantaarnpalen op. Ik ben er bovenop gekomen, Edgar komt heus ook wel weer terug.”

Het goede spel van Richard Witschge is intussen frappant. In zijn eerste jaren als international - vanaf februari 1990 - had hij te weinig kracht om over een lange periode goed te spelen. Twaalf maanden geleden startte voor hem dit lopende seizoen al met de Intertoto-wedstrijden bij Bordeaux. Met Intertoto-, competitie-, beker-, UEFA Cup- en interlandwedstrijden, zit hij al aan de tachtig gespeelde duels. Dat zijn er circa dertig meer dan gemiddeld het geval is. “Fysiek ben ik de laatste jaren sterker geworden. Ik ben beter geworden in de duels. Dat heeft te maken met een toegenomen spierkracht. Ik heb veel aan krachttraining gedaan, maar ook de andere leef- en eetgewoonten in Barcelona en Bordeaux hebben mij zwaarder gemaakt. Ik ben nu zeven kilo zwaarder dan in mijn eerste periode bij Ajax.”

Wordt het een salonremise tegen Engeland, nu de beoogde uitslag al bij de aftrap is bereikt ? Op het WK van 1990 kwamen Ruud Gullit en Paul McGrath in de tweede helft overeen dat het maar 1-1 moest blijven, omdat Nederland en Ierland dan geplaatst waren voor de kwartfinale.

Richard Witschge: “Ik was er zes jaar geleden bij in die wedstrijd tegen de Ieren, zelf heb ik toen niets gemerkt van een afspraak. Ach, een jongen van negentien jaar laten ze daar ook buiten. Maar ik wil ook nu niet meteen rekenen. Gewoon voetballen, kijken hoe ver je komt. Misschien dat je tegen het eind van de wedstrijd gaat rekenen. Dat zou ik wel logisch vinden. Eén keer eerder heb ik dit bij de hand gehad. Dat was met Ajax in de competitiewedstrijd tegen NEC. Wij hadden een gelijkspel nodig om kampioen te worden en NEC had een gelijkspel nodig om niet te degraderen. Het werd dus een gelijkspel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden