megastad

Van de 15 miljoen inwoners komen er maar weinig oorspronkelijk uit Istanbul

Istanbul. Beeld Reuters

Een paar keer per dag galmt een schorre stem door mijn straat. Ik kijk naar buiten. Een houten kar trekt voorbij. Daarachter telkens weer een andere man die zijn waren aanprijst. Oud ijzer. Een wasmachine. Kamerplanten. Eieren. Knoflook.

Mijn bejaarde buurvrouw stopt een paar Turkse lira’s in een mandje, gooit deze vanaf vijf hoog naar beneden en takelt tien eieren weer omhoog. Toch goedkoper dan in de supermarkt.

De meeste straatverkopers van Istanbul komen van het Anatolische platteland. Bij gebrek aan moderne kantoorbanen vullen ze de eeuwenoude gaten van de informele economie. Hun karretjes zijn gemaakt van houten planken en fietsbanden. Een enkeling gebruikt nog paard en wagen.

Het hoofdkwartier van de mannen is het kruispunt naast de buurtmoskee. Daar keuren ze elkaars koopwaar, pronken met een pas gevonden lampenkamp of rusten uit in de zon. Vermoeid hangen de verkopers tegen hun karren aan. Een van hen springt altijd op als ik voorbijloop. “Kom thee drinken!”

Migratiestroom

Het is Gaffur, twee meter lang, grijze ogen en een door de zon gebruinde stierennek. “De sterkste man van de wijk”, verzekerde de makelaar mij tijdens mijn verhuizing. Gaffur sjouwde met het grootste gemak een bankstel, boekenkast en koelkast de trap op. “Bel me als je problemen hebt”, zei hij na betaling. Sindsdien is hij mijn abi, mijn ‘grote broer’.

Tijdens onze wekelijkse thee vertelt Gaffur steevast over zijn memleket (thuisland), een dorp in de Anatolische provincie Nigde. Daar wonen zijn vrouw, twee kinderen en drie koeien. De andere abi’s rondom de moskee komen eveneens uit Nigde. Samen brengen ze hun dorp naar de megastad.

Dat gaat al decennia zo. Een eindeloze migratiestroom uit Anatolië stuwde de bevolking van Istanbul op van zo’n 2 miljoen in 1970 tot ruim 15 miljoen afgelopen jaar. Sloppenwijken werden snel opgetrokken, bestaande uit gecekondu (letterlijk: ’s nachts gebouwd) die onderdak bieden aan mensen uit alle streken van Turkije. Bijna niemand in Istanbul komt uit Istanbul.

Arrogantie

Als burgemeester van Istanbul wierp Erdogan zich in de jaren negentig op als beschermheer van de plattelandsmigranten. Weg met de stadse arrogantie, zei de charismatische zoon van migranten uit het Zwarte Zeegebied. Maar inmiddels laat zijn AKP-regering de gecekondu vervangen door gloednieuwe luxe appartementen die niemand kan betalen.

Voor Gaffur werd zelfs zijn gedeelde kamertje te duur. Hij vond een nog bescheidener optrekje, maar de kar met koopwaar raakt steeds leger. Toen ik hem twee jaar geleden ontmoette, stond de trotse Anatoliër er altijd op om onze thee te betalen. Nu wendt hij zijn blik af wanneer ik afreken. 

Terug naar huis is geen optie. Gaffurs vrouw en kinderen rekenen op geld uit Istanbul. “In Nigde is er geen werk”, verzucht hij. “Op het platteland is de economie ingestort. Vroeger produceerden we alles zelf, maar de AKP heeft veel landbouwbedrijven verkocht aan het buitenland.”

Wat overblijft, is een megastad die overstroomt met armoede en provinciale rancune, net als voorheen. De Turkse oppositie wist er jarenlang geen raad mee, totdat ook zij een charismatische politicus uit het Zwarte Zeegebied vonden die het opnam tegen de AKP. Deze maand werd hij verkozen tot burgemeester van Istanbul.

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden