Van de bergen naar de zee

(Trouw)

Een afwisselende NS-route verbindt een Veluws bosgebied op een oude stuwwal met een oud Zuiderzeestadje.

De zee verslaaft. Wie is opgegroeid aan de waterkant, blijft er z’n leven lang door aangetrokken. Op de grens van land en water lokken gevaar en ruimte, dood en avontuur, vernietiging en mogelijkheden. Schilders, kooplui, zeevaarders, rustzoekers, zonaanbidders, pretmakers, sportievelingen – allen hechten zich aan de rand van het land en de zee.

Dat ’verlangen naar de kust’ is van alle tijden. Een mooi voorbeeld is nog altijd het verhaal dat de Atheense schrijver en militair Xenophon noteerde in zijn boek ’Anabasis’. Het was een verslag van de ’tocht naar het binnenland’ (anabasis) van Perzië, die hij vier eeuwen vóór Christus met tienduizend Griekse huursoldaten maakte. De expeditie duurde vele jaren en verliep allesbehalve succesvol. Berooid en zwaar aangeslagen maakten de Grieken de voettocht naar huis. Toen ze de laatste heuvels overtrokken en het blinkende water voor zich zagen, barstte een emotioneel gehuil los. „Thalassa! Thalassa!”, riepen ze met een ongekende blijdschap. „De zee! De zee!”

Nou, zó erg is het nog niet wanneer je op de NS-wandeling van Nunspeet naar Elburg je tocht door het binnenland van de Veluwe hebt afgerond en voorbij Doornspijk de zee in de verte ziet oplichten. In de eerste plaats is het sinds 1932 geen Zuiderzee meer maar IJsselmeer. In de tweede plaats strekt de zee niet meer tot de einder, maar doemt de polder Flevoland al dik honderd meter uit de kust op. Het Veluwemeer is maar een binnenwater, de horizon wordt gevormd door polderland.

En toch voel je een lichte sensatie als je de Oude Kerkedijk afloopt, breed en historisch. Zeven eeuwen geleden lag ie er ook al, liepen de mensen van het zand over het dijklichaam naar de kerk van Sint Ludgerus in wat toen nog Doornspijk was. Ze liepen van de bergen naar de zee, ben je geneigd wat lacherig te zeggen. Toch was het allesbehalve vrolijkheid. Het kon spoken op de Zuiderzee. De zee die voor rijkdom zorgde (handel, visserij), boezemde ook angst in. Waar je op de westwal dijken had die het water moesten keren, ontbraken die hier op de zanderige zuidwal. In 1825 spoelde het oude dorp weg en ook de stenen kerk uit 1100 hield geen stand. Doornspijk werd op de hoger gelegen dekzandrug (aan de Zuiderzeestraatweg) weer opgebouwd, de fundamenten van de kerk herinneren de overwegend protestantse bevolking er aan dat er ooit een ander geloof heerste op de Veluwe.

En achter de kerk ligt dan eindelijk de zee! Getemd, ingesnoerd tussen het oude en het nieuwe land, nu een bezienswaardigheid die je kunt bekijken vanuit een vogelhut. Maar toch de zee, die zoveel sporen heeft nagelaten.

Op de Kerkedijk lopen schapen. Links ligt de Goorkolk als restant van een van de vele dijkdoorbraken en aan beide kanten moerassige weilanden die in de Middeleeuwen als gemeenschappelijk grond werden gebruikt. Het Goor is dat nog steeds, verdeeld in aandelen of grezen, wat zoveel betekent als niet vast omheind land waarop een aandeelhouder zijn runderen of paarden mag weiden. Veel van die grezen zijn inmiddels verkocht of geschonken aan de hervormde gemeenten in Doornspijk en Elburg. Tot 1965 liepen de dieren van de Gooreigenaren nog gebrandmerkt met de letter G (van Goor). Een Goorier hield toezicht op het vee, verzorgde het onderhoud van sloten en hekken, trok de distels en slechtte de molshopen. Nog steeds is er een Goorcommissie, die de supervisie over het gebied heeft.

De NS-route is er een van hoog naar laag, van zand naar klei, van bos naar weiland. In Nunspeet begonnen we op een stuwwal tussen de naaldbomen, geplant omstreeks 1900 om het stuifzand vast te houden. Gestaag wordt het bos teruggedrongen door de bebouwing. Ook de Duintjes moesten het ontgelden. Deze overblijfselen van de gordel stuifzanden zijn ingebed in een kakelgroene golfbaan: hek eromheen, oude natuurterrein foetsie, de actieradius van de wandelaar is beperkt. Maar na de Witte Wieven (een bungalowpark) verdwijnt de drukte en de onrust en kan het feest niet op. Heerlijke bosgebieden, gevolgd door een mooie overgang naar het open weidegebied waar we ook nog eens scheren langs een bijzonder landgoed (Klarenbeek). Het ontleent zijn naam aan een ’klare beek’ die op het goed ontspringt dankzij opwellend grondwater. Er lopen meer van deze beken vanaf het Veluwemassief naar de oude zee.

Het laatste deel voert over een dijk langs het Randmeer. In de verte lonkt Elburg, een prachtig, gaaf vestingstadje. De toren van de St. Nicolaaskerk (genoemd naar de schutspatroon van de zeelieden) steekt fier boven de huizen uit. Het is een droef maar ook wat koddig gezicht: de spits is door blikseminslag in 1693 verloren gegaan, wegens geldgebrek nooit herbouwd, maar slechts vervangen door een stompje. Elburg is een langer verblijf meer dan waard. De zee is niet meer. Maar veel van wat het oude handels- en vissersstadje aan de zee te danken heeft, zoals de visafslag, de rokerijen en de eetgelegenheden, is gebleven.

Na het bos volgt mooi open weidegebied. (FOTO HARO HIELKEMA)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden