Van de Beek heeft gelijk: hervormde 'apparaat' moet grondig uitgedund

De auteur is hervormd predikant te Leiden.

Als predikant werkzaam in een gewone wijkgemeente (ergens onderaan in de top-down-structuur van de kerk) voel ik me door zo'n 'veroordeling' pijnlijk getroffen. En ik wil dan ook Van de Beek graag bijvallen in zijn protest tegen de reglementen- en regentenkerk, die het gemeente-zijn ter plaatse vaak meer frustreert dan stimuleert.

Bezien vanuit de gemeente ter plaatse is het wel erg goedkoop, als Blei schrijft: "(. . .) een synode die voor gemeenten in hun gemeente-zijn iets betekent. Laten we nu eens niet bij voorbaat zeggen dat zoiets onmogelijk is." Dat beweert Van de Beek immers ook nergens. Waar het om gaat, en daar draait ds. Blei voortdurend omheen, is:

1) de feitelijk minimale betekenis van de synode en vooral een groot deel van het landelijke en provinciale apparaat voor het gemeente-zijn ter plaatse, en

2) de wijze van denken over de kerk.

Genegeerd

"(. . .) dat het geheel meer is dan de optelsom van de delen" , zegt ds. Blei. Het klinkt aantrekkelijk, maar praktisch blijkt dat te betekenen dat er (ondanks de kerkorde van '51) van 'boven naar beneden' wordt gedacht. Het is zeer spijtig dat ds. Blei de kritiek daarop niet hoort of niet horen wil. Hij zegt veel behartenswaardige dingen over de noodzaak van onderlinge solidariteit van gemeenten en van de noodzaak elkaar meer dan vrijblijvend te ontmoeten. Maar de eigenlijke kritiek op de huidige praktijk negeert hij jammer genoeg.

Hij wil het 'zakelijk houden'. Wat ik echter van een dominee zou verwachten is in de eerste plaats een serieus luisteren naar geuite kritiek: Wat beweegt iemand in wat hij zegt? Welke gevoelens zitten eronder?

Zeker ook een 'kerkleider' (een manager aan de top) zou het niet misstaan, eerst eens goed naar de vele geluiden te luisteren: de opstelling van de Vereniging van kerkvoogden, het vertrek van J. Haeck, hartekreten uit gemeenten en nu van Van de Beek.

Ze wijzen alle op een toenemende onvrede. Kennelijk dringt dat niet echt door, want Blei kiest voor de aanval als de beste verdediging. Als theoloog zet hij tegenover Van de Beek meteen hoog in door diens gedachten kortweg te diskwalificeren met de term 'vooroorlogse hotelkerk'; alsof Van de Beek uit is op een kerk bestaande uit een groot aantal clubjes gelijkgezinden, die niets met elkaar te maken willen hebben en elkaar slechts vrijblijvend wel eens willen ontmoeten.

Maar dat is natuurlijk een karikatuur. Daar is het Van de Beek niet om begonnen. Integendeel, als ik het goed begrijp zou hij het liefste willen dat plaatselijke groepen en gemeenten de handen ineen slaan om in onderlinge solidariteit de waterhoofdige hervormde bureaucratie met een goed alternatief te ondermijnen.

Onderling solidair ja, omdat men die solidariteit meer van elkaar kan verwachten dan van de top. Het betoog van Blei loopt ook op dat hoge woord solidariteit uit: "Zij lijkt mij een te groot goed om haar zomaar overboord te werpen." Alsof Van de Beek dat doet. Alleen gebruikt hij deze grote woorden niet om daarmee ideologisch het bestaansrecht van een bureaucratisch apparaat te onderbouwen.

Niet mals

Nu is de ergernis van Blei wel enigszins te begrijpen. Het is niet mals wat de Leidse hoogleraar zegt: de hervormde kerk lijkt op een bedrijf met een topdown-structuur, gekenmerkt door formalisme en bureaucratisch bestuur. De 'apparatsjiks' maken de dienst uit. Toe maar!

Wat ik mij dan echter wel afvraag: waarom gaat Blei daar nu niet eens een keer op in? Ziet hij dan niet, dat daar de harde kern ligt van Van de Beek's cri de coeur? Is het dan niet waar, dat in de praktijk de landelijke hervormde kerk zich opstelt als een bedrijf met plaatselijke dependances?

"De landelijke kerk is de eigenlijke kerk tot het niveau van de provincies en de rest dat zijn de klanten" , zegt Van de Beek cynisch. Waarom bestrijdt Blei dat niet? Of moet ik concluderen, dat men 'aan de top' werkelijk zo denkt? Als dat zo is, zou ik de opmerking "Van de Beek tast het wezen van de hervormde kerk aan" willen omkeren: het zijn Blei c.s. die het wezen van de kerk aantasten.

Al in 1987 schreef prof. Dingemans in zijn spraakmakende boek 'Een huis om in te wonen': "Het hart van de kerk klopt in de plaatselijke gemeente." En ook toen, herinner ik mij, kwam er zwaar theologisch (ideologisch?) verzet van synodewege. Ds. Blei bracht in de discussie toen, die in wezen over dezelfde dingen ging, het 'tegenover' van het ambt in stelling. Waarbij soms - en dat is buitengewoon typerend - 'het ambt' en het bovenplaatselijke ambtelijke apparaat als synoniemen werden gebruikt.

"Gemeente-zijn is per definitie niet self-supporting" , schreef hij toen. Niet de gemeenten maken de dienst uit, dat doet de Heer. Akkoord! Natuurlijk! Maar dan gaat de redenering verder: 'Het ambt' representeert de Heer tegenover de gemeente. En dat is het 'meer' van de bovenplaatselijke ambtelijke instanties.

Ook toen al heb ik me verbaasd over de theologische onnauwkeurigheid van dit denken. Het is waar: de kerk heeft een Tegenover nodig. Sterker: zij heeft die. Maar is dat 'het ambt'? Zijn dat de vrijgestelde kerkelijke bobo's? Nee, het is in de allereerste plaats het getuigenis van de Bijbel zelf. En is het niet juist dat getuigenis, dat alle menselijke machtsstructuren met hun altijd weer bureaucratische tendensen telkens weer onder vuur neemt?

En zo zou het dus wel eens kunnen zijn, dat plaatselijke groepen en gemeenten theologisch gezien in het huidige tijdsgewricht het eigenlijke Tegenover kunnen (!) worden. Namelijk het al of niet door 'de ambten' gedragen Tegenover van de grote kerkelijke bureaucratie, die meer hierarchische trekken vertoont dan velen waar willen hebben.

Al met al ben ik blij dat prof. Van de Beek (weer) eens de knuppel in het hoenderhok heeft gegooid. Het wordt hoog tijd, dat op alle niveaus de hervormde kerk (samen met de gereformeerde kerken) een eerlijke discussie gaat voeren over deze zaken, ongefrustreerd door de huidige formele structuren.

Wat mij betreft gaat inderdaad de kerk op z'n kop. En laten de bestuurders van 'Leidschendam' alsjeblieft gaan begrijpen, dat werkelijk "het hart van de kerk klopt in de plaatselijke gemeente" . Niet zij zijn de kerk (ze zijn hooguit een ondersteunend kantoortje), maar al die zoekende en tastende, vierende, lerende en dienende mensen en groepen ter plaatse. En daar is een reservoir aan visie, geloof en deskundigheid, een bron van Geestkracht, waar je soms stil van wordt en waar de dames en heren regenten geen idee van hebben.

Grondig uitdunnen

Ook ik begrijp, dat alle bovenplaatselijke structuren niet van het ene op het andere moment kunnen worden afgebroken. Dat moet niet en dat kan niet. En: de sterken zullen de zwakken moeten dragen. Maar wat wel moet kunnen, dat is binnen de kortste keren het hele apparaat zeer grondig uitdunnen.

Op landelijk, provinciaal, soms classicaal en ook nog wel plaatselijk niveau wordt zeer veel geldverslindend werk dubbelop gedaan. Naar mijn idee is het aan het eind van deze eeuw waanzin al die niveaus te handhaven. Een of twee bovenclassicale niveaus zouden tot een volstrekt minimum moeten worden beperkt. Het geld en dus de menskracht, die daarmee zou vrijkomen, zou een zegen kunnen zijn voor al die gemeenten, die nu op ieder tientje moeten passen en met lede ogen en machteloze ergernis moeten toezien, hoe een groot percentage daarvan verplicht moet worden afgedragen ten behoeve van een voor gewone gemeenteleden ongrijpbaar 'apparaat'.

Het zal duidelijk zijn: deze reactie is vooral een hartekreet. Ik hoop dat zij ook als zodanig zal worden verstaan. Zowel de gegroeide bestuursstructuur van de hervormde kerk als het in de praktijk regenteske denken van boven naar beneden zullen echt op de helling moeten. Het is een kwestie van to be or not to be.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden